Zolang u tot mij zwijgt

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Ditmaal in Dichterbij: Willem Roskam, die deze maand begint als protestants predikant in de Domkerk in Utrecht. Hij koos het gedicht 'Eindaugustuswind' van Willem Jan Otten. "God komt niet klip en klaar tot spreken, zoals wij mensen met elkaar praten, maar eerder door een ruimte te creëren waarin wij mens kunnen zijn."

Tekst: Bert van der Kruk

“Dit gedicht heeft voor mij een heel directe zeggingskracht. Om te beginnen omdat ik die stilte in een bladstil bos goed ken. Ik heb veel gekampeerd, als kind en later ook met mijn vrouw. ’s Nachts in de tent ervaar je dat het niet helemaal stil is. Je hoort de wind door de bomen, je bent sterk verbonden met geluiden van de omgeving, de natuur – een heel eigensoortig geluid is dat. Tegelijk hoor je de geluiden van andere mensen veel directer dan in het dagelijks leven, als iedereen achter zijn eigen voordeur zit. Het beeld van andermans kind dat roept in de nacht, is heel herkenbaar. Als zoiets gebeurde, heb ik vaak terug moeten denken aan dit gedicht. En afgelopen zomer helemaal; toen kwam het geluid van ons eigen kind, want wij gingen – moedig genoeg – kamperen met een meisje van nog geen jaar oud.

Los van dat eerste beeld word ik vooral geraakt door de betekenis. Het gedicht speelt met de mogelijkheid om je luidkeels te richten tot God met je indringendste vragen en gedachten, terwijl het tegelijkertijd de stilte en het zwijgen van Gods kant positief waardeert. Er komt dus niet met zoveel woorden een antwoord; er is een zwijgen dat ruimte schept. Ik ben dat langzaam gaan zien als iets heel rijks en verbeeldingrijks. God komt niet klip en klaar tot spreken, zoals wij mensen met elkaar praten, maar eerder door een ruimte te creëren waarin wij mens kunnen zijn. Het is aan mij, u laat mij vrij – het wordt dus niet ingevuld. Ik ben opgegroeid in de vrijgemaakt-gereformeerde traditie, waarin het spreken van God overal aanwezig was. Je kon God al je noden en zorgen toevertrouwen en erop rekenen dat hij ook zou terugpraten. Ik heb daar altijd veel moeite mee gehad; ik kon mij niet voorstellen dat God zo menselijk het woord neemt en je precies vertelt wat er moet gebeuren. Als je het zo menselijk opvat, zo rationalistisch ook, ga je vanzelf twijfelen. Dan worden geloof en spiritualiteit een systeem waarin iedere menselijkheid en goddelijkheid vervliegen. Alles wat goed is aan godsdienst en aan poëzie, vervluchtigt daarin. Ik heb het zwijgen van God altijd als indringender ervaren, en ben daar ook niet voor weggevlucht. Wat God doet voor een mens – ruimte scheppen – is volgens mij ook wat wij mensen voor elkaar moeten doen. Dus niet alles plat praten, maar ook zwijgen. Dan ervaart een ander, of ervaar je soms ook zelf, een ruimte om iets te zeggen wat misschien anders niet gezegd zou zijn.

Het was een geleidelijke ontwikkeling die in een stroomversnelling kwam toen ik theologie ging studeren, niet aan de gereformeerde universiteit – al werd daar wel lichte druk voor uitgeoefend – maar in Utrecht. Ik kon mijn eigen gedachten vormen en leerde andere tradities kennen. Ik deed een  grote liefde op voor de anglicaanse traditie, waarin niet zo’n dwingend systeemdenken aanwezig is, maar meer ruimte is voor mysterie en geheimenis. Niet alles hoeft onbepaald te blijven, zeker niet, maar je hebt wel ruimte nodig om mens te zijn en je gedachten te vormen bij de dingen. Die bewegingsvrijheid heb ik ook als dominee nodig. Als student was  ik enkele jaren gemeentelid van de Domkerk. Wat me aanspreekt, is dat de zondagse liturgie er meer in evenwicht is, omdat er iedere zondag avondmaal wordt gevierd. Dat brengt een mystiek element in de liturgie dat je met alleen lezingen en het woord niet goed kunt vangen. Sommige dingen kunnen nu eenmaal niet gezegd worden.” ●

Willem Roskam (Berkel en Rodenrijs, 1988) begint deze maand als protestants predikant in de Domkerk in Utrecht. Sinds 2015 was hij voorganger van de Protestantse Gemeente Lexmond. Hij studeerde theologie en bestuurs- en organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht.

 

Zie ook: ‘Het verlangen om geraakt te worden’, waarin Bert van der Kruk terugblikt op tien jaar Dichterbij.