Waarom Georg Baselitz ondersteboven schildert

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Schilder Georg Baselitz (1938) verzet zich consequent tegen vrijblijvende, gladde schoonheid. Hij wil, juist met zijn ontregelende expressionistische vormentaal, het ruwe en ongepolijste van de realiteit onder ogen zien. In zijn laatste werken toont hij dan ook zijn eigen aftakeling en ontluistering. Eric Corsius ziet een overeenkomst met de middeleeuwse passiekunst: “'Zie de mens’, lijkt Baselitz te zeggen: ‘Zie de mens in zijn breekbaarheid en vergankelijkheid'.”

Tekst: Eric Corsius Beeld: ANP Foto

“Deze beelden kunnen als schokkend worden ervaren.” Met deze woorden waarschuwt de presentator van het tv-journaal ons als er filmopnames worden getoond waarin slachtoffers van natuurrampen of menselijk geweld voorkomen. Ook de zogenaamde Kijkwijzer maakt ons erop attent dat we op het punt staan te gaan kijken naar beelden waarin het nodige bloed vloeit. Door deze waarschuwingen kunnen we als kijkers beslissen of we willen kijken of niet. Het is aan ons om de confrontatie aan te gaan of om onze blik af te wenden – of zelfs helemaal af te zien van het kijken.
Er vindt echter ook censuur plaats. Sommige beelden worden te gruwelijk geacht om überhaupt te worden vertoond. Toen een aantal jaar geleden de terreurgroep IS in een poging om ons te intimideren en schrik aan te jagen opnames van onthoofdingen de wereld instuurde, weigerden de media deze te tonen. Er is blijkbaar een grens aan wat wij mensen aankunnen als het gaat om beelden van geschonden levens en lichamen. Die grens ligt weliswaar bij iedereen ergens anders, maar juist daarom worden wij voor ‘schokkende beelden’ gewaarschuwd, zodat we zelf kunnen kiezen om ons al dan niet bloot te stellen aan dergelijke beelden. De grens ligt ook in elke cultuur en tijd verschillend. De huidige generatie in het Westen is wat minder gevoelig dan vorige generaties. Helemaal afgestompt zijn we – gelukkig! – echter niet.

Afzichtelijkheid
Des te meer valt het op, dat we niet opkijken van de aanwezigheid in ons dagelijks leven van een van de meest gruwelijke schouwspelen uit de geschiedenis: de marteldood van Jezus van Nazaret. Met droge ogen zien katholieken de afbeelding ervan aan de muur van hun woonkamers hangen. En met esthetisch genoegen bekijken museumbezoekers de gedetailleerde weergaven van de kruisdood op schilderijen uit de late middeleeuwen – en de tradities die daarop voortborduurden in de eeuwen erna. De grote klassieker en standaard binnen dit genre wordt gevormd door het Isenheimer altaar van Matthias Grünewald (1479-1528). Dit werk zorgt voor een constante stroom bezoekers aan de Franse stad Colmar en geldt als het hoogtepunt van de laatgotische passie-kunst. De realistische weergave van Jezus’ lijden wordt geroemd en als indringend ervaren, maar niet als choquerend. Zonder afgestompt te zijn, zijn we er blijkbaar wel aan gewend geraakt.

Misschien is het wel om die reden dat er af en toe moderne kunstenaars zijn, die het schrikbarende effect en de bewuste afzichtelijkheid van dergelijke afbeeldingen weer tevoorschijn willen halen onder de vergoelijkende en geruststellende laag van de esthetiek. Een van die kunstenaars is de Duitser Georg Baselitz (1938), die zichzelf beschouwt als een schakel in de traditie van de ‘afzichtelijkheid’, waarvoor de toon werd gezet in de late middeleeuwen, met name in Duitsland. In het afgelopen jaar, toen hij tachtig jaar werd, koos hij er ook bewust voor om een overzichtstentoonstelling te houden in het museum Unterlinden in Colmar, de thuisbasis van Grünewalds altaarstuk. De bewuste keuze voor Colmar als plaats van handeling was een eerbetoon van Baselitz aan zijn grote voorganger – en ook wel een beetje aan zichzelf, want een zekere ijdelheid en zelfingenomenheid is Baselitz, die zichzelf als de grootste van zijn generatie beschouwt, niet vreemd. In groot contrast met zijn hoge eigendunk staat zijn grote openhartigheid en – het cliché zij mij vergeven – de bereidheid om zich kwetsbaar op te stellen. Veel van zijn recente werken zijn namelijk zelfportretten waarin hij onverholen zijn eigen aftakeling toont.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.