Moreel leiderschap: Solidair en sociaal

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
De goede leider is een morele leider, stelt Jan van der Graaf, die zelf lange tijd binnen de kerk tot leiderschap was geroepen. Een goede leider is volgens hem solidair met zijn mensen en zet zich in voor gerechtigheid en rechtvaardigheid. En nooit gaat het de leider om zichzelf. “Een leider, die beseft niet de hoogste en laatste autoriteit te zijn, durft ook eigen fouten, falen en misrekening te bekennen.”

Tekst: Jan van der Graaf

In Rhodesië vocht hij, samen met zijn comrades, zijn volk naar de beoogde vrijheid toe: Robert Mugabe. Zodra Rhodesië  Zimbabwe was geworden, nestelde hij zich in korte tijd op het pluche en wendde hij het goud en ivoor uit zijn land aan ten eigen bate of zelfs voor uitbundige weelde. Ver boven het volk dat hem de leiding had toevertrouwd.  Amoreel leiderschap in optima forma!

Saamhorig

Wat mag moreel leiderschap heten? De basis voor moreel leiderschap is solidariteit. Een goede leider is solidair met zijn mensen. Solidariteit is: ‘bewustzijn van saamhorigheid en bereid om de consequenties daarvan te dragen.’ Het draait om de saamhorigheid, maar dan gaat het om de consequenties.

Saamhorigheid: je hoort bij elkaar rondom een gemeenschappelijk doel. Je bent daarin ook samen horig aan elkaar. Dienend in een wederkerige verantwoordelijkheid. Juist als iemand geroepen wordt tot een leidinggevende verantwoordelijkheid, houdt het besef van solidariteit hem dicht bij de basis vanwaar hij zelf is opgekomen. Want zo gaat het toch meestal? Leiderschap is in het algemeen niet erfelijk maar krijgt men toebedeeld. Waar het erfelijk is, wil het nogal eens ontsporen. Bijvoorbeeld in de derde generatie van een familiebedrijf. Waar men het toebedeeld krijgt, ligt er iets van gratie, van genade in opgesloten: ik behoor tot die gemeenschap, maar ik heb zeggenschap erover ontvángen.

Goed leiderschap is in feite een charisma, een genadegave. Dat charisma zal vooral tot gelding worden gebracht in gemeenschappen met een geestelijk, ideologisch of idealistisch bepaalde basis. Waar in het moderne, zakelijke bedrijfsleven de regels van het strakke pak en het economische belang de boventoon voeren, ligt in zulke gemeenschappen de focus op een stip aan de horizon. Daar is leiding geven delen wat men samen ontvangen heeft om samen iets te bereiken. Iemand mag, wat zijn talenten betreft een geboren leider zijn, maar hij mag zich gezegend weten als hij gekozen, verkoren is uit een volk(sdeel) dat hem de leiding toevertrouwde.

Maar solidariteit heeft dan ook consequenties, men betaalt er een tol voor. Een leider wordt geroepen een kar te trekken, maar dan moet hij ook wel die kàr blijven trekken. Niet te ver voor de troepen uit gaan lopen. Geen eigen idealen gaan koesteren, die niet sporen met die van de gemeenschap. Vooral ook trouw blijven als de gemeenschap achterop lijkt te raken. Of, wanneer de gemeenschap begint te morren, met de laarzen in de modder durven staan. Goed leiderschap kenmerkt zich ook door het leren (ver)dragen van verliezen en het ‘klein’ blijven in eigen oog bij behaalde resultaten of gewin.

Mozes, de ‘man Gods’ in het Oude Testament, met leidersgaven bedeeld, sloeg, toen het volk begon te murmureren, op een rots, toen hem bevolen was ertegen te spreken. Hij mocht uiteindelijk het Beloofde Land niet binnen.

