Onze natuurlijke snelheid is de snelheid van de wandelpas

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“Veel mensen hebben het gevoel te leven in een permanente versnelling, en proberen zichzelf als individuele en unieke onderneminkjes staande te houden in een kolkende rivier. De snelheid die we elkaar en onszelf opleggen, sluit ons af voor de ander en maakt dat we uiteindelijk de verbinding met onszelf verliezen.” Een pleidooi voor vertraging en de snelheid van de wandelpas.

Tekst: Thijs Caspers

Laatst viel mijn oog op waardevolle woorden in een oude krant. Een columnist vertelde over een gesprek dat hij had met zijn zus op haar sterfbed. Ze liet zich ontvallen dat het haar zo mooi leek als we ons leven achterstevoren zouden kunnen leven, met het idee dat je inzichten uit latere levensfasen mee zou kunnen nemen naar eerdere. “Tegen de tijd dat je het leven en wat daarin echt belangrijk is een beetje begint door te krijgen, ben je vaak al te oud of te ziek om daar nog lang profijt van te hebben”, was haar toch wel confronterende slotsom.
