Wie leeft, loopt averij op

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
In de nieuwe bioscoopdocumentaire Your mum and dad wil filmmaker Klaartje Quirijns de oude emoties naar boven halen die haar familie al sinds jaar en dag dwarszitten. Ze toont hoe verzengend groot de impact is die ouders op hun kinderen hebben, zelfs als die kinderen zelf inmiddels volwassen zijn geworden en kinderen hebben gekregen. Dankzij je vader en je moeder krijg je een kans om te bestaan, maar ze zadelen je wel op met emotionele schade.

Tekst: Jurgen Tiekstra

Afgelopen mei las ik de krant en snapte ik iets niet. Het ging om een artikel over het schandaal rond de inmiddels overleden vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat. Ruim vijftig kinderen die verwekt zijn met zaad van zijn donorkliniek stapten naar de rechter om van Karbaats erfgenamen een schadevergoeding te krijgen. De arts had hun donorvaders namelijk niet gecontroleerd op erfelijke afwijkingen, waardoor de nu volwassen kinderen kampen met ziektes en stoornissen. Eén vrouw leidt aan verschillende vormen van reuma. “Mensen als ik zijn ziek geworden van onze donor”, zei ze.

Ik begreep haar frustratie over haar ingrijpende ziekte, maar was tegelijk verward. Was ze nog steeds van mening dat de vruchtbaarheidsarts haar donorvader had moeten afwijzen, vanwege zijn erfelijke afwijking die kennelijk bij hemzelf en zijn kinderen reuma veroorzaakt? Want had Karbaat dát gedaan, dan had zij niet bestaan. Zij is geboren uit het zaad van deze man en had uit niemand anders zijn zaad geboren kunnen worden. In feite protesteren zij en de andere kinderen niet tegen de ziekte of stoornis waarmee zij moeten leven, maar tegen het feit dat ze bestaan. Want die vervloekte handicap is, hoe verwerpelijk ook, inherent aan hun leven.

Bij het zien van de nieuwe bioscoopdocumentaire Your mum and dad van de Nederlandse filmmaker Klaartje Quirijns moest ik weer aan Karbaats donorkinderen denken. Quirijns’ film is genoemd naar een sardonisch gedicht van de Britse dichter Philip Larkin, een gedicht dat zo waarachtig is dat sommige lezers ervan naar adem zullen happen. De openingsstrofe van This be the Verse is: They fuck you up, your mum and dad. / They may not mean to, but they do. / They fill you with the faults they had / And add some extra, just for you (‘Ze verkloten je, je ma en pa. / Ze hebben het misschien niet zo bedoeld, maar ze doen het wél. / Ze plempen je vol met hun eigen gebreken. / En voegen er nog wat extra aan toe, omdat jij het bent’).

Zonder opsmuk
Het is geen gestileerde documentairefilm die Klaartje Quirijns heeft gemaakt. Veel beelden heeft ze door de jaren heen zonder opsmuk met de eigen hand gefilmd, zonder zich te bekommeren om belichting, kadrering of enscenering. Maar het onderwerp van de film is zo diep menselijk en belangwekkend dat het elke gedachte aan vorm onbeduidend lijkt te maken. Aan de hand van haar eigen levensverhaal toont Quirijns’ film hoe ouders hun emotionele pijn overdragen op hun kinderen, waarna de kinderen ook ouders worden en hun pijn overdragen op hun kinderen, waarna die kinderen ook weer ouders worden en hun pijn overdragen op hun kinderen.

Waarbij het wonderlijke is: die estafette van pijn vindt vaak onbewust plaats. Veel mensen verdringen hun meest bepalende emoties, omdat ergens in hen de angst leeft dat ze die grote, onverwerkte gevoelens, die vaak stammen uit hun vroegste jeugd, niet kunnen bolwerken. Toch vormen die belangrijke emoties hun gedrag en hun relaties, ook al zullen ze zo lang mogelijk blijven ontkennen dat dat het geval is. Mensen zijn er ijzersterk in om hun gedragingen te rationaliseren, terwijl ratio in de regel helemaal niet in het spel is.

Klaartje Quirijns maakt in haar film geen omwegen. Direct na aanvang klinkt haar voice-over: een arts heeft haar verteld dat er iets mis is met één van haar borsten. Veel meer zegt ze hier niet over. Ze weet ook niet wat de arts precies bedoelt, maar ze weet wel dat ze het haar twee dochters niet wil vertellen, omdat ze hen wil beschermen voor wat achter de opmerking van de arts schuil kan gaan.

