De kliko op z'n kop

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
De vuilniswagen liet op straat een zooi achter. En wat doe je dan als buurtbewoner? Een filmpje maken dat je op internet gooit? Of eigenhandig de boel schoonmaken? We hebben de keuze, zegt Tamar Tanasale. “We kunnen ons laten leiden door al die schreeuwende emoties die ons ertoe aanzetten om retweetbare zinnen te construeren. We kunnen ons laten leiden door een scherm. Maar vergeet niet: iedereen achter een scherm heeft een hart.”

Tekst: Tamar Tanasale Beeld: Jolanda Brouwer

De vuilniswagen rijdt ronkend mijn straat uit; acht lege grijze bakken blijven achter. De ene helft is scheef teruggezet, de andere helft ligt op de grond, midden in het vuil. De fatsoenlijke opstelling van gisteravond is compleet verstoord. Een buurvrouw komt aanlopen en zoekt haar kliko. Ze pakt hem op uit de bosjes en blijft staan kijken naar de troep op straat. Hoofdschuddend trekt de ze de bak achter zich aan en verdwijnt in haar tuin. Dan zie ik twee buurmannen bij de kliko’s. Ze wisselen onbegrijpende blikken uit. Na enkele boze handgebaren in de rijrichting van de vuilniswagen bedaren ze. De mannen grijpen schouderophalend hun bakken en laten de overgebleven kliko’s en de troep achter.

Perfecte foto

Rond etenstijd komt een jongere buurtbewoner aanrijden. Hij parkeert zijn auto naast de bakken en stapt uit. Hij wrijft onder zijn neus en in zijn nek, in zijn hals verschijnen rode vlekken. Aan de grond genageld aanschouwt hij het vuil en de wanorde. Na een poosje trekt hij de kraag van zijn vest over zijn neus, zijn andere hand gaat naar zijn kontzak. Hij neemt zijn telefoon eruit en draait hem in de breedte. Dan neemt de man een foto vanaf de voorkant, nog eentje uit een andere hoek waarvoor hij een bak voor zich neerzet, het deksel ervan openwipt, door zijn hurken gaat en op een haast onmogelijke manier buigt zodat hij zowel de omgevallen bakken als de zooi eromheen goed in beeld kan brengen. Klik. De perfecte foto is genomen. Eenmaal overeind gekomen wrijft hij over zijn onderrug en buigt zijn hoofd naar zijn telefoon. Swipend en tikkend op zijn schermpje blijft de buurman staan totdat hij aan de kant moet voor een passerende auto. Hij stopt zijn telefoon weer in zijn zak, pakt zijn bak en loopt ermee naar huis. Bij zijn achtertuin kijkt hij nog een keer op zijn scherm voordat hij verdwijnt achter zijn schuttingdeur.

Nog voordat het die dag donker wordt, verschijnt zijn filmpje van de klikochaos in de straat op internet. Binnen korte tijd heeft het de regionale omroepen bereikt. Die melden: ‘Gemeente nalatig; kliko’s blijven liggen op straat’, ‘Buurtbewoners verontwaardigd om laksheid gemeente’, ‘Huisvuil ligt te rotten in gezinswijk’. Mijn telefoon licht telkens op. Ik krijg appjes met linkjes van kennissen en familie: is dat niet de straat waar ik woon?

Alsmaar schoner

Het is gaan regenen. Al het vuil dat uit de bakken op straat is beland ligt er nog steeds. Vleesverpakkingen, vieze luiers en een lekke rubberen bal drijven met het water richting de goot.

Dan komt er een buurvrouw aangelopen. Haar rode regenjas en bloemetjesparaplu vallen op in het grauwe decor, evenals haar vrolijke knotje en rood gestifte lippen. Ze vindt haar kliko liggend op de grond. Behendig klemt ze het handvat van de paraplu tussen haar schouder en oor en zet haar bak rechtop. Dan kijkt ze om zich heen, slaat haar handen ineen als een juf die haar klas verzamelt en zet meteen ook de andere bakken weer rechtop. Vervolgens pulkt ze met haar blote handen de inmiddels platgereden luiers van de straat.

Daar komt de buurman van het filmpje weer aangelopen. Op weg naar zijn auto wijst hij naar de bakken en zegt iets tegen de buurvrouw die aan het opruimen is. Ze antwoordt hem terwijl ze het vuil in haar handen in evenwicht houdt en bukt naar de kapotte bal onder een auto. De man kijkt er met open mond naar. Wel heb ik ooit, lijkt hij te denken. Net als eerder vandaag gaat zijn hand weer naar zijn telefoon. Maar als zijn vingertoppen zijn broek raken trekt hij zijn hand terug en loopt op de nog overgebleven troep af, peutert het van de straat en gooit het in een bak. Hij en de fleurige buurvrouw blijven zo minutenlang heen en weer lopen voor mijn huis, de straat wordt alsmaar schoner.

Ten slotte lopen ze gezamenlijk naar een diepe waterplas en wassen hun handen erin. Gehurkt kijken ze elkaar aan en schudden elkaar een natte hand, waarna ze opstaan. De buurvrouw pakt haar kliko en loopt ermee naar huis, de buurman stapt in zijn auto en roept nog iets naar haar. Ze kijkt om en wijst naar haar huis op de hoek. ‘Daar’, wijst ze. De man steekt zijn duim op, start de auto en rijdt de schone straat uit. Zijn telefoon is de hele tijd niet uit zijn broekzak geweest.

