Wachten: een kunst

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“Wachten is een kunst. Het is op zich niets. Wachten is wat je verklaart te doen tijdens een andere activiteit. Wat die activiteit is, dat is belangrijk. Lezen of zien en steeds weer terugkeren naar de tekst of het beeld. Dan kan de Geest geduldig haar werk doen. Elke keer opnieuw.” Frits Hendriks over het toneelstuk Wachten op Godot van Samuel Becket en het schilderij Het wachten van Pyke Koch. De inzending van Frits Hendriks ontving van de jury van de Volzin-schrijfwedstrijd een eervolle vermelding. Tekst: Frits Hendriks Beeld: Hollandse Hoogte

‘Wachten op Godot’, Edinburgh International Festival 2018.

Wachten op Godot van Samuel Becket is een van de grote toneelstukken van onze cultuur. Echte kunst is altijd multi-interpretabel, maar deze tekst voegt daar een dimensie aan toe. Sinds de eerste uitvoering in 1952 wordt er over de mogelijke betekenis gesproken. Elke keer opnieuw.
Het stuk zelf is vaag, maar vooral het onderwerp maakt het lastig. Het wachten bemoeilijkt een eenduidige interpretatie. Wachten is namelijk geen zichtbare activiteit. Een mens kan eigenlijk niet wachten. Een mens doet iets en betitelt dat als wachten, maar als activiteit rolt hij een sjekkie, speelt met zijn smartphone of staart naar de wolken. De personages in Wachten op Godot zien we dan ook niet wachten. Ze doen andere dingen, vooral praten en dat interpreteren we als wachten. Al is het zelfs dat niet. Ze lummelen eigenlijk maar wat. Ze kijken niet vooruit, ze verwachten niet, maar wachten af. En als er verteld wordt dat Godot vandaag niet komt, verandert dat niet veel in hun houding.

Afwezig of aanwezig

Wat betekent Wachten op Godot? Sommige mensen zeggen dat Godot staat voor God of the Old Testament. Beiden zijn ze grote afwezigen. Ik ga in deze interpretatie graag mee; Becket zelf niet. Maar ja, er is zoiets als het recht op interpretatie voor iedere mens, niet alleen voor de schrijver. En voor mij is het stuk een duidelijke variant op de christelijke pa-rabel van de tien jonge vrouwen. De komst van de bruidegom is aangekondigd. Tien meisjes wachten op hem. Vijf slapen terwijl ze dat doen. Vijf maken olielampen in orde om de brui-degom ook in het donker te kunnen verwelkomen. En zie, hij komt in de nacht. Vijf zien dat vanwege hun activiteit. De slaapsters hebben pech, voor hen blijft de bruidegom de grote afwezige. Alle tien de vrouwen verwachten de bruidegom; dat is het verschil niet. Het hoe doet ertoe.
Het wachten op Godot is tevergeefs. Hij blijft afwezig. Of zien ze hem niet? Ontgaat hen zijn aanwezigheid? Monnikenvader Benedictus geeft zijn broeders de opdracht iedere gast te ontvangen als de Zoon van God zelf, om God maar niet te missen. En ook de Emmaüsgan-gers zagen in een vreemdeling God.
Als wachten op Godot weinig zin heeft, omdat hij altijd morgen pas komt, dan hangt van het ‘hoe wachten wij’ de zin van ons leven af. Doe je dat vol verwachting, dan is er al iets van de verwachte te zien. Wie zingt Vol verwachting klopt ons hart ziet Sinterklaas al voor zich staan. Of wacht je ongeduldig? Dan valt het nog-niet op. In het wachten kán de ver-wachte altijd al aanwezig zijn.

Naar schilderij

De vijf wachtende vrouwen zien we terug op Het wachten van Pyke Koch. Zien we hier de slapende meisjes of de vijf met de olielampen? Het schilderij is in bruikleenbezit van het Centraal Museum in Utrecht, maar was enkele jaren terug ook te zien op een tentoonstel-ling in Museum Arnhem over kunst die werd aangekocht door het collaboratieregime tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daar zag ik het als sluitstuk van de expositie in de Rijnzaal. De multi-interpretabiliteit van het wachten was daar duidelijk aanwezig. Voor- en tegen-standers van Nazi-Duitsland zagen in het schilderij een verheerlijking van, dan wel een aan-klacht tegen het fascisme, zo vertelden begeleidende teksten. Je kunt er alle kanten mee op, omdat de interpretatie van wachten zo verdomd subjectief is.
Als ik naar het schilderij kijk, zie ik vijf totaal verschillende vrouwen. De meest linkse lijkt hoopvol te wachten. Ze kijkt reikhalzend naar links. Dat is helaas wel de kant die we over het algemeen als het verleden beschouwen. De tweede vrouw kijkt achterdochtig. Ze kijkt wel naar rechts, maar teruggetrokken. Ze zal het wel zien, of eigenlijk gelooft ze het niet te zullen zien. De middelste vrouw staat met haar rug naar de kijker. Ze is chique aangekleed en lijkt niet het type dat gewend is te wachten. Haar bedienden hebben haar wensen reeds vervuld, voordat ze in haar opkomen. De vierde vrouw kijkt in de schaduw, peinzend, naar links. De laatste vrouw lijkt helemaal geen vrouw te zijn, maar een travestiet. Haar/zijn lichaam is wel naar de toekomst gewend, maar de blik naar de eigen tas. Zitten er genoeg spullen in voor deze nacht? De korte termijn lijkt hier van belang.
Geen van de wachtende vrouwen verwacht iets van de toekomst. Zo door mijn ogen bezien is het een naar schilderij. Al kan het uiteraard zijn dat ik in mijn interpretatie meer mijzelf uitleg dan het doek, zoals dat rond de oorlog ook gebeurde. Het kan zijn dat ik meer mijn eigen verwachtingen projecteer op deze vrouwen, dan dat ik hun verwachtingen lees.

