Suriname: Verscheidenheid in eenheid

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Suriname is een schoolvoorbeeld van een geslaagde multireligieuze, multi-etnische en multiculturele samenleving, zo stellen Ralf Bodelier en Mirjam Vossen vast. Nederland kan nog heel wat van zijn voormalige kolonie leren. Vijf voorwaarden voor vredig samenleven.

Tekst & beeld: Ralf Bodelier en Marjam Vossen

Oma Lien is Surinaamse. Verder kan ze zich niet identificeren. Een van haar grootvaders was Portugees, afkomstig van Madeira. De andere grootvader was inheems, een Indiaan. Een grootmoeder was een mix van en creools en Portugees. De andere was een mengeling van Duits en Indiaans. Oma Lien zelf huwde een driekwart Chinees. “Kortom”, lacht Oma Lien: “wat ben ik? Vertel het me maar!”
85 is Oma Lien. Ze zit op de veranda van haar withouten huis in hartje Paramaribo. De vloerplanken zijn donkerbruin gelakt. Planten alom. Aan de muren grote familiefoto’s met daarop een veelheid aan culturen. Negen kinderen kreeg ze. Daarnaast bracht Oma Lien nog vijf pleegkinderen groot. Ze somt op: een Indiaan, een bosneger, een Hindostaan en twee creolen. Al deed die afkomst er niet toe. Het waren kinderen die hulp nodig hadden.

Verschillende herkomst
In juli 2018 zei de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok het volgende. “Noem mij een voorbeeld, van één multi-etnische of multiculturele samenleving, waar de oorspronkelijke bevolking nog woont en waar een vreedzaam samenlevingsverband is. Ik ken hem niet.”
“Wat dacht u van Suriname?”, vroeg iemand uit de zaal.
“Suriname is een failed state”, antwoordde Blok. “En dat heeft ernstig te maken met de etnische opdeling.”

Zijn multiculturele samenlevingen gedoemd tot mislukken, drama’s en rampen? Verhalen uit Bosnië, Rwanda of Syrië suggereren van wel. Het probleem is dat we nooit iets horen over samenlevingen waar het goed gaat. Waarin mensen van uiteenlopende gezindten vriendelijk en tolerant met elkaar samenleven. Waarin ze samen naar school gaan, wonen en trouwen. Journalisten lopen er niet warm voor. En spannende films kun je er niet over te draaien.

Cijfers zijn er wel. Steven Pinker, een Amerikaans psycholoog, haalt in zijn laatste boek Verlichting nu wereldwijd onderzoek aan waaruit blijkt dat buren van verschillende herkomst doorgaans prima met elkaar door een deur kunnen. In Afrika, dat vaak wordt beschreven als vergeven van stammenstrijd, geldt dat zelfs voor 99 procent van alle buren. In Suriname is het al niet anders. Niet strijd of haat tussen de vele culturen is de norm. Dat is acceptatie en tolerantie, gecombineerd met een hoge mate van langs elkaar heen leven.
Vraag je de bijna 600 duizend bewoners van Surinamer tot welke culturele of etnische groep ze horen, dan noemt zich ongeveer 27 procent Hindostaan, voortgekomen uit voormalige contractarbeiders uit Zuidoost-Azië. Bijna 22 procent deelt zich in bij de marrons, afstammelingen van gevluchte slaven. Ongeveer 16 procent ziet zichzelf als creolen, nazaten van voormalige slaven, nogal eens gemengd met Chinezen en Europeanen. Plusminus 14 procent omschrijft zich als Javaan en een even groot percentage weet zich, net als Oma Lien, niet meer in te delen. Als laatste zijn er bescheiden percentages Indianen en Chinezen, plus nog kleinere groepen Europeanen, Libanezen, Joden en Brazilianen. En nooit waren er gewelddadige conflicten, rassenrellen of godsdienstoorlogen. Hoe doen ze dat, vreedzaam samenleven?

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.