Wij leiden onszelf

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Wij Nederlanders vormen een vrij gedwee en gezagsgetrouw volkje. Tegelijkertijd kunnen we tamelijk eigenwijs en antiautoritair uit de hoek komen. We koesteren daarbij de gedachte dat alleen ons eigen gevoel van vrijheid ons leidt. Ton van der Scheer over het dubbele gezicht van de Nederlander.

Tekst: Ton van der Scheer Beeld: ANP Foto

Zittend op ons dakterras aan de rand van de oude stad Leiden zie ik op een zomerse dag per uur vele tientallen bootjes langs varen over de Haarlemmervaart. Ontspannen onderuitgezeten op de kussens van hun sloepen laten deze vaargasten zich voortdrijven door hun buitenboordmotoren. Ze wekken niet de indruk dat ze doelgericht naar iets of iemand onderweg zijn, of ze nu richting stad tuffen of richting Joppe en Kaag. De vraag wat deze mensen leidt doet er weinig toe. Het is zondag. Zij zíjn.

Vrije mannen

Zitten in je bootje zonder lastig te worden gevallen met verheven burgerschapseisen of leiderschapsidealen, dat kun je op twee manieren als typisch Nederlands kenschetsen en is misschien juist daarom voor deze varende Hollanders zo bevredigend. Aan het roer van hun eigen schuitje varen ze zonder zich er per se van bewust te zijn maar mooi in het kielzog van oer-vaderlanders Piet Hein, Willem Barentsz, Michiel de Ruyter en Berend Botje. Of van dat dappere meisje loos, dat wou gaan varen als lichtmatroos. En je niks gelegen te hoeven laten liggen aan wat of wie ons zou moeten leiden, dat is sinds we de koning van Hispanje in zijn sop hebben laten gaarkoken ook al heerlijk Hollands.

Die twee uitingen van Nederlandsheid liggen ook in elkaars verlengde: we laten het er in beide gevallen graag op neerkomen dat het niets anders is dan ons eigen gevoel van vrijheid dat ons leidt. Wij zouden niet eens kúnnen kiezen voor onvrijheid, zodanig zit die ons in de genen. En niet pas sinds 1581. Nee, je zou het zelfs een tweeduizend jaar oude pan-Germaanse erfenis kunnen noemen. Terwijl de Romaanse helft van Europa zich de dictatuur van een goddelijke keizer liet aanleunen, hadden de koningen van al die Germaanse stammen, die aan de andere kant van Rijn en Donau de Romeinen genoeg schrik aanjoegen om plannen voor verdere veroveringen toch maar te laten voor wat ze waren, weinig te vertellen over hun eigen onderdanen. Die onderdanen waren dan ook eigenlijk geen ónderdanen, maar gewoon danen, oftewel, zoals het in Oud-Angelsaksisch heet,  thanes: de kranige krijgsmannen die hun koning weliswaar trouw zwoeren, maar alleen als die ook de rechten van de vrije mannen respecteerde. De Germaanse oerheld Hermann, bij de Romeinen bekend als Arminius – de vernietiger van drie Romeinse legioenen diep in het donkere Teutoburgerwoud in de jaren dat aan de andere kant van het Romeinse Rijk Jezus nog als zoontje van de timmerman speelde met een speelgoedhamertje en speelgoedspijkertjes –  werd tien jaar na zijn gloriemoment door zijn mannen gedood toen hij zich al te zeer als onaantastbaar vorst dacht te kunnen gedragen. Geen gekkigheid, hè.

Dat idee van een Germaans vrijheidsideaal heeft in Nederland de eeuwen overleefd in de versie van ‘de vrije Friezen’. Nog niet zo lang geleden werd die mythische Friese vrijheidsdrang breed uitgemeten in de film en tv-serie Redbad, opgedist als diepere worteling van onze vrijheidslievende volksgeest hier aan de Noordzeekust grofweg tussen Schelde en Elbe. Volgens de filmmakers stelde de Friese koning Redbad (vaker Radboud genaamd) zich rond het jaar 700 als een waar vrijheidsstrijder teweer tegen de heerszuchtige Karolingers en de in hun zog meelopende christelijke bekeerders Willibrord en Bonifatius. Overigens ook allemaal van Germaanschen huize, die Frankische veroveraars en Angelsaksische missionarissen. Dus van een botsing tussen boreale noorderlingen en mediterrane gladakkers was sowieso geen sprake. Een gezonde dosis xenofobie in onze zompige landen achter de blanke toppen der duinen was er dan weer wél, maar daar was natuurlijk niks typisch Fries of Germaans aan. Als wat voor volk dan ook in slagorde en tot de tanden gewapend op je afkwam, dan trok je zelf ook je zwaard en probeerde je ze weer je land uit (of af) te schoppen.

