Zeemanskerken zonder zeelui

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Ook de Scandinavische zeemanskerken in Rotterdam hebben te lijden onder leegloop. Zeelui komen er al jaren nauwelijks. Met kerstmarkten houden de kerken het hoofd boven water. Zeeman Peter Wedell-Neergaard uit Denemarken: “Ik denk dat voor de meeste zeelieden de zeemanskerk meer een connectie is met thuis dan met het lutherse geloof.”

Noorse Kerk, Rotterdam.

Tekst: Willem Pekelder Beeld: Dirk Hol

“Kijk”, zegt Anders Rengefors, terwijl hij in de verte naar de Veerhaven wijst, “daar lagen ze vroeger, de schepen uit Zweden.” We bevinden ons in de Zweedse zeemanskerk in Rotterdam, gehuisvest in een monumentaal pand aan de deftige Parklaan. Ooit was het godshuis vooral een sociaal trefpunt van Zweedse zeelieden, nu is dat voorbij. “We doen helemaal niets meer voor hen”, erkent Rengefors, voorzitter van de kerkenraad.
In het herenhuis, met afwisselend parket en marmer op de vloer en prachtige lambriseringen tegen de wand, herinneren oude postvakken aan de tijd dat matrozen hier hun krantje lazen. Later werden het leesvoer aan boord gebracht, toen de afstand naar de haven steeds langer werd. Vanaf eind jaren vijftig verplaatsten de havens zich van de binnenstad naar Europoort en later de Maasvlakte, soms vijftig kilometer rijden. Tegelijkertijd werden de aanmeertijden steeds korter.

Goedkope Aziaten

“In de jaren zeventig en tachtig reed de dominee veelvuldig met de kerkbus naar het havengebied”, memoreert Rengefors (61). “En desgewenst hield hij een lutherse dienst aan boord.” Maar ook daaraan kwam een jaar of tien geleden een einde, simpelweg omdat de crew op Zweedse schepen bijna alleen nog maar uit (goedkopere) Aziaten bestond. “Hooguit de officieren zijn nog Zweeds”, weet Rengefors.
Nu is de kerk in het Scheepvaartkwartier voornamelijk het domein van zo’n 250 Zweedse families in Nederland, van wie zondags ongeveer vijfentwintig zielen de dienst bijwonen. Minder bezoekers, minder inkomsten en gelijkblijvende kosten, de Svenska kyrkan zit in precies hetzelfde schuitje als de Nederlandse kerk. Inmiddels moeten de Zweden in opdracht van de moederkerk in het thuisland hun pand verkopen. “We hopen één verdieping terug te kunnen huren voor onze eigen activiteiten”, zegt Rengefors, die 37 jaar geleden voor zijn werk in de computerbranche naar Nederland kwam.
“Tien jaar geleden hadden we nog zo’n acht betaalde medewerkers. Nu nog maar twee: de dominee en één fte voor de administratie. De dominee wordt vanuit Zweden betaald, de administratie bekostigen we zelf.” De opbrengst van de kerstmarkt – bruto omzet afgelopen jaar veertigduizend euro – alsmede giften en donaties zijn daarbij een belangrijke inkomstenbron.
Het zal niet meevallen om afstand te moeten doen van Parklaan 5, mijmert de voorzitter van de kerkenraad. “We zitten hier al sinds 1947, toen de zeemanskerk, die in 1909 in Rotterdam begon, het pand voor een vriendschappelijke prijs kon kopen van een reder.”
Hij geeft een rondleiding door de gemeenschapsruimte, waar flessen glühwein (glögg op z’n Zweeds) herinneren aan de voorbije kerstmarkt. In de royale tuin bevinden zich een zwembad en een sauna (met logeerkamertje), gratis te gebruiken voor leden van de Zweedse kerk. “Ik hoop dat we een kerk kunnen blijven voor de Zweden en belangstellende Nederlanders”, sluit Rengefors af. “En dat we door kunnen gaan met ons diaconale werk, zoals zieken- en gevangenenbezoek. Gelukkig hebben we wel steeds meer vrijwilligers.”