Het kan dan ook niet zo zijn dat een leider zich terugtrekt zodra het tij tegenzit. Men ziet het gebeuren in de politiek, dat leiders van partijen zich na slechte resultaten bij verkiezingen terugtrekken. Hoezo? Het is bovendien ook geen uitzondering meer, dat politieke leiders hun positie gebruiken voor verdere ontplooiing van een carrière.

Autoriteit

Wie leiding geeft kent, hoe gedeeld zijn leiderschap met de gemeenschap ook moge zijn, momenten van eenzaamheid; soms vanwege onbegrip of miskenning in de eigen gelederen of van de buitenwacht, soms vanwege innerlijke worsteling met de vraag omtrent de koers die moet worden gevaren.

Gezegend de leider die een autoriteit boven zich weet. Hij staat er dan ten diepste niet alleen voor. Eenzaam maar niet alleen luidt veelzeggend de titel van het autobiografische boek dat koningin Wilhelmina aan het eind van haar leven schreef. In crisismomenten wordt dat besef verdiept. Maar meer nog dan ervaren steun van Boven geldt de voortdurende plicht tot verantwoording naar Boven toe. Dat gaat nog een spa dieper dan dat men gekozen is door een gemeenschap. Volmacht is hier gave en opgave. Een gave om het vol te houden, een opgave om afhankelijk, ootmoedig, bescheiden, mede-deelzaam te blijven.

Moreel leiderschap kent echter niet alleen eenzaamheid, maar ook besef van eigen beperktheid, falen, schuld. Wie vuile handen maakt, heeft als het goed is naar eigen besef ook reiniging nodig. Katharsis, innerlijke zuivering, noemt Johan Huizinga dat in zijn In de schaduwen van morgen. Dat vraagt, zegt hij, “overgave aan dat wat als hoogste te denken valt”. Hij, zelf agnost, prijst hen gelukkig voor wie die overgave uitkomt bij Hem die sprak: “Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven.” Een leider, die beseft niet de hoogste en laatste autoriteit te zijn, durft, indien nodig, ook eigen fouten, falen of misrekening te bekennen aan hen over wie hij leiding geeft.

Zieners

Het is slechts enkelen beschoren om in bijzondere tijden op een bijzondere wijze leiding te geven. Noem ze profeten, zieners. Ze worden met bijzondere inzichten bedeeld om de rechte koers te duiden en te houden wanneer de samenleving of een gemeenschap wordt bedreigd of mis-leid door destructieve machten. Profeten benoemen nooit zichzelf, maar worden bij uitstek gevolmachtigd.  Stuur mij maar een ander, kermde Mozes, de eerste profeet in het Oude Testament. “Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen”, verzuchtte de profeet Jesaja (6 vers 5). Profeten spreken van lasten die hun zijn opgelegd.  Ze torsen die last, of men hen horen wil of niet. Er is het verhaal van de joodse rabbijn, die met de twee tableaus van de Tien Woorden op weg ging naar de berg Sinaï, waar ze ooit waren gegeven aan het volk, tot welzijn van de volkeren. Hij ging ze terugbrengen, de last was hem te zwaar.

Ze waren er voor en in de Tweede Wereldoorlog, toen het nazibeest als een demon Europa in de greep hield: Heiko Miskotte, Jan Overduin, Jan Koopmans, Klaas Schilder. Dat kostte deze predikanten wat, dat kostte alles. Die profetenmantel past slechts enkelen. Zij bewilligden in een roeping die hun was opgelegd. In de protestantse traditie is de onwilligheidsgedachte nogal eens opgevoerd door predikanten bij hun besluit om een beroep naar een andere gemeente aan te nemen. Dat werd zo echter te algemeen om het op de noemer van profetie te plaatsen.

