Twents museum toont 'naakte waarheid'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Het naakte menselijke lichaam is nooit iets neutraals, zo maakt de tentoonstelling De naakte waarheid in Rijksmuseum Twenthe duidelijk. Lange tijd vormde de uitbeelding van naakt een lofzang op de menselijke schoonheid. Maar de expositie maakt ook de keerzijde van de moderne seksuele emancipatie zichtbaar: vreugdeloosheid, de scheve machtsbalans tussen mannen en vrouwen, misbruik.

Ernst Heckel: Szene am Meer, 1912, Von der Heydt Museum, Wuppertal.

Tekst: Eric Corsius

Sinds enkele jaren zijn de schandalen rond seksueel misbruik geen monopolie meer van kerken en andere religieuze organisaties. Inmiddels is er ook volop aandacht voor seksuele intimidatie, manipulatie en misbruik in de wereld van de kunst, met name in de podiumkunsten en de film. Net als in de kerk is het extra wrang om te moeten vaststellen, dat dit verschijnsel zich voordoet in een milieu waarbinnen het geestelijke en verhevene de boventoon zou moeten voeren. Populaire en gezaghebbende mannen (en een enkele vrouw) vallen van hun voetstuk. De kunstensector blijkt daarbij in de greep te zijn van een machocultuur, waarin jonge en opkomende artiesten zijn overgeleverd aan de grillen en lusten van machtige mannen, die de sleutels hebben tot een volgende stap in hun carrière. Wat eerder een kwestie van incidenten leek te zijn, blijkt een structureel probleem en een vast patroon. De coming-out van de slachtoffers gaat in de sociale media gepaard met de befaamde hashtag #metoo (‘ook ik’) – de formulering waaraan deze golf van schandalen haar naam ontleent.

Spiegel van de tijd

In de luwte van alle beroering vindt er in de museumwereld iets merkwaardigs plaats. Conservatoren, critici en kunstenaars gaan hardop nadenken over de vraag, hoe het nu zit met al die afbeeldingen van met name vrouwelijke naakten in de beeldende kunst. Tot nog toe was de overdosis bloot in de kunst nooit echt geproblematiseerd – behalve dan in bepaalde preutse kringen of door marginale militante feministen. Er werd door museumbezoekers hooguit lacherig en verlegen, maar meestal schouderophalend op gereageerd. De museumwereld kan en wil nu echter niet meer om de discussie heen over vragen als de volgende. Zijn de afgebeelde vrouwen niet ook vaak gedegradeerd tot een lustobject van schilders, beeldhouwers en toeschouwers? Waarom zijn het vooral vrouwen, die naakt worden afgebeeld? Is het naakt wel altijd functioneel? Zijn sommige schilderijen niet ronduit voyeuristisch, ja: pornografisch? Om de discussie vlot te trekken en te stimuleren gingen sommige musea er intussen zelfs toe over, om werken met vrouwelijke naakten te verbannen naar de depots en kelders.
Dat het naakt in de kunst altijd een rol heeft gespeeld, is evident. Het is goed dat er vragen worden gesteld bij de vanzelfsprekendheid ervan. Daarbij is het ook wenselijk dat de discussie zich niet beperkt tot de morele kwesties. Het feit dat mensen naakt worden afgebeeld, heeft waarschijnlijk meer oorzaken dan de behoefte aan een pornografische uitlaatklep bij schilders. We kunnen ervan uitgaan dat de kunst een spiegel is van de tijd en de cultuur. Als dat zo is, dan bevat het feit dat mensen naakt worden verbeeld – en vooral de manier waarop – ook een boodschap over die tijd en die cultuur. Juist op dit aspect wil de tentoonstelling De naakte waarheid in het Rijksmuseum Twenthe licht werpen. De expositie en de bijbehorende catalogus bestrijken twintig eeuwen kunstgeschiedenis, van de klassieke oudheid tot de hedendaagse kunst. Ze vertellen een rijk verhaal, niet alleen in historische en informatieve zin, maar ook aan de hand van diepgaande wijsgerige en sociologische analyses.
Het naakte menselijke lichaam is nooit iets neutraals, zoals de catalogus bij de tentoonstelling terecht stelt. Het heeft iets te vertellen. Het is een drager van betekenissen en boodschappen. Het naakte lichaam zelf, maar vooral degene die het weergeeft, wil ons iets zeggen. Het wil van iets getuigen en aan iets in ons appelleren. Een eerste blik op de tentoongestelde werken maakt dat onmiddellijk duidelijk. Het naakt in de kunst kan onze bewondering oproepen en ontroeren; het kan onze nieuwsgierigheid bevredigen; het kan ons shockeren, beschamen of verwarren; het kan ons verleiden of erotisch beroeren. En in al deze gevallen houdt het naakt ons een spiegel voor. In de tentoonstelling komen deze verschillende aspecten aan de orde.