Luisterend oor

Een zeemanskerk die nog wel de havens bezoekt is de Finse lutherse kerk. “Twee keer per week kom ik toch wel in Europoort”, zegt dominee Tapio Leinonen. “Zeelieden hebben veel tijd om na te denken, en dan borrelen allerlei levensvragen op.”
Ook dit genootschap zit weer in een prachtig pand, en wel aan de ’s-Gravendijkwal. En ook hier weer een sauna. Als je in de Finse shop alhier laat vallen dat een sauna bij de kerk toch wel apart is, krijg je te horen dat een kerk zónder sauna juist apart is. De sauna kan worden gehuurd voor dertien euro per persoon per uur. En wie het ervoor over heeft, kan voor driehonderd euro vijf jaar lang een eigen kapstok reserveren. Oud-ambassadeur Katri Viinikka heeft dat blijkens een naamplaatje gedaan. We worden door het Finse Huis, zoals de kerk officieel heet, gegidst onder enthousiaste leiding van de 30-jarige dominee, die met zijn lange haar en baard sprekend op een rockster lijkt (“klopt, ik heb in een heavy metal band gezeten”).
De Finse kerk in Rotterdam startte in 1926 op initiatief van de Finse Seamen’s Mission, die, net als collega-missies uit andere zeevarende naties, ten doel had zeelieden in het buitenland een goed geestelijk en sociaal onderdak te bieden. “Zeeman is vaak een eenzaam beroep”, vertelt ds. Leinonen. “Er kunnen problemen thuis zijn, zoals: ik ben veel weg, doe ik wel genoeg voor mijn gezin? Of: doe ik wel genoeg voor God? Die vragen bespreek je misschien makkelijker met een vertrouweling van buiten dan met je collega’s aan boord. Ook vragen veel zeelieden zich af of ze hun werk wel kunnen behouden, nu de automatisering in de haven steeds verder doorzet. Als scheepsdominee ben je dan een luisterend oor.”
Naast zeelieden zijn truckchauffeurs een nieuwe doelgroep. “Ze gaan van Rotterdam naar Lübeck en pakken hier dan een saunaatje. Of ze eten een warme maaltijd, kijken Finse tv of lenen een boek. Nee, naar de kerkdienst komen ze gewoonlijk niet, evenmin als de zeelieden, die altijd maar heel kort in Rotterdam zijn.” Slechts één keer per maand wordt kerkdienst gehouden, waar vooral in Rotterdam wonende Finnen op af komen, gemiddeld zo’n tien à twintig per keer. Ds. Leinonen: “Zo’n zeventig procent van alle Finnen is luthers, maar de kerkgang is, ook in het moederland, gering. Het is voor velen, naast geloof, vooral een culturele identiteit. Zelfs een Finse atheïst is een lutherse atheïst.”
Het Finse Huis, sinds 1955 gevestigd aan de ’s-Gravendijkwal, is onder de Scandinavische zeemanskerken misschien wel het beste voorbeeld van hoe je in veranderende tijden financieel overeind blijft. Tegenover de teruglopende kerkgang staan velerlei andere inkomsten. Niet alleen de sauna en de winkel, maar ook verhuur van vergaderruimten, feesten met catering, culinaire bestellingen vanaf Finse schepen, en natuurlijk de kerstmarkt. Het Finse Huis is zes dagen per week open, en er zijn honderd vrijwilligers bij betrokken. Anders Rengefors van de Zweedse collega-kerk zegt over de Finse non-profit organisatie: “Het ziet eruit als een goedlopende commerciële onderneming.”

