Wie is baas in moeders buik?

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
In 1984 werd de abortuswet van kracht. Momenteel wordt deze wet in opdracht van de politiek tegen het licht gehouden. Elk jaar vinden in Nederland ruim 30.000 abortussen plaats, omdat de betreffende vrouwen in een ‘onontkoombare noodsituatie’ verkeren. De keuzevrijheid van de vrouw staat bijna altijd voorop. Maar wát is het dat in haar groeide en nu wordt gedood?

Tekst: Jurgen Tiekstra

Je hebt de vrouw en je hebt het ongeboren leven. Het laatste kan niet zonder de eerste. Maar wat zouden de dingen simpeler zijn geweest als dat wel had gekund: dat het kind buiten zijn moeder geboren zou kunnen worden.
In 1984 werd de Wet Afbreking Zwangerschap van kracht. Het was niet zo dat abortussen voor die tijd niet plaatsvonden. Al sinds eind jaren zestig werden abortusklinieken gedoogd, maar de wetgeving liep flink achter op de praktijk. Het duurde tien jaar voordat er een wettekst lag waarmee alle politieke richtingen vrede hadden. In de abortuswet wordt sindsdien de zelfbeschikking van de vrouw benoemd, maar ook dat een zwangerschap alleen in een ‘onontkoombare noodsituatie’ beëindigd mag worden.
De laatste anderhalve jaar is, in opdracht van het kabinet, door wetenschappers gewerkt aan een evaluatie van de abortuswet, die nu 36 jaar oud is. Het eindrapport – waarin onder meer wordt beschreven wat de nieuwste medische inzichten zijn en of de huidige abortuspraktijk zorgvuldig genoeg verloopt – wordt rond deze tijd aan de Tweede Kamer aangeboden. Voorafgaand aan het onderzoek mochten de politieke fracties meedenken over de vragen die aan de orde moesten komen. Terugkerende kopzorg bij de confessionele partijen (CDA, ChristenUnie en SGP) was: moet er niet eens een definitie komen van wat een ‘noodsituatie’ is? Want, stelde de CDA-fractie, abortus mag niet verworden tot een late vorm van anticonceptie. “Iedere vorm van menselijk leven heeft immers recht op bescherming.”

De niet-confessionele partijen waren met hun gedachten heel ergens anders. GroenLinks wil samen met de PvdA en de VVD dat een vrouw, behalve bij de abortuskliniek, ook bij de huisarts abortuspillen kan krijgen. Daarnaast wil de partij af van de vijf dagen bedenktijd die vrouwen krijgen opgelegd. Volgens de partij werkt die verplichting taboevorming in de hand.
Buiten de politiek is ook het Humanistisch Verbond bezorgd. De organisatie voert een campagne voor het recht op abortus, omdat er een groeiend taboe zou zijn op het afbreken van zwangerschappen. “Wereldwijd winnen conservatieve bewegingen steeds meer terrein. Zij zijn volledig gericht op het terugdraaien van verworven vrijheden en rechten zoals abortus.”

Medisch dossier
Ondanks die vermeende taboeïsering van de abortus, worden in Nederland elk jaar ruim dertigduizend zwangerschappen beëindigd. Tot en met acht weken gebeurt dat met een abortuspil, tot en met twaalf weken door een zuigcurettage, tot en met 22 weken door een ‘instrumentele abortus’, waarbij ‘het vruchtje’ met instrumenten wordt verkleind en verwijderd.
Tot de formele bovengrens van 24 weken, als het kindje ook buiten de baarmoeder levensvatbaar is, heeft een vrouw de volledige vrijheid of ze het ongeboren leven laat beëindigen of niet. Het enige criterium is haar wil. Dat blijkt ook uit een recent interview dat het Humanistisch Verbond had met de abortusarts Nina Willemse. “Ik heb een keer met een vrouw zitten rekenen of het financieel mogelijk was om een kind te krijgen”, vertelde zij. “Later kwam ze terug omdat ze ontdekte dat geldtekort helemaal niet de reden was; ze wilde het gewoon echt niet. Ook dat is een noodsituatie.”

Dat de keuzevrijheid van de vrouw in het debat zo’n nadrukkelijke rol speelt, komt doordat de abortuspraktijk is voort gekomen uit de maatschappelijke emancipatie van de vrouw. Ten opzichte van de man is de vrouw altijd in het grote nadeel geweest dat zij als enige de gevolgen moest dragen van het hebben van seks. Zij was degene die zwanger kon worden, die moest baren en het kind moest zogen. Toen Organon in 1962 de anticonceptiepil ging produceren, was dat een emancipatoire omwenteling. Voor het eerst in de geschiedenis konden vrouwen echt grip krijgen op hun vruchtbaarheid.

Wat met de pil ook gebeurde, was dat de vruchtbaarheid van de vrouw een medisch dossier van de huisarts werd. De huisarts was degene die de pil voorschreef, waardoor hij zich ook verantwoordelijk ging voelen als de anticonceptie onverhoopt mislukte. Als hij het verdriet van de ongewenst zwangere vrouw niet kon aanzien, stond hij haar soms bij met een abortus. Dan hoefde dezelfde vrouw niet in een achterafkamertje geholpen te worden door een ‘engeltjesmaker’, die een abortus opwekte door met een klysmaspuit zeepsop in de baarmoedermond te spuiten. Door deze clandestiene handeling konden vrouwen ernstig ziek worden.

Gelijke burgers
Een aantal jaren geleden keek de voormalige huisarts Frans Wong in een interview terug op de felle strijd voor de abortus in de jaren zestig en zeventig. Zelf had hij pionierswerk verricht, als oprichter van de eerste abortuskliniek. Eén citaat van hem lijkt kernachtiger dan al zijn andere in het bewuste vraaggesprek. “Een vrouw moet biologisch net zo vrij zijn als een man”, zei Wong. Want dat bewerkstelligden de pil en de abortus: ze bevrijdden de vrouw van haar biologische ketenen. Ze kon net als de man seks hebben, zonder dat haar maatschappelijk positie averij opliep.

Nog steeds lijkt dat de kernzaak: de vrouw die haar biologische gedetermineerdheid ontstijgt. Dat blijkt recent ook uit de artikelen van de medisch-filosoof Anna Smajdor, verbonden aan de Universiteit van Oslo. In haar ogen zijn seksuele reproductie en vroege moederschap niet verenigbaar met de waarden en prioriteiten van westerse, liberale democratieën. Denk aan gendergelijkheid, financiële zelfstandigheid van de vrouw, gelijke onderwijskansen en een gelijke gezondheid. “Het is medisch veiliger voor vrouwen die zwanger zijn geworden om een abortus te ondergaan dan om de zwangerschap voort te zetten”, schrijft Smajdor. Maar ook: “Als vrouwen werkelijk zouden moeten functioneren als gelijke burgers in westerse, liberale democratieën, dan is het noodzakelijk om helderder en moediger na te denken over de vraag of seksuele reproductie zo essentieel is voor onze moderne levens als we geneigd zijn aan te nemen.” Ze benadrukt de emancipatoire betekenis van bijvoorbeeld ‘kunstmatige geslachtscellen’, die het op termijn mogelijk maken dat vrouwen zelfs na hun menopauze nog kinderen kunnen krijgen – lang nadat ze carrière hebben gemaakt.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.