Dat instinct in haarzelf herinnert haar aan haar eigen ouders, die ook iets met zich meedroegen waarvoor ze haar als kind wilden beschermen. In de tijd dat ze in New York woonde, tot 2007, raadde een bevriende psycholoog haar al eens aan in therapie te gaan. Dat hield ze toen van zich af. In plaats daarvan bleef ze zich achter haar camera verschuilen en besloot ze te filmen hoe die bevriende psycholoog, met de naam Michael, zélf in therapie ging en liggend op de sofa van diens Afro-Amerikaanse collega Kirkland Vaughans vertelde over zijn angsten en depressies. Michaels psychische problemen moesten komen uit zijn weerbarstige jeugd, met een Oost-Europese joodse moeder die in de VS was gaan wonen vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de jodenvervolging in Europa. Zijn moeder was net als hij depressief. Met regelmaat verviel zij in hysterische episodes, waarbij ze schreeuwde en sloeg, net zolang tot hij als kind niet meer kon ophouden met huilen. Dan bedaarde zij, kwam naar zijn kamer toe en probeerde hem te troosten.

Volkomen machteloos
Die oude beelden van Michaels therapiesessies heeft Quirijns in haar nieuwe documentaire gemonteerd. Daar voegde ze beelden bij uit haar eigen bestaan, want dit keer wil ze wél reflecteren op haar eigen emotionele leven. Ze gaat het gesprek aan met haar gescheiden ouders, van wie vooral haar vader een ongrijpbaar leven heeft geleid: met veel onrust, veel gereis, veel verschillende relaties. En dit keer praat ze zelf ook met die psycholoog Kirkland Vaughans, een man met een groot besef van hoe ingrijpend het is als een klein kind niet in zijn bestaansrecht bevestigd wordt door zijn ouders en het kind niet de ruimte krijgt om zijn eigen gevoelsleven te leren kennen. Dat komt doordat een kind volkomen machteloos is ten opzichte van zijn opvoeders. Voor het kind zijn zij alles waar het op steunt. Het kind verinnerlijkt de disciplinering en afwijzing door zijn ouders en zal zichzelf als volwassene blijven disciplineren en afwijzen.

Volgens Kirkland Vaughans krijgt een kind door de depressie van zijn of haar moeder vaak het gevoel dat het verlaten is; het kind voelt zich verlaten door de persoon aan wie hij zich juist moet hechten. Als dat gebeurt, dan ervaart het kind niet slechts verdriet. Het gaat verder dan dat, zegt Vaughans: het kind krijgt hierdoor een angst voor vernietiging. Zo van existentieel belang is het voor een kind om zich te kunnen hechten aan eerst zijn moeder en daarna zijn vader. Dat diepe gevoel van verlatenheid is te groot voor een kind om te ervaren, waardoor de emotie naar het onderbewuste wordt geduwd. Maar daarmee is dat grote verdriet nog niet weg. Het blijft de volwassene lastig vallen en diens gedrag bepalen, zonder dat diegene zich daarvan bewust is.

Bibliotheek van emoties
Het lichaam van een mens is de bibliotheek van zijn oude emoties; van alle eenzaamheid, afwijzing en minderwaardigheid die een kind heeft ervaren, zelfs al dacht het zelf een geruisloze jeugd te hebben. Als het even kan idealiseren kinderen hoe ze zijn opgegroeid, vanwege hun verlangen om loyaal te zijn aan hun ouders en het verlangen om niet dat oude verdriet bloot te hoeven leggen en te voelen.

Ons bewustzijn onthoudt alleen wat het wil onthouden, maar het lichaam is een genadeloze archivaris en bewaart alle pijn. Die verbroken verbinding tussen het verdriet dat in het lichaam is opgeslagen en het bewuste denken dat van geen verdriet wil weten, kan mensen zelfs ziek maken. Dat schrijft de Vlaamse psychiater Paul Verhaeghe tenminste in zijn recente boek Intimiteit. Net als eerder ook de Pools-Zwitserse psychologe Alice Miller, in haar boek Eva’s ontwaken uit 2001: “Wanneer het cognitieve systeem het tegendeel beweert van wat onfeilbaar in de lichaamscellen is opgeslagen, voert de mens een aanhoudende oorlog met zichzelf.”

Een mens kan intens boos worden als hij gaandeweg zijn leven zicht krijgt op hoe zijn gevoelsleven is gehavend. Het is schrijnend om te moeten concluderen: als mijn ouders niet emotioneel tekort waren geschoten toen ik kind was, dan had ik nu meer zelfvertrouwen gehad, dan was ik minder bang voor intimiteit geweest, dan werd ik niet met regelmaat geplaagd door zwaarmoedigheid of eenzaamheid.

Tegelijkertijd is het net als met de donorkinderen van Karbaat. Hun fysieke averij is inherent aan het feit dat ze bestaan; net zo is het met oud, kinderlijk verdriet dat mensen hun leven lang kan blijven plagen. Kennelijk konden onze ouders niet anders dan tekortschieten. Ons bestaan is daardoor een worsteling, maar we leven wel.

Your mum and dad draait vanaf donderdag 3 oktober in de bioscoop. De film zal later ook worden uitgezonden door de EO.