Die avond, voor het slapengaan, kom ik tot de ontdekking dat het klikofilmpje van de jonge buurman zelfs de site van de NOS heeft gehaald. Het staat tussen video’s van noodweer in vakantiegebied, nationale feestdagen aan de andere kant van de wereld en een zwemmer die langs elf steden zwemt. Ik kijk uit mijn raam en zie de straat waar heel Nederland het over had vandaag. Maar nu staan alle bakken weer netjes bij de huizen, is het vuil opgeruimd. Hiervan heeft niemand een filmpje gemaakt, gepost of gedeeld. En niemand ziet wat ik nu zie als ik naar buiten kijk: in de tuin bij het hoekhuis, zitten de buurvrouw met de rode jas en de buurman van het filmpje samen thee te drinken bij een smeulend vuurtje.

Onverwachte plekken

Onze boosheid delen we graag met veel mensen. Boosheid verkoopt. Net als bijvoorbeeld verontwaardiging, teleurstelling en hopeloosheid. Het zijn emoties die we gewend zijn, het is het ritme dat we allemaal al jaren volgen. En even voelt het aangenaam, die kick van morele verontwaardiging. Onze boosheid en de haast onstilbare queeste om rake woorden te vinden voor een schijnbaar statische situatie. We kunnen wel tot in het oneindige doorpraten over de ellende en het zou ons ook dat zalige gevoel kunnen geven dat we heel relevant bezig zijn. We kunnen ons laten leiden door al die schreeuwende emoties die ons ertoe aanzetten om retweetbare zinnen te construeren. Dat zou ons kunnen doen denken dat we eindelijk gezien en gehoord worden. We kunnen ons laten leiden door een scherm. Maar vergeet niet: iedereen achter een scherm heeft een hart. En denk je dat een hart zich druk maakt om blunderende gemeenten, lakse buren en een klikochaos in een straat die ook jouw straat zou kunnen zijn en alle andere verhalen die via internet verspreid worden?

Als ik bedenk hoe makkelijk het is ons te laten leiden door een video, gemaakt in tien seconden, op zomaar een ochtend in zomaar een straat, met als onderwerp omgevallen kliko’s, dan krijg ik het idee dat ons hart achter het scherm is ondergesneeuwd, bedolven onder een lading filmpjes. Een hart spreekt namelijk niet al te luid, het is enkel te horen door hen die stil zijn. Maar het hart weet wat nodig is.

Het is niet per se nodig om de opruimende buurvrouw te volgen, al is het wel makkelijk als je kunt kiezen tussen desinteresse of betrokkenheid, het goede of het slechte, tweeten of helpen, verontwaardigd zijn of helemaal zen. Maar in je hart is het zo simpel niet, daar zijn de mogelijkheden oneindig.

We hoeven ons niet door iemand te laten leiden, we hoeven anderen niet te leiden. Veel eerder zouden we iets kunnen volgen, zoals een interessante droom die doorsijpelt in je dag, interesse in iets vreemds, een wrang vermoeden, een geur die je terugbrengt naar een kostbaar moment of verdriet die je leidt naar troost. Niet het een of het ander maar een poort naar weer een volgende stap. Het is de optie ‘overig’.

Met het nemen van al die overige stappen verandert je wereld van encyclopedie naar complete bibliotheek. Een die niet gerangschikt is op alfabet en thema, voor iedereen die dezelfde route zoekt, maar een waarin je door een fluistering in je binnenste te volgen, steeds op onverwachte plekken bij het juiste boek uitkomt. Dan kun je er zomaar eens achter komen dat het boek niet eens gaat over het onderwerp dat je zocht.

Oversteken

De buurman van het filmpje en de buurvrouw met de rode jas spreken elkaar nog regelmatig bij een vuurtje in haar tuin. De straat noemt hen ‘het klikokoppel’. Ook vanavond stijgt er rook op uit haar tuin en ruik ik het vuur. De rokerige lucht nodigt me uit om tot bezinning te komen. Ik besluit het eens te proberen: te luisteren naar mijn hart. Tien minuten lang zwijg ik, terwijl ik de geruststellende lucht inadem die door mijn raam binnensijpelt. En verrek, daar is een idee. Een fluistering in mijn binnenste.

Ik lig net zo lekker, maar de stem is zo sterk, dat ik haar wil volgen. Ik zet mijn voeten op de grond, loop naar de gang en neem mijn jas van de kapstok. Ik sluit de deur achter me, steek de straat over. Ik vraag: ‘Mag ik erbij komen zitten?’ ●

. . .

Paspoort

Tamar Tanasale (1984) woont in Roden met haar man en jeugdliefde Jaïr en hun vier kinderen. “Ik leef intens en ben het gelukkigst als dingen in beweging zijn”, zegt ze. “Als singer-songwriter verwoord en bezing ik de beweging in mijn leven. Soms blijken liedjes van drieënhalve minuut te kort en groeit een idee uit tot een verhaal, die ik plaats op mijn blog.”

‘Leiderschap’ is voor Tanasale erg beladen. “Het was het meest gebruikte woord in de kerk die ik enkele jaren geleden verliet. De Volzin-schrijfwedstrijd was een manier om te oefenen in het schrijven over een thema waar ik de kriebels van krijg en die ik het liefst vermijd. Al schrijvende gaf ik woorden aan een gevoel dat ik nooit eerder wist uit te drukken.”

De blogs van Tamar Tanasale verschijnen op www.tamartanasale.nl.

De jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2019 kende aan de inzending van Tamar Tanasale de tweede prijs toe.