Aandachtig kijken

In de lectio divina, het monastieke biddend lezen van de Bijbel, is er altijd dit gevaar van inlegkunde. Maar dat geeft niet. Er is een veiligheidsklep ingebouwd. Als je elke dag de-ze lectio beoefent, dan is het onmogelijk om altijd maar de eigen wil door te drukken in de interpretatie. Ooit zal er ruimte ontstaan voor God om in te breken. Daar moeten we op wachten. We moeten niet te snel conclusies trekken. Laat de tijd haar werk doen. Geduld!
De methode van lectio biedt geen vast te volgen stappenplan met lectio, meditatio, oratio en contemplatio, al wordt het zo wel vaak aangeboden. Het is veel eenvoudiger dan dat: lees met aandacht en de tekst zal openbreken. Meer is het niet. God zál verschijnen. Daarom wordt in principe de Bijbel gelezen, omdat God daar al van de bladzijden spat. Maar elk ander geschrift is ook mogelijk. God geneest immers met slijk en hij maakt uit aarde de kroon op zijn schepping. Hij heeft alles geschapen, dus kan Hij ook alles gebruiken om Hem te doen kennen.
In tegenstelling tot de lectio divina is de visio divina niet zo bekend. Mij bekruipt zelfs het idee dat ik de term zojuist heb uitgevonden. Wel bestaat er zoiets als beeldmeditatie, maar dit is een term die een brede lading dekt. Iedere aanbieder heeft een eigen variant. Er kan sprake zijn van iconenanalyse en van een meer intuïtief aanvoelen.
Ikzelf zou zo veel mogelijk willen aansluiten bij de lectio. Zoals het geldt met het woord, geldt het ook met het beeld. De hoofdopdracht is: Kijk aandachtig. En het beeld zal openbreken. Vaak worden iconen gebruikt om God te ontmoeten, omdat deze al van Hem vertellen. In wezen is echter ook hier elke afbeelding bruikbaar. De Geest kan overal waaien.
Overigens is dit openbreken van het beeld een algemeen menselijk principe. Iedereen kan dit ervaren, niet enkel de gelovige die er God in herkent. Zo zou Flaubert geschreven hebben: Pour qu’une chose soit intéressante, il suffit de la regarder longtemps. Wil je wat interessants zien, dan moet je langer kijken.
Ga steeds terug tot het zien. Dat is de enige opdracht en methode die te geven is, ook al klinkt dit haast ongelofelijk eenvoudig. Kijk aandachtig. En als er gedachten opkomen, laat ze. En als ze te ver afdwalen, ga dan terug naar het beeld. Als het een gedachte van de Geest is, komt ze vanzelf terug. God is geduldig. Hij zal blijven roepen, zoals hij deed bij Samuel en Jona. Als we onze eigen gestuurde gedachten weg laten, zal er ruimte komen voor de Geest. Of in de woorden van Jezus: “Zalig de armen van geest, want zij zullen God zien.”

Eigen gemoedstoestand

Dat de visio in wezen makkelijk is, maar in uitvoering niet zo, bewijst mijn eigen leven wel. Bij exposities heb ik de gewoonte om eerst al het werk te bekijken met enige aandacht. Daarna kies ik één werk, dat mij meteen trof, uit om met volle aandacht naar te kijken. Dit is een prachtige voorbereiding op visio. Daar gaat het immers niet om de kwantiteit van het kijken, maar om de kwaliteit.
Zo belandde ik dus ook in Museum Arnhem in die grote zaal op de grond voor Het wachten. Mijn volgende afspraak was echter over een kwartier en tijdens mijn zien was er achter mij bij een ander schilderij in dezelfde zaal een opname bezig van Nieuwsuur met een interview van een museummedewerker. Ik lette dus deels op het gebeuren achter mij en deels op het schilderij. Ook hield ik mijn horloge in de gaten. Ik was met veel bezig, maar niet zo zeer met aandachtig kijken naar het beeld. Het werk bleef dan ook voor mij gesloten en de conclusies die ik eruit trok, lijken nu achteraf vooral mijn eigen gemoedstoestand te weerspiegelen. Ik had niet genoeg tijd genomen voor dit schilderij. Ik had niet gewacht, hooguit afgewacht.
Wachten is een kunst. Het is op zich niets. Wachten is wat je verklaart te doen tijdens een andere activiteit. Wat die activiteit is, dat is belangrijk. Lezen of zien en steeds weer terugkeren naar de tekst of het beeld. Dan kan de Geest geduldig haar werk doen. Elke keer opnieuw.

Paspoort

Frits Hendriks ( Neer, 1980) is theoloog en leraar. Als student theologie trad hij in bij de trappisten van Abdij Lilbosch in Echt waar hij drie jaar lang gevormd werd in stilte en lectio divina. Hij is actief op beleids- en bestuursniveau in het levensbeschouwelijke vormingsonderwijs op openbare scholen. Ook is hij vaste voorganger in de Studentenkerk Nijmegen, teamcoach van het Nederlands Bijbelgenootschap, bestuurslid van de Banningvereniging en van de parochie Heilige Stefanus in Nijmegen. Als fellow van het Titus Brandsma Instituut onderzoekt hij hoe de schat van de christelijke traditie is te openen voor de hedendaagse mens. Frits Hendriks: “In mijn inzending voor de Volzin-schrijfwedstrijd probeer ik precies dit, vanuit mijn spirituele opvoeding in de abdij.”