Drank en dames

In de banken van een doorsnee zeemanskerk zit, zoals gezegd, zelden (meer) een zeevarende, maar eentje die er wel eens komt is Peter Wedell-Neergaard. “De laatste maanden zelfs drie keer”, zegt hij opgewekt. “Niet omdat ik nu zo gelovig ben, maar mijn vrouw wel.” Na een maritieme carrière van dertig jaar, met als sluitstuk kapitein op een containerschip, kwam de Deen in 2006 aan de wal, waar hij een baan vond als groenten- en fruitspecialist bij rederij Maersk in Rotterdam.
Wedell-Neergaard (59) ziet eruit zoals je je een zeeman voorstelt: gezonde, rode kleur, buikje, tatoeages en vlot in de omgang. Maar, verrassing, hij is wel baron. Stammend uit een oud Deens geslacht (circa 1250), dat verschillende landgoederen bezit.
“In 1976 begon ik als dekkadet, en mijn eerste kennismaking met de Deense kerk in Rotterdam was een jaar later, toen de dominee aan boord kwam met kranten en boeken. Heel prettig, want in die tijd had je natuurlijk nog geen internet.” Hij herinnert zich hoe de predikant hem en zijn collega’s met de kerkbus oppikte bij het schip, waarna de bemanning bier ging drinken in de zeemanskerk, en vervolgens in de stad. Het doel van seamen’s missions om zeevarenden te beschermen tegen de verleidingen van drank en dames is bij hem in zijn jonge jaren niet helemaal uit de verf gekomen, bekent Wendell-Neergaard lachend. “Ik denk dat voor de meeste zeelieden de zeemanskerk meer een connectie is met thuis dan met het lutherse geloof. In mijn tijd was de kerk ook communicatief van nut: even post verzenden of naar huis bellen voor een redelijke prijs.”
Nu met internet en skype is die laatste service achterhaald, maar Wendell-Neergaard denkt dat door die moderne technologie de eenzaamheid aan boord tevens is verergerd. “Vroeger keek je samen naar een film, nu zit iedereen in zijn eigen hut met zijn computer. En door de aanwas van goedkope Aziatische bemanningsleden zal dat allenige gevoel onder Deense zeelieden nog worden versterkt. Zoveel culturen op één schip, er is geen enkele sociaal verband. Op mijn laatste schip was ik de enige Deen. Ik denk dat er nog altijd een grote sociale rol is weggelegd voor zeemanskerken.”
Sinds hij aan de wal is, spant de ex-zeeman met blauw bloed zich meer en meer in als vrijwilliger voor de Deense kerk, die na een periode van inwoning bij de Zweden sinds 1970 een eigen gebouw aan de Coolhaven heeft. “Pas heb ik in vier uur tijd nog tweehonderdvijftig hotdogs gebakken voor onze kerstmarkt.”

Sprookjesachtig slot

De kerstmarkt is de dobber waarop de Scandinavische zeemanskerken drijven. Die in de Noorse kerk bracht afgelopen winter bruto zo’n zeventigduizend euro op. “Al in januari beginnen we met de voorbereidingen. Vaak zitten we hier hartje zomer engelen en kerstmannetjes in elkaar te knutselen”, glimlacht diaconaal medewerker Ingrid Aelbers. ‘Hier’ is het Park bij de Euromast, vlakbij de Parkhaven, waar het in romantische staafkerkstijl opgetrokken godshuis sinds 1914 is gevestigd. Van al haar Scandinavische zusters, hoe schoon en lieflijk ook, is dit sprookjesachtige houten slot, waarvoor koning Haakon VII uit privévermogen destijds duizend kronen schonk, zonder twijfel het fraaiste.
En toch, als je vraagt of de kerk rijk is krijg je, zoals bij alle zeemanskerken, een heftig nee ten antwoord. Aelbers, vanwege haar huwelijk in 1994 in Nederland gekomen: “We zijn al jaren aan het bezuinigen, en dat gaat in 2019 gewoon door. Onze staf van zes mensen wordt grotendeels door de Noorse Seamen’s Mission betaald, maar voor het onderhoud draaien wij hoofdzakelijk zelf op. Dat zijn toch bedragen van enkele tienduizenden euro’s per jaar.”
Dat de Noorse lutherse kerk, net als de Zweedse, sinds enige jaren geen staatskerk meer is, heeft niet direct invloed op het budget in Rotterdam, maar hoe de onderhoudskosten in de nabije toekomst moeten worden opgebracht, is een prangende vraag. Aelbers (59): “ Doel van de Seamen’s Mission is dat onze eigen financiële draagkracht steeds groter wordt. We verhuren hierboven woonruimte aan vijf Noorse studenten, en de gemeenschapszaal is te boeken voor feesten en partijen. Maar we zullen hoe dan ook naar nog meer verhuur-mogelijkheden moeten zoeken.”
Daarbij gaat het reguliere kerkenwerk gewoon door, zoals zondagse kerkdiensten, met zo’n twintig à dertig gelovigen, en bezoeken per auto aan de zeelui in de havens. “Ze zijn doorgaans niet zo kerkgaand, maar wel gelovig. Ruwe bolster, blanke pit”, vermoedt Aelbers.
Inmiddels klinken vanuit de kerkzaal hemelse geluiden. Een harpiste is er aan het repeteren voor een concert in Noorwegen. Vanaf de wand kijken blauwgeschilderde paradijsvogels, symboolvoor de opstanding van Christus, bewonderend toe.