Van Maria tot Madonna

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
In de Mariamaand mei bidden rooms-katholieken wereldwijd de rozenkrans. Verzamelaar Edwin Mariman bezit er meer dan duizend. “Achter elk bidsnoer zit weer een andere symboliek.”

Tekst: Willem Pekelder Beeld: Edwin Mariman

Het begon zo’n dertig jaar geleden op de vlooienmarkt in Nijmegen. Edwin Mariman vond daar een bijzonder bidsnoer: zonder kruis, maar met een afbeelding van de heilige Cornelius. Opvallend was verder dat de kralen niet waren gegroepeerd per tien, zoals bij de rozenkrans, maar per zeven. Thuisgekomen ging Mariman op onderzoek uit en ontdekte dat het om een bidsnoer ging van de Zeven Smarten van Maria. “Dat is lange tijd populair geweest, maar zo’n honderd jaar geleden in vergetelheid geraakt.”

Tot dan toe kende de katholiek opgevoede Mariman (65) alleen de dominicaanse rozenkrans en de verkorte versie daarvan: het rozenhoedje. Maar vanaf de aankoop van ‘de Zeven Smarten’, een bidsnoer van de Orde der Servieten, ging een wereld voor hem open. Hij begon bidsnoeren te verzamelen uit de hele wereld en bezit er nu meer dan duizend: van het Kroontje van het Heilig Bloed van Boxmeer tot en met de Spaanse Kruiswegrozenkrans. Marimans collectie gaat door voor de best gedocumenteerde ter wereld.

Eigenlijk heet alleen het bidsnoer van de dominicanen officieel rozenkrans, maar bidsnoeren van andere congregaties worden in de wandeling ook zo genoemd, en daarom gebruiken we in dit verhaal beide termen door elkaar. De rozenkransen kwamen dus via de religieuze ordes de wereld in. Dat gebeurde vanaf de vijftiende eeuw, toen de verering van Maria, de Rosa Mystica, in zwang raakte. Niet voor niets wordt in de rozenkrans ‘slechts’ vijftien keer het Onze Vader gebeden tegen honderdvijftig keer het Weesgegroet. Dit laatste geheel in lijn met de honderdvijftig psalmen, die vanouds in de kloosters worden gereciteerd.

De rozenkrans raakte wijdverbreid onder het volk toen de dominicaan Alanus de Rupe rond 1470 een speciale Rozenkransbroederschap oprichtte voor leken. Zo kwamen rozenkrans en rozenhoedje – een snoer met 50 ‘Mariakralen’ – breed onder de gelovigen terecht.

Politieke zet
Mariman, woonachtig in het Zuid-Limburgse Landgraaf, kan er veel over vertellen en publiceert over zijn vondsten al zeventien jaar in het blad Devotionalia. Op basis daarvan is hij vier jaar geleden op zijn internetsite (www.rosaryhistory.com) begonnen aan een standaardwerk over de rozenkrans. Op die manier hoopt de hoogleraar genetica aan de universiteit van Maastricht de geschiedenis van bidsnoeren zo compleet mogelijk vast te leggen. Die historie is breed en heeft niet alleen te maken met kerk en geloof, maar evenzeer met (machts)strijd, emancipatie, mode en commercie. En voor Mariman ook met wetenschap.

Laten we met de opvallendste component uit dit rijtje, de emancipatie, beginnen. Mariman vertelt dat de kloosters zich tot ver in de middeleeuwen voornamelijk richtten tot mannelijke heiligen, God en Jezus. “Door tot Maria te bidden versterk je de vrouwelijke kant van het geloof, en kun je als orde misschien meer volk achter je krijgen en je invloed versterken. Het lijkt erop dat de paus in de geschiedenis vaak strijd heeft geleverd met de ordes om de macht binnen de kerk. Het zou heel goed kunnen dat de invoering van de rozenkrans tevens een politieke zet was“, denkt Mariman.

Het bidsnoer was vaker voorwerp van (machts)strijd. Tijdens de Reformatie was in sommige protestantse streken het dragen van de rozenkrans verboden. “Met het bidden van de rozenkrans kon je, en kun je nog steeds, aflaten verdienen voor jezelf of voor zielen in het vagevuur. Tegen aflaten waren protestanten fel gekant. Vandaar hun verzet.”

In de Franse Revolutie ging de rozenkrans, als symbool van de almachtige rooms-katholieke kerk, een volgende moeilijke periode tegemoet. Kloosters moesten sluiten en de rozenkrans werd minder populair. Toch heeft Mariman een rozenkrans uit die periode die een eerbetoon blijkt aan paus Pius VII, terwijl je op het eerste gezicht zou denken dat het een bewieroking is van zijn tegenpool Napoleon Bonaparte. Het snoer is uitgegeven rond de kroning van Napoleon tot keizer in de Notre-Dame, maar de medaille toont niet de verse keizer, maar de paus met als opschrift: Parijs, 1804. Een stille blijk van hulde aan de kerkvorst? “Dat zou kunnen”, zegt de verzamelaar, “Pius was bij de ceremonie aanwezig, maar werd door Napoleon vernederd. De paus mocht de kroning niet verrichten. Dat deed Napoleon zelf.”

Nieuwe geheimen
Achter een andere rozenkrans in Marimans collectie gaat een verhaal schuil over rivaliteit tussen twee congregaties. Het draait om een Italiaanse rozenkrans, voorstellende de veertien kruiswegstaties, ontworpen door Louise Borgiotti. De vrome Italiaanse bood het bidsnoer rond 1860 aan aan de lazaristen, die op hun beurt de paus toestemming vroegen om het te mogen verspreiden.

Met zijn goedkeuring wachtte de paus heel lang, tot 1906. En binnen zes jaar trok hij die al weer in. Mariman vermoedt daarachter de invloed van de franciscanen. “Vanouds viel het beheer van de kruisweg in Jeruzalem en in de kerken wereldwijd onder hun orde. De franciscanen waren bang dat ze door het nieuwe bidsnoer met de kruiswegstaties aan invloed zouden verliezen. Ze zullen de paus onder druk hebben gezet om het bidsnoer van de lazaristen af te pakken.” Van het hele conflict maakte Borgiotti zelf niets mee. Ze stierf in 1873.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.