Stefan Paas: 'Ik hoef niet vrijzinnig over te komen'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“De wereld is geen plek waar verloren zielen ronddolen die zo snel mogelijk de kerk in geholpen moeten worden. Het is een wereld waar God werkt en waar de Geest je op onverwachte manieren tegemoet komt.” Theoloog des Vaderlands Stefan Paas over zending, vrijzinnigheid en orthodoxie en kerkplanting. Tekst: Ellleke Bal Beeld: Hollandse Hoogte

Daags na de bekendmaking dat Stefan Paas de nieuwe Theoloog des Vaderlands is, speelt hij een rol in de Trouw-strip Anton Dingeman. Daarin wordt de draak gestoken met het idee dat de Theoloog des Vaderlands ieder jaar een ander religieus genootschap moet vertegenwoordigen. Met de van huis uit christelijk-gereformeerde Paas is het feest bij de orthodoxen. “Eindelijk een theoloog die de ware God kent!” roept een gelovige in de strip.

Stefan Paas (49) kon er goed om lachen, vertelt hij enkele weken later, in zijn kantoor aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Maar het is wel een beetje vorige generatie-denken hè. De frustraties die in zo’n strip naar voren komen, zijn niet de mijne hoor.” Hij heeft niet zoveel op met het denken in christelijke zuilen. Maar dat hij zichzelf orthodox noemt, dat klopt. “Ik ben er niet op uit om vrijzinnig over te komen.” Toch spreekt hij een breed publiek aan. “Lezingen over mijn boeken brengen me van de SGP tot de Remonstrantse Broederschap. Dat vind ik een voorrecht.”

In tegenstelling tot de vorige jaren werd de Theoloog des Vaderlands deze keer niet verkozen door een jury of door het publiek, maar aangewezen door de uitgevers, hogescholen, universiteiten, omroepen en kerken die de Nacht van de Theologie organiseren. Zij roemden de wijze waarop de hoogleraar missiologie uit Baambrugge zich als theoloog mengt in het publieke debat, onder meer via zijn boeken, essays en zijn scherpe en inhoudelijke bijdragen op sociale media als Twitter.

In die bijdragen hoopt Paas altijd “zoveel mogelijk van de christelijke traditie op tafel te houden”. Hij wil geen eigenzinnige theologie ontwerpen, maar theologiseren “in lijn met de credo’s en de grote theologen als Augustinus, Calvijn en Luther”. Als het om moderne christelijke schrijvers gaat verdiept hij zich ook graag in C.S. Lewis, Chesterton, Taylor en Halik. Maar een postmoderne theoloog als de Amerikaan John Caputo is niet zijn cup of tea. Hij begon onlangs in zijn boek Hopeloos Hoopvol – waarin Caputo zijn spirituele reis door het leven omschrijft. “Daar kom ik niet doorheen.”

Waar zit ‘m dat in?
“Ik wil snappen wat er staat als ik iets lees. Dat lukt me niet in dit boek. Bovendien stoor ik me aan auteurs die je voortdurend willen verzekeren dat orthodoxen het héél erg zullen vinden hoe zij over iets denken. Dat priesters en nonnen de brandstapel al voor je klaar hebben gezet. Maak je niet zo druk zeg. Ik kan weinig contact krijgen met zo’n toon. En bovendien moet wat je beweert, eigenlijk op zichzelf kunnen staan. Als je dat soort retoriek nodig hebt om je verhaal te verkopen, dan word ik bij voorbaat argwanend.”

Heeft u als Theoloog des Vaderlands het gevoel dat u de orthodoxe belangen moet vertegenwoordigen?
“Nee daar ben ik niet gevoelig voor. Vrijzinnigheid en orthodoxie worden sterk institutioneel uitgespeeld. Alle vleugels moeten zich steeds weer laten gelden. Of je nu Gereformeerde Bond heet of Op Goed Gerucht. Terwijl, als je op het niveau van geloof en hart met elkaar te spreken komt, vind je vaak verrassende overeenkomsten. Als je samen Psalmen leest dan kun je allebei diep geraakt zijn en je door God aangesproken voelen. Ik wil het niet romantiseren, er zijn verschillen. Maar ik ben ervan overtuigd dat de ontmoeting en het samen aan de missie werken voor verbinding zorgt. Samen zoeken naar hoe het evangelie kan klinken in onze tijd, kan veel van de oude tegenstellingen nuanceren.”

U bent hoogleraar missiologie. Wat kan ik me voorstellen bij de moderne zendingswetenschap?
“Het vak wordt in Nederland op verschillende manieren ingevuld. Aan sommige faculteiten gaat het de kant op van interculturele theologie of niet-westers christendom. Ik zeg: laten we ook de missionaire traditie in ere houden. Dan bedoel ik de traditie die zichzelf verantwoordt naar andersgelovigen. Je probeert mensen te overtuigen van een goed verhaal. Ik ben ervan overtuigd dat de zending een godsdienst verandert. Het maakt je ontvankelijk voor de ander en doorbreekt grenzen tussen culturen. Als we terugkijken op de koloniale tijd, dan weten we dat dit ook fout kan gaan. De missionaire historie is met bloed bevlekt. Daar moeten we als post-christelijke cultuur van leren.”