Unieke zelf

Dat van deterministische historisch-nationale theorieën zoals die van dat vermeend Germaans vrijheidsideaal in de praktijk al te vaak weinig overblijft, is in het tweede kwart van de vorige eeuw in Duitsland overigens op wel zeer overtuigende wijze duidelijk gemaakt. Dus laten we het erover eens zijn dat al te ver teruggaan in de tijd op zoek naar fundamenten voor hedendaagse karakteriseringen van onze identiteit een hachelijke exercitie is, omdat er in de eeuwen daarna des te meer tijd en gelegenheid is om het tegendeel net zo veel of meer geldigheid te laten verzamelen. En laten we tezelfdertijd toch lekker constateren dat Nederlanders tegelijk een vrij gedwee en gezagsgetrouw volkje vormen én dat we tevens tamelijk eigenwijs en antiautoritair uit de hoek kunnen komen.

Een dubbele generalisatie die als wonderlijk amalgaam desalniettemin de zichzelf vervullende voorspelling wordt voor hoe jaargangen en jaargangen verse Nederlanders zich gedragen en zullen gedragen. Want als wij ergens door worden geleid, dan is het wel door onze eigen ingesleten patronen, die we vanuit familie, woonplaats, school, cultuur en taal meekrijgen. En ja, dan leidt onze opvoeding ons gemiddeld tot inderdaad die mengeling van ‘doe maar gewoon en hou je netjes aan de regels, anders wordt het een rommeltje’ aan de ene kant en ‘dat maak ik zelf wel uit’ aan de andere kant. En dat zijn dan maar twee van de nog zoveel talrijker generalisaties, die allemaal waar zijn en die in subtiel samenspel alles bij elkaar dan toch in die typische luie Hollandse bootjesmensen culmineren én in de dakterrasbevolker die dat vanuit de hoogte beschouwt en er op milde toon de spot mee drijft.

Dus nee, de Nederlander laat zich niet leiden. En ja, alle mensen, dus ook alle Nederlanders, laten zich leiden, al was het maar door hun eigen patronen. Totdat ze die herkennen als wat ze zijn en zich er van los weten te maken. Dan pas kunnen ze zich laten leiden door wat meer lijkt op het eigen unieke zelf, de eigen unieke manier van het ervaren van de werkelijkheid die zich om hen heen manifesteert in geuren, kleuren, geluiden en smaken. Wanneer we die niet meer tegemoet treden met 1001 voorgeprogrammeerde ideeën, voorkeuren en aversies, dan kunnen we ons laten leiden door werkelijke openheid.

Celestijnse heelheid

Ik sluit niet uit dat er zo nu en dan een bootjesmens bij mij voorbij komt varen, die zich zomaar ineens optimaal weet te ontspannen en ter hoogte van mijn dakterras zo’n celestijnse heelheidservaring weet te bereiken, waar de bundeling van het leven in onszelf en om ons heen ons op kan trakteren. Waarna mijn verlicht bootjesmens een herrieboot met een te hoge boeggolf tegemoetkomt, en zijn patroonmatig gezucht, hoofdschudden en gefoeter de vreugderijke openheid weer komen bewolken. Maar ook dat is maar even. En dan weer lekker – één hand losjes aan het stuurrad – met de andere hand een biertje uit de koelbox opgediept. Als elk land daadwerkelijk, zoals het gezegde wil, de leiders krijgt die het verdient, dan verdienen wij onszelf. Men kan het minder treffen. ●

Ton van der Scheer (56) studeerde middeleeuwse geschiedenis. Geboren en getogen in het Westland is hij in het dagelijks leven werkzaam bij het tuinbouwvakblad Groenten & Fruit. De jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2019 kende aan zijn inzending een eervolle vermelding toe.