Misbruik trok blijvende sporen

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Tien jaar geleden werd Nederland opgeschrikt door verhalen over seksueel misbruik binnen de rooms-katholieke kerk. Misbruik bleek op massale schaal plaatsgevonden te hebben. Nel van der Loos stond als vertrouwenspersoon meer dan honderd slachtoffers terzijde. Conclusie van haar terugblik: “Het misbruik heeft blijvende sporen getrokken.”

Tekst: Nel van der Loos

Het vroege voorjaar van 2010 zal rooms-katholiek Nederland nog lang heugen. Nadat andere kerkprovincies waren voorgegaan, brak ook hier een hevig misbruikschandaal los. Aanvankelijk betrof het vooral het seksueel misbruik van minderjarigen door priesters en religieuzen op scholen en internaten. Het Rapport Deetman (2011) brengt dit scherp in beeld. Later kwamen ook andere schrijnende situaties aan het licht. De zaak groeide uit tot een groot schandaal met flinke repercussies.

Ook nu nog komt de internationale katholieke wereld herhaaldelijk wegens misbruik in het nieuws. Zo was er in maart 2019 een grote Frans-Duitse televisiedocumentaire over kloosterzusters die door priesters werden misbruikt. Ook andere kerken en levensbeschouwelijke genootschappen hebben er weet van. Zo moest de oecumenische gemeenschap van Taizé onlangs opnieuw door het stof.

Sinds 2010 zijn er in de Nederlandse samenleving veel meer gevallen van intimidatie en seksueel geweld aan het licht gekomen. Er zijn voorbeelden uit de wereld van de sport. De rapporten van de commissies-Samson (2017) en -De Winter (2019)  geven ontluisterende bevindingen uit de jeugdhulpverlening.

En dan is er ook  nog de #MeToo-beweging die sinds 2017 in de westerse wereld leidde tot de val van grote namen. De gevierde filmproducent Harvey Weinstein staat deze maand in de Verenigde Staten voor de rechter op beschuldiging van seksueel misbruik van ten minste twee vrouwen.

Ik schrijf hier over de ervaringen die ik opdeed tijdens mijn werk als vertrouwenspersoon voor het Meldpunt Misbruik RKK. Ik werd voor die functie benaderd vanwege mijn eerdere elders opgedane ervaringen als vertrouwenspersoon en mijn ervaring als supervisor. Ik heb theologie gestudeerd, werkte voor de diakenopleiding van het r.-k. aartsbisdom Utrecht en ben actief betrokken bij de Dominicanenkerk in Zwolle. Ik was lange tijd vertrouwenspersoon in de sport, en ben dat nog steeds in het primair en het hoger onderwijs.

Onophoudelijke stroom

Als ik terugdenk aan het begin, in 2010, dan is er het beeld van een onophoudelijke stroom, die ontstellend veel verontwaardiging, ongeloof, boosheid, verdriet en onmacht bij mij losmaakte. Ik was betrokken bij de eerste opvang van mensen die misbruik meldden. Die opvang werd in de haast georganiseerd. Mensen belden, mailden, schreven brieven. Het was hectisch en chaotisch. We probeerden zo snel en zo zorgvuldig mogelijk te handelen: mensen terugbellen, mails en brieven beantwoorden. Er kwam gaandeweg structuur; in korte tijd werd een organisatie opgezet om de honderden slachtoffers te woord te staan en te registreren.

Daarna begonnen we als vertrouwenspersonen met de melders thuis te bezoeken, om het verhaal te horen in hun vertrouwde omgeving. Velen heb ik meermalen bezocht. We begeleidden slachtoffers vaak vanaf de eerste melding tot en met de behandeling van hun klacht.

Zelf heb ik de afgelopen tien jaar meer dan honderd slachtoffers begeleid. Vaak was ik de eerste aan wie zij, na jaren, hun verhaal vertelden. Gevoelens van schaamte en schuld hadden hen doen zwijgen, mede omdat de daders hen verboden er met iemand over te praten (“het is ons geheim”). Het waren gruwelijke verhalen over misbruik, dat soms gepaard ging met groot geweld. Het was vooral luisteren met het hart, en ook het hoofd erbij houden voor een juiste rapportage, alles ten dienste van het lange proces van erkenning en genoegdoening. We probeerden als vertrouwenspersonen zo goed mogelijk de omstandigheden vast te stellen waaronder het misbruik plaatsvond. We namen er de tijd voor. Naast het misbruik zelf kwamen allerlei levensthema’s aan de orde: relaties, werk, ziekte en gezondheid, geloof en spiritualiteit.

Mijn indruk is dat die gesprekken op zich al een erkenning inhielden. “Eindelijk wordt mijn verhaal gehoord”, zei menigeen. Ook werd het gewaardeerd dat ‘de kerk’ alsnog de moeite nam naar hen toe te reizen en naar hen te luisteren. “Gelooft u mij?”, werd mij vaak gevraagd. Al kon ik de feiten niet verifiëren, ik zei dan: “Ik geloof u, want het is uw ervaring.” Pas later begreep ik deze terugkerende vraag; ten tijde van het misbruik werden de slachtoffers veelal níet geloofd.→

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.