Mede om die reden heb ik er moeite mee. Blijft het idee bovendien ook niet wat arrogant, de ander even vertellen hoe het zit?
“Ik snap dat mensen zich er ongemakkelijk bij voelen, zeker hier in het westen. Maar als missioloog wil ik andere perspectieven op dit vak inbrengen. Als je in Nederland rondkijkt, dan is iedereen bezig met zieltjes winnen en zending bedrijven. Denk aan alle blogs, vlogs en allerlei vormen van opiniërende journalistiek. Iedereen heeft een opvatting waar hij anderen van probeert te overtuigen. Dat gebeurt regelmatig vrij onbeholpen. En als het niet lukt dan trekken mensen zich vaak terug in een bubbel en gaan ze tegen gelijkgezinden spreken over de ander. De missiologie is een discipline die de theologie daar juist probeert uit te trekken. Het alternatief is tribalisering en verzuiling. Afzonderlijke werelden zijn verbonden geraakt met elkaar door zending, dat is ook iets moois.”

Wat is de waarde van die missiologie in onze tijd?
“Om fris te blijven is missionair denken voor de kerk onvoorstelbaar belangrijk. Als je je niks aantrekt van de wereld daarbuiten, wordt het lastig. En laat het niet ophouden bij de klassieke diaconale actie: de beweging van de sterke naar de zwakke. Natuurlijk, het is goed om te werken aan de missie voor armen en daklozen. Maar dan blijf je zelf veilig. Het wordt anders als je met welbespraakte diep-geseculariseerde hoogopgeleide gelukkige mensen praat. Wat hebben christenen aan hen te melden? Daarover nadenken, daar word je bescheiden van. En tegelijk ook vrijmoedig, want uiteindelijk zul je wel moeten vertellen wat je gelooft. Het zoeken naar bekering hoort er voor mij ook bij, het uitnodigen van mensen om christen te worden. Want de binnenkomst van nieuwe christenen is de beste opfriscursus die de kerk kan gebruiken.”

De kerk opfrissen is één ding, maar de diepste motivatie om missionair te zijn zit ‘m daar toch niet in?
“Nee het gaat natuurlijk niet om het instituut. Uiteindelijk gaat het om God en de mensen. Ik ben aan de universiteit in Kampen net gestart met een onderzoeksproject voor de komende zes jaar: Salvation in the twenty-first century. We willen op zoek naar de visies op heil die leven onder missionair actieve mensen, voorgangers, gelovigen en bekeerlingen. Welke verhalen houden de boel op gang? Maken mensen daarin ontwikkelingen mee? En kunnen we mensen helpen om visies daarover fris te houden of te vernieuwen?”

Staat ‘salvation’ dan voor een soort redding?
“Het gered worden van zonde is een visie op heil die diep in de orthodoxie zit. Maar je kunt het begrip op verschillende manieren invullen. De vraag naar het waarom van het missionaire wordt breed gesteld. Sake Stoppels en Nynke Dijkstra hebben voor de Protestantse Kerk in Nederland een boekje geschreven over dit thema. Ook de PKN heeft pioniersplekken en wil vernieuwen. Maar waarom eigenlijk? Heeft dat nog iets te maken met iets dat tussen God en mensen moet gebeuren? Zij constateren een zekere verlegenheid met dit gesprek en een gebrek aan gedeelde taal. Ik merk dat ook bij Via Nova, de kerkgemeenschap in Amsterdam waar ik mede-oprichter van ben. Daar zijn we nu zo’n tien jaar bezig. Ik denk dat we gegroeid zijn door missionaire ontmoetingen. Ik ben zelf ook anders tegen dingen gaan aankijken.”

Wat is er dan veranderd?
“Voor mij is het spreken over het koninkrijk van God belangrijker geworden. Ik ben opgegroeid in de traditie van het kruis. Daar draait alles om redding, terwijl dan vergeten wordt dat Jezus niet maar één week op aarde was om aan het kruis te sterven. Daar gaat een verhaal aan vooraf. De wereld is geen plek waar verloren zielen ronddolen die zo snel mogelijk de kerk in geholpen moeten worden. Het is een wereld waar God werkt en waar de Geest je op onverwachte manieren tegemoet komt. Dat is iets wat de zendingservaring je leert. Ik kwam niet goed meer uit de voeten met een benadering die het heil versmalt tot redding van zonden, zodat je na je dood in de hemel komt. Ook al blijf ik de redding belangrijk vinden. Er zijn mensen die echt gered moeten worden van een heleboel ellende.”

