'Verantwoordelijkheid nemen maakt de zin van het leven uit'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Wat kunnen wij weten? Wat mogen wij hopen? Wat moeten we doen? Dat zijn de eeuwige vragen van de filosofie. Elze Riemer geeft het antwoord van twaalf ‘denkers van nu’ en legt daartoe haar oor te luisteren bij kenners. Aflevering 8: Renée van Riessen over de Frans-joodse denker Emmanuel Levinas. “Ethiek is voor Levinas de opdracht om gehoor te geven aan de onverwachte roep van de Ander.”

Tekst: Elze Riemer

‘Ik ben pas vrij in het gelaat van de Ander”, is een bekende uitspraak van de Frans-joodse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995). Hij verlegde de blik van het ego, dat bijna altijd centraal staat in de westerse filosofie, naar de Ander. Daar waar de Ander inbreekt op mijn plannen, is vrijheid en hoop te vinden, stelt hij. Niet voor niets gaf Levinaskenner en hoogleraar filosofie Renée van Riessen (Lunteren, 1954) haar boek over Levinas de titel Van zichzelf bevrijd mee. Maar het gaat hier wel om een lastige vrijheid, waarbij verantwoordelijkheid een kernbegrip is, vertelt Van Riessen: “Zijn filosofie is in grote mate bepaald door de opkomst van het nazisme in de jaren dertig en de Holocaust. Daar zag hij met eigen ogen de consequenties van het wegkijken van het gelaat van de Ander. Juist hierin blijft Levinas actueel. We wenden nog steeds dagelijks onze blik af van de Ander. Ja, die interruptie van de Ander is een verstoring, want zij schuurt en komt vaak niet uit. Maar pas wanneer we op de Ander ingaan, komen we echt tot onze bestemming als mens.”

Waarom schrijft Levinas ‘de Ander’ eigenlijk altijd met een hoofdletter?

“In het contact met de Ander neemt transcendentie een belangrijke plek in: de Ander raakt een snaar bij je die anders nooit geraakt zou worden. Daarbij toont zich in het gelaat van de Ander iets van God, van Gods gebod en van Gods verborgen gelaat. Dus de Ander bevrijdt me eigenlijk zodat ik me met God kan verbinden én God bevrijdt me zodat ik me met de Ander kan verbinden. Dat is een soort permanente, spannende driehoeksrelatie.”

Hoe bent u op het spoor geraakt van Levinas?

“Tijdens mijn studie kwam ik op zijn pad via een andere joodse filosoof: Martin Buber. Buber stelt dat de dialoog veel centraler staat in het denken dan we tot nu toe verondersteld hebben. ‘Ik heb geen leer, ik voer een gesprek’, was zijn filosofie in het kort. Levinas werd geïnspireerd door Buber, maar heeft ook kritiek op hem. Volgens Buber is de relatie tussen de twee deelnemers aan een dialoog gelijkwaardig. Zijn centrale stelling is dat we groeien door elkaar, in gesprek met elkaar: ik heb jou nodig om mezelf te ontwikkelen, om te worden wie ik ben, en jij hebt mij nodig. Levinas vindt de dialoog even belangrijk, maar hij interpreteert die net even anders, omdat hij de nadruk legt op het feit dat de ander me daarin onderbreekt, bekritiseert en beoordeelt. De dialoog is voor hem primair een ethische kwestie.”

Hoe is dit een ethische kwestie?

“Ethiek is voor Levinas de opdracht om gehoor te geven aan de onverwachte roep van de Ander, meer specifiek noemt hij dat: het gelaat van de Ander. Dat gelaat van de Ander vraagt me iets, roept me tot de orde en haalt me uit mijn comfortzone. Die Ander breekt in op de plannen die ik voor mezelf heb gemaakt. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan is een voorbeeld van hoe dat concreet kan worden. Drie mensen passeren in de gewonde en beroofde man, maar het is de Samaritaan die in deze situatie gehoor geeft: hij wordt volgens Jezus, die in het Evangelie dit verhaal vertelt, de naaste van de gewonde. Hier gebeurt iets heel belangrijks dat je met Levinas in het achterhoofd kunt uitleggen als ‘naaste worden’, in de zin van iemand anders nabij komen. En dat betekent ook dat je uit je eigen cirkel getrokken wordt. Precies dat is wat het ‘naaste worden’ van de barmhartige Samaritaan inhoudt: hij wordt uit zijn eigen cirkel getrokken.”

