Teitaro Suzuki: 'Zen is de kunst om in je eigen natuur te kijken'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Wat kunnen wij weten? Wat mogen wij hopen? Wat moeten we doen? Dat zijn de eeuwige vragen van de filosofie. Elze Riemer geeft het antwoord van twaalf ‘denkers van nu’ en legt daartoe haar oor te luisteren bij kenners. Aflevering 6: filosoof Michel Dijkstra over de Japanse denker Daisetsu Teitaro Suzuki, door wie zenboeddhisme in het Westen populair werd: “Suzuki formuleert zen als de zoektocht naar innerlijke vrijheid: hoe je vrij in deze wereld kunt leven.”

Tekst: Elze Riemer Beeld

Daisetsu Teitaro Suzuki (1870-1966) was de meest invloedrijke Japanner in de westerse wereld van de vorige eeuw. Hij heeft de zenfilosofie, een voor die tijd obscure en middeleeuwse Chinees-Japanse denktraditie, een tweede leven gegeven in het Westen. Sterker nog: door westerse begrippen te gebruiken maakt hij er een levenskunst van die tot op de dag van vandaag aan populariteit wint. Die populariteit is meer dan terecht, vindt Michel Dijkstra (1982), filosofiedocent en kenner van de oosterse wijsbegeerte: “Suzuki formuleert zen als de zoektocht naar innerlijke vrijheid: hoe je vrij in deze wereld kunt leven. Een centraal element daarin is dat de mens zich hier door oefening in kan bekwamen – bijvoorbeeld door meditatie, yoga of mindfulness. Dat is zo mooi aan het denken van Suzuki en aan oosterse filosofie in het algemeen: het staat middenin het leven en het geeft concrete handvaten. Geen abstract analytisch gedoe, zoals de westerse filosofie gewoon is. Het gaat echt om de grote levensvragen. Daarom kon het hier ook zo populair worden, omdat de westerse filosofie daarin vaak niet voorziet.”

Maar er zijn toch tal van filosofische zelfhulpboeken die bol staan van wat we kunnen leren van westerse filosofen?
“Dat is iets van de laatste decennia, en dan alleen in de publieksfilosofie. Academische filosofie houdt zich vaak niet bezig met levensvragen. Dat was dan ook een probleem voor mij toen ik zelf filosofie ging studeren: het was denken voor de studeerkamer en niet voor het leven. Terwijl ik juist bezig wilde met de levensvragen en dan vooral de vraag: hoe kan ik in vrijheid leven? Vandaar dat ik me helemaal thuis voel bij de oosterse filosofie.”

Suzuki bracht zen naar het Westen, vanuit de overtuiging dat de mensen hier het hard nodig hebben. Vanwaar deze overtuiging?
“Hij zag veel onvrije mensen. In de eerste plaats personen die te veel gericht zijn op hun eigen verlangens en begeerten, op wat we gemakshalve hun ‘ego’ kunnen noemen. Volgens hem worden we daar zo door in beslag genomen, dat we de werkelijkheid niet meer kunnen zien en dus ook niet meer in verbinding kunnen treden met die realiteit. Onze begeerten zijn in die zin een kooi geworden waarin we gevangen zitten. Daarbij is de ratio, die heel belangrijk is in het Westen, ook een vorm van begeerte, omdat je de dingen wílt begrijpen. Door te denken krijg je structuur in je leven en ben je weer gelukkig. Zo wordt de ratio een houvast, een manier om de wereld te grijpen en in de macht te houden. Volgens Suzuki is dat echter een illusie, een van de vele waarmee we ons ego opbouwen. Al die ideeën, illusies dus, over onszelf zijn een versmalling van wie we daadwerkelijk zijn, zo stelt hij. We zijn niet de rollen die we spelen. Pas als we die kunnen los laten, evenals die verlangens en begeerten die ons in de greep houden, kunnen we ons openstellen voor de werkelijkheid. Zo kunnen we uiteindelijk de dingen zien zoals ze zijn en zijn zoals we zijn. Precies dat is zen. Maar ons ontdoen van die illusies gaat niet vanzelf. Meditatie is een manier om ons daarin te oefenen: het is een naar binnen gaan om er buiten weer uit te komen – met een hernieuwde openheid en ontvankelijkheid voor wat buiten ons is.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.