Ongerepte staat

Laten we beginnen met de bewondering. Dit is wel een rode draad in de kunstgeschiedenis. Iedereen kent wel het gevoel dat hem overvalt bij een Romeins beeld van een god(in) of een held. Het technische kunnen van de maker is verbluffend. Tegelijk maakt de kunstenaar ons deelgenoot van zijn adoratie voor de aangeboren schoonheid van het menselijke lichaam in zijn volle glorie.
De mens is in zichzelf en op zichzelf mooi, zeker als hij of zij in een ongerepte staat verkeert, lijkt de kunstenaar ons te zeggen. Deze boodschap raakte in de westerse kunst van de middeleeuwen wellicht op de achtergrond. In deze periode leek de mens in het stof te moeten kruipen voor hogere machten en stonden geen gespierde adonissen centraal, doch het gewonde en geschonden lichaam van de lijdende mensenzoon. De verering voor het schone lichaam keerde echter ten volle terug in de renaissance en de barok. Het was de tijd van het humanisme, waarin de mens en het menselijke werden geherwaardeerd. Het liefdevol weergeven van het schone lichaam was een getuigenis van het geloof in het goede van en in de mens als zodanig. Een fraai geschilderd of gebeeldhouwd naakt was een uiting van respect. De kunstenaar hield de kijker een vleiende spiegel voor: Kijk hoe mooi je bent, mens. Het respect voor het ongeschonden menselijke lichaam was ook een geliefde insteek van de uit dezelfde tijd stammende christelijke afbeeldingen van Adam en Eva – waarbij we uiteraard in de eerste plaats denken aan Michelangelo’s Adam in de Sixtijnse Kapel. Deze liefdevolle weergave van het naakte lichaam ging steeds vaker samen met zorg voor een zo natuurgetrouw mogelijke weergave. De hoogtijdagen van de wetenschap braken aan – met als hoogtepunt de Verlichting in de achttiende eeuw – waardoor de kunstenaar ook met een kennersblik naar het lichaam ging kijken, zonder dat het resultaat daardoor per se kil of afstandelijk werd. Schetsen en voorstudies hadden daardoor vaak het karakter van anatomische studies.