Waarom is dit zo belangrijk?

“Het staat haaks op waar het in de filosofie, maar ook in de samenleving, primair om gaat: het zelf – of het ego – dat tot ontwikkeling moet komen. In de hedendaagse levensfilosofie en zelfhulpboeken gaat het over bijna niks anders. Levenskunst is dan worden zoals je bedoeld bent, door uitvoerig bij jezelf stil te staan. Het leven wordt dan wel voorgesteld als een soort kunstwerk waaraan je moeten werken. Via de filosofie van Levinas leerde ik de zwakke punten van deze levenskunstfilosofie te zien. Levinas wijst namelijk op het gevaar dat mensen constant lopen om in zichzelf opgesloten te raken. Hij ziet dat echt als een vorm van gevangenschap. Je kunt pas echt ontsnappen aan jezelf en vrij zijn, wanneer je de Ander laat inbreken op jouw plannen. Dan kom je tot je echte bestemming als mens, omdát je van jezelf wordt losgemaakt. Het zelf doet er niet meer zo toe; deze gedachte verlicht en relativeert ons bestaan.”

En wat gebeurt er als je je niet laat raken door de Ander?

“Je kunt heel definitief het spoor bijster raken. Levinas verwijst in dat verband naar de Tweede Wereldoorlog. Wat er toen is gebeurd, ziet hij als een zeer ingrijpende desoriëntatie, die veroorzaakt werd door het vergeten van het gelaat van de Ander. Nog altijd vragen we ons af hoe midden in het zogenaamd beschaafde Europa een zo grootscheepse moord op één bevolkingsgroep heeft kunnen plaatsvinden. Hoe heeft het zo ver kunnen komen en hoe heeft één bepaalde groep het voor elkaar gekregen dat anderen bereid waren aan die moord mee te werken? Onderzoek zoals dat van de Pools-joodse filosoof Zygmunt Bauman (1925-2017) heeft uitgewezen dat uitsluiting van de betreffende groep uit de kring van de menselijkheid hierin een belangrijke rol speelt. Kort gezegd: hoe kun je anderen overhalen om van een bepaalde groep te denken dat die maar beter uit de samenleving verwijderd kan worden? Om te beginnen door ze uit je wereld te verwijderen. Daarmee begon het, in kleine stappen: niet-joden mochten niet meer in joodse winkels komen, joodse kinderen moesten naar aparte scholen. Er kwam apartheid, gesteund door wetgeving die contact tussen joden en Ariërs bemoeilijkte en in feite verbood. Het is de praktijk van de uitsluiting, die je overigens ook zag in Zuid-Afrika in de periode van de apartheid. Het begint met het idee dat die ander anders is, glijdt af naar de opvatting dat hij of zij geen volwaardig mens is, om uiteindelijk te eindigen bij de overtuiging dat die ander niet echt menselijk is – waardoor je vrij bent om hem of haar te doden.”

Is een dergelijk afglijden niet ook waar te nemen in onze tijd?

“Ik denk dat Levinas zich zeker zorgen zou maken. Er is in Nederland en Europa momenteel een tendens om de multiculturele samenleving onder kritiek te stellen. Door velen wordt die zelfs als een mislukking gezien. We zouden wat meer op onszelf en onze eigen identiteit moeten letten. Dat wat anders is, verschijnt dan als een bedreiging. Thierry Baudet gebruikt in dit verband het woord ‘oikofobie’, wat ‘angst voor het huis’ betekent. We zouden bang zijn voor ons eigen huis en niet voldoende bereid zijn om dat te beschermen. De oplossing wordt gezocht in het versterken van het eigene. Maar daar zit een gevaarlijke kant aan, want als een bepaalde groep mensen beschouwd wordt als in principe ‘niet eigen’, wat zijn dan de consequenties? Krijgen ze dan bijvoorbeeld ook minder rechten?”

 De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.