Minder hooggestemd

Zo hooggestemd gaat het intussen niet toe in de praktijk van het alledaagse leven, kleinschalig of grootschalig. Leiderschap is daarin sterk gedifferentieerd. Gaat het over een opvoeder, een schoolleider, een bedrijfsleider, een kerkleider, een partijleider, een wereldleider? Ze zijn in hun verscheidenheid niet op één noemer te brengen. Het maakt een groot verschil of het educatieve, economische, religieuze, politieke of mondiale structuren zijn, waarbinnen men leiding geeft. Misschien is moreel leiderschap dan het meest en best getypeerd als sociaal engagement. Hart en ziel hebben voor het kind, de cliënt, de kiezer, zelfs ook de wereldburger. Noem het in brede verbanden  gerechtigheid, binnen kleinere verbanden rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid wordt al in de verhoudingen binnen een kleine leefgemeenschap zoals een gezin beoefend. Ze komt in de grote levensverbanden tot uitdrukking als sociale gerechtigheid. Aan grote leiders valt nog wel eens af te lezen hoe ze zelf zijn geleid in de kleine kring waarin ze opgroeiden.

Leiderschap in de grote wereld van banken, bedrijven, (wereld)concerns,  en sport, verhoudt zich anders tot sociale gerechtigheid dan binnen corporaties met een ideologische basis. Het grote geld, de prestatiedwang  en de concurrentie zijn vaak de grote mis-leiders. De economie van het genoeg van Bob Goudzwaard lijkt vergeten. Zo ook Van ophouden weten, de titel die C. B.  Posthumus Meijes gaf aan zijn dissertatie over de zondag als rustdag. Gezegend (bedrijfs)leiders die er nog weet van hebben.

Het Nieuwe Testament somt een veelheid op van (geestelijke) gaven, charismata (2 Korinthe 12), toepasbaar op gedifferentieerd leiderschap. Al die gaven worden intussen ondergeschikt gemaakt aan het gebod van de liefde. In moreel leiderschap vindt die liefde haar bedding in rechtvaardigheid of gerechtigheid.

De kerk

De kerk licht ik er, vanwege eigen levensgang, even uit. Wie leiding geeft in het kerkelijke leven, al is het maar in een klein deeltje ervan, zal niet zetelen in burelen ver van de gemeente, c.q. de goe-gemeente. We spreken over het aantal zielen in de kerk. Daarachter schuilen mensen. Kerkleiders, die dat uit het oog verliezen, raken de ziel van de kerk kwijt. Het hart van de kerk klopt in de gemeenten. Kerkelijke hiërarchie maakt die hartenklop nog wel eens minder hoorbaar. “Het ambt verfomfaait”, zei ooit de Utrechtse dogmaticus Arnold van Ruler. Dat gebeurt wanneer kerkleiders, of het nu landelijk of plaatselijk is, die ziel van de kerk niet meer ervaren. Als ze niet zelf meedenken, meevragen, meetwijfelen, meewenen en meezingen met de ‘kudde’ waarover ze de herdersstaf voeren.

Bij geschillen of verschillen binnen de kerk kan het soms ook schuren, met name tussen kerkleiders. Hoevelen zijn er niet door beschadigd! “Wees zakelijk scherp, maar persoonlijk mild”, placht dominee Jan Buskes te zeggen. Als kerkelijk leiderschap zich niet door onderlinge liefde en liefde voor de kudde manifesteert, hoe zal ze dan nog uitwerking hebben op de schare?!

Persoonlijk

Al deze woorden laten zich gemakkelijk op papier afdrukken. Maar ze kaatsen  terug naar degene die ze verwoordt. Hoe gaf ‘ik’ leiding? Ik was vader in een gezin, leraar op een middelbare school, kreeg een plekje toebedeeld in de kerk en binnen daaraan gerelateerde verbanden. Wat betreft rechtvaardigheid, gerechtigheid en liefde zullen anderen mogen oordelen. Maar het Laatste Oordeel weet ik bij een Autoriteit die rechtvaardig oordeelt. Bij Wie vergeving is om wat niet deugde. Een bevrijdende realiteit. ●

Dr. ir. Jan van der Graaf (82) is oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de voormalige Nederlandse Hervormde Kerk. De jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2019 kende aan zijn inzending een eervolle vermelding toe.