Geschonden lichaam

Het geschonden menselijke lichaam, de gebroken spiegel die de middeleeuwse kunst ons voorhield, verdween weliswaar sinds de renaissance naar de achtergrond, maar was nooit helemaal weg. Het was een nooit helemaal gedoofde tegenstem van het loflied op het ongerepte lichaam. De meedogenloze – of liever gezegd juist de door mededogen en compassie gedreven – weergave hiervan vormde en vormt tot op heden de kern van de vele passievoorstellingen. Een gevoelige, hedendaagse variant erop is in Enschede te zien: Anton Corbijns foto van David Bowie in diens rol als ‘elephant man’. Ook dergelijke beelden houden de mens een spiegel voor. De geschilderde of – in dit geval – gefotografeerde naaktheid toont ons onszelf juist in onze kwetsbaarheid en gekwetstheid. Het is geen wonder dat dit ‘middeleeuwse’ gegeven juist is gaan herleven vanaf het einde van de negentiende eeuw. Het was de tijd in de westerse cultuurgeschiedenis waarin de mens wat meer vragen ging stellen bij zichzelf. De mens was niet alleen glorieus, sterk en groots, maar ook de speelbal van krachten in de geschiedenis, de samenleving en de natuur. Denkers als Darwin, Marx, Freud en Nietzsche haalden de mens van hun voetstuk en reduceerden hem bijna tot een voetnoot in het verhaal van de wereld en de geschiedenis. De rede en de kennis, door de Verlichting nog geprezen als het alfa en omega van de menselijke ontwikkeling, legden het steeds meer af tegen het irrationele en onbeheersbare, de driften de duistere krachten in de mens en de samenleving.
Heel belangrijk was het in deze tijd dan ook, dat de mens niet meer los gezien werd van de maatschappelijke samenhang waarin zij of hij leefde. Naakte vrouwen, zoals op het hier afgbeelde sociaal-realistische schilderij van Maria de Roode-Heijermans – niet toevallig een vrouw – dat deel uitmaakt van de expositie in Enschede, zijn dan ook vaak personages in een maatschappelijk verhaal. In dat verhaal spelen ze vooral de rol van underdog. Terwijl de man op Heijermans’ schilderij, onmiskenbaar een ‘klant’ die zich na gedane zaken aankleedt en fatsoeneert, op de achtergrond en anoniem blijft, is de voorgrond gereserveerd voor de naakte prostituee of minnares die berooid en eenzaam achterblijft. Op het oog is deze weergave stuitend, want waarom mag de ‘dader’ anoniem blijven en is het ‘slachtoffer’ aan ons oog blootgesteld? De verwijzing naar de onrechtvaardigheid en de ongelijke machtsverdeling is echter eenduidig en de titel (‘Het slachtoffer van de ellende’) benadrukt dit ten overvloede. Daardoor heeft het werk geen voyeuristisch karakter, maar houdt het ons juist op beschamende wijze een morele spiegel voor. Indirect is het schilderij daarmee ook een aanklacht tegen die schilders als Egon Schiele die prostituees van de straat pikten om hen naakt te kunnen schilderen.

Modern paradijs

In de twintigste eeuw had het naakt hierdoor zijn onschuld verloren. Natuurlijk bleef er van het naakte lichaam nog steeds een verleidelijke werking uitgaan, ook in erotische zin. Het naakt werd in de eerste helft van de eeuw echter vooral een symbool voor de vrijheid en de ongebondenheid en een uitingsvorm van een onbekommerde omgang met lichamelijkheid en seksualiteit. De emancipatiebewegingen en de natuurcultus maakten het afbeelden van naakten minder verdacht. Groepen van jonge naakte mensen, zoals geschilderd door Ernst Heckel, kregen een utopische betekenis en riepen de sfeer op van een nieuw, modern paradijs. Dat dit enthousiasme ook een keerzijde had en dat ook binnen de vele seksuele revoluties de machtsbalans nog altijd uitviel ten nadele van de man, hebben we later ingezien. Ook binnen de progressieve bewegingen is er helaas een #metoo-verhaal te vertellen. Dat op zijn minst ook veel vreugdeloosheid het gevolg is van de seksuele emancipatie, wordt in deze expositie eveneens zichtbaar. Het naakte lichaam is en blijft in de kunst een drager van zeer uiteenlopende en tegenstrijdige betekenissen. ●

Expositie ‘De naakte waarheid’, tot en met 16 juni in Rijksmuseum Twenthe, Enschede (www.rijksmuseumtwenthe.nl). Bij de tentoonstelling verschijnt een geïllustreerde catalogus met verdiepende teksten van Ger Groot, Bas Heijne e.v.a. (Waanders & De Kunst, 144 blz., € 24,95).