Het CBS maakte onlangs bekend dat voor het eerst een meerderheid van de Nederlandse bevolking zich niet tot een religieuze groepering rekent. Er zijn theologen die deze cijfers nuanceren en zeggen dat er ook buiten kerken en moskeeën nog altijd veel religie is. U denkt daar anders over?
“Dat klopt, ik heb het idee dat mensen min of meer de kerk in gedefinieerd worden. Bijvoorbeeld omdat ze wel eens bidden. Vanuit een soort volkskerkelijk denken probeer je dan de definitie van religie alsmaar op te rekken. Dan is zelfs tuinieren of paardrijden religie. Missionair gezien vind ik het vrij onvruchtbaar, en het is respectloos naar mensen die zichzelf niet als religieus beschouwen.”

U doet veel onderzoek naar kerkplanters, mensen die een nieuwe kerk hebben gesticht. Vindt u het een beter idee om nieuwe kerken te stichten dan om traditionele afkalvende gemeentes te vernieuwen?
“Nee, ik speel dat niet tegen elkaar uit. Het moet allebei gebeuren. Kerkplanting is belangrijk, het is de research en development-kant van de kerk. Het geeft ruimte voor experimenten. Nieuwe gelovigen komen bovendien vaker binnen via nieuwe kerken dan via oude kerken. Dat hebben we aangetoond in onderzoek. Maar ook de oude kerken hebben potentieel voor vernieuwing. Het is gewoon belangrijk voor een kerkgenootschap dat het kerken van verschillende leeftijd heeft.”

Is uit onderzoek ook duidelijk geworden hoe duurzaam de nieuwe kerkgemeentes zijn?
“Dat is een beetje vroeg. De meeste van die nieuwe kerken zijn pas begin van dit millennium gestart. Er daarvan zijn er een aantal alweer omgevallen. Wat is tegenwoordig duurzaam hè? Veertig of vijftig jaar is al heel wat hoor.”

Dus je moet ook niet willen dat zo’n kerk eeuwig doorgaat?
“Nou graag. Maar het is misschien realistischer om te denken aan een beweging van organisaties die steeds het stokje aan elkaar doorgeven. Op dit moment ben ik hier in Amsterdam bezig om een nieuw onderzoeksproject op te starten. Samen met een groep wetenschappers wereldwijd, kijken we in verschillende grote steden in het westen naar de vraag: waar gaat het heen met het christendom? Wat zijn de trends? Collega’s in Seattle hebben dit onderzoek eerder gedaan, en zij kwamen tot opvallende conclusies. Bijvoorbeeld dat de tegenstelling vrijzinnig-orthodox steeds minder een onderscheidende rol speelt, juist bij kerken die hun missionaire taak in de buurt serieus nemen.”

Al die onderzoeksprojecten, boeken, sociale media, en dan dit jaar ook nog Theoloog des Vaderlands. Hoe maakt u tijd voor rust?
“Tja. Dit kun je alleen maar doen omdat je gesteund en gedragen wordt door de mensen om je heen. In mijn geval is dat mijn gezin. En ik heb een goede gezondheid. Maar mijn werk en hobby lopen in elkaar over. Als ik thuis een boek over theologie lees vraagt mijn vrouw wel eens: ‘moet je niet ontspannen ofzo?’ Maar dat ís mijn manier van ontspannen.”

Wat is nu de boodschap die u als Theoloog des Vaderlands kwijt wilt?
“Ik zie de titel vooral als een aansporing om vooral te blijven doen wat ik al doe. Maar ik heb wel een grote vraag in m’n hoofd, waar ik iets mee wil. Waar is theologie nu goed voor in de wereld? Wat heeft Nederland aan theologen? Theologie is een brede culturele studie. Als culturele wezens zijn we gevormd door eeuwen religie. Het zou raar zijn als we denken dat we onszelf kunnen begrijpen zonder het theologische perspectief mee te nemen.”

Paspoort
Stefan Paas (Apeldoorn, 1969) is sinds 27 oktober 2018 Theoloog des Vaderlands.

  • Studeerde theologie aan de Universiteit Utrecht, en promoveerde daar op scheppingsteksten bij profeten uit de achtste eeuw voor Christus.
  • Is hoogleraar missiologie aan de Theologische Universiteit Kampen en missiologie en interculturele theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
  • Is ook directeur van onderzoekscentrum Center for Church and Mission in the West.
  • Is christelijk-gereformeerd en mede-oprichter en ouderling van de Amsterdamse kerkgemeenschap Via Nova.
  • Publiceerde meerdere essays en boeken zoals Vrede Stichten: Politieke meditaties (2007) en Vreemdelingen en Priesters (2015). Samen met Rik Peels schreef hij God bewijzen, argumenten voor en tegen geloven, waarvoor zij de Theologie Publicatieprijs 2014 kregen.

Stefan Paas is getrouwd en heeft drie kinderen.
Twitter: @StefanPaas