2020 ligt als een lied voor ons klaar

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Journalist Jurgen Tiekstra blikt vooruit op het nieuwe jaar. Wat er in 2020 gebeurt, hebben we niet altijd zelf in de hand. Hij vergelijkt het verloop van het jaar met het zingen van een lied. "Net zoals het lied er al is, zo ligt ook 2020 al voor ons klaar."

Tekst: Jurgen Tiekstra

Er zit iets triviaals aan het vooruitblikken op 2020 en het nadenken over wat de belangrijkste gebeurtenissen zullen zijn die dat jaar gaan bepalen. Het is net als met de koopkrachtplaatjes die elk jaar in Den Haag worden opgesteld om een idee te geven hoeveel huishoudens te besteden zullen hebben.

Dat zijn papieren werkelijkheden: wat écht veel invloed heeft op iemands koopkracht, is het feit of diegene een kind krijgt of z’n baan verliest. Net zo is het voor iemands persoonlijke leven al snel niet zo belangrijk of Donald Trump in november 2020 wel of niet opnieuw de president van de Verenigde Staten wordt. Van veel groter gewicht zal het voor diegene zijn of hij of zij komend jaar een dierbare verliest, een lang verloren vriend weer terugwint, uit een aanhoudende depressie weet op te krabbelen, of grootouder wordt.

Het heeft twee kanten om aan het begin van een nieuw jaar te staan. We krijgen een nieuwe kans om te doen wat onze hand te doen vindt, zoals Prediker zegt. Dat is de cyclus van de tijd. Elk jaar is het tabula rasa: we vegen de lei schoon. Wat gebeurd is, is gebeurd. Nu krijgen we een nieuwe mogelijkheid om van betekenis te zijn voor de wereld, voor de mensen om ons heen en voor onszelf.

Tegelijk heeft de mens veel niet in de hand. We moeten ontvankelijk zijn voor wat er op ons toe komt. Kerkvader Augustinus beschreef de tijd ooit als een lied, vertelde filosoof Paul van Tongeren eens: “Eerst is er het lied dat gezongen moet worden, dan is er het zingen van het lied, en daarna is er het gezongen-zijn van het lied.” Net zoals dat lied er al is, zo ligt ook 2020 al voor ons klaar.

Het nieuwe mobiele internet

De mens is op zichzelf een zwak wezen: hij heeft geen vacht om zichzelf mee warm te houden, hij ontbeert de kracht om met blote handen een roofdier te doden en zijn zintuigen zijn minder scherp afgesteld dan die van de meeste andere rondkruipende en -vliegende wezens. “Een weinig belangwekkende diersoort”, schrijft historicus Yuval Noah Harari dan ook in zijn boek Sapiens. “Niemand – laat staan de mensen zelf – had enig idee dat hun afstammelingen ooit op de maan zouden lopen, atomen zouden splitsen, genetische codes zouden doorgronden en geschiedenisboeken zouden schrijven.”

Dat alles heeft de mens gekund dankzij zijn brein. Als geen ander kan de mens met techniek zijn inherente zwaktes compenseren. Opvallend is ook dat de mens altijd blijft door sleutelen. Tegen die achtergrond kunnen we de nieuwste generatie mobiel internet zien. Begin dit jaar waarschijnlijk veilt de overheid de eerste frequenties voor ‘5G’. Wel duurt het nog voordat 5G op volle kracht is, want er moeten veel glasvezelkabels en antennes bij komen. Bovendien is de belangrijkste frequentie pas uiterlijk 2022 beschikbaar.

Het mobiele internet ‘4G’ heeft ervoor gezorgd dat de smartphone een relikwie is geworden van de vroeg 21ste eeuw. 5G moet nu mogelijk gaan maken dat werkelijk alles om ons heen in een bad van internet wordt gelegd. De reikwijdte wordt duidelijk als je kijkt naar de lijst experimenten die in de 5G-proeftuin in Groningen zijn uitgevoerd, zoals een hoogwaardige beeldverbinding in een ambulance die mogelijk maakt dat een arts vanuit het ziekenhuis meekijkt naar de patiënt; een smart potato die een boer in de akker steekt om de bodemgesteldheid te meten; draadloze sensoren die de grondwaterstand bijhouden; slimme straatverlichting voorzien van camera’s; een scheursensor die bewegingen in bouwconstructies monitort.

Ook is geoefend met autonome binnenvaartschepen, met autonome drones die zelfdenkend de voorraad in een loods beheren en met een zelfstandig rijdende bus die krimpgebieden van openbaar vervoer moet voorzien. Voor dit soort zelfbeschikkende techniek heeft Goethe ooit gewaarschuwd met zijn verhaal De tovenaarsleerling, waarin de leerling van een oude tovenaar een bezemsteel zo betoverd dat die water voor hem kan halen. Alleen houdt de bezem daar niet meer mee op, waardoor er een vloedgolf ontstaat.

Nog iets anders: dankzij 4G zijn mensen geobsedeerd geraakt door het scherm van hun smartphone, en met 5G wordt dat niet minder. Het grootste deel van het internetverkeer bestaat uit video. Vanwege de snelheid en stabiliteit waarmee streaming video, zelfs live, op je smartphone te zien zal zijn, neemt het staren naar schermen slechts toe. Dankzij een virtual reality-bril bezoek je straks vanuit huis een festival, dankzij 360-gradencamera’s ter plekke.

Hoe moet de mens nog bij zichzelf blijven, met die overvloed aan internetprikkels? Wat zou schrijver Henry David Thoreau denken van het smartphonetijdperk? Eind negentiende eeuw leefde hij nog in de era van de briefcorrespondentie. Toen al schreef hij: “Hoe minder we contact hebben met ons innerlijk leven, des te vaker en wanhopiger gaan we naar het postkantoor. U kunt ervan op aan dat de arme kerel die (…) met het grootste aantal brieven wegloopt, heel lang niets meer van zichzelf heeft gehoord.”→

Hierboven las u de introductie en één stuk uit de vooruitblik op 2020 van journalist Jurgen Tiekstra. Lees de overige stukken in de Volzin. Nog geen abonnee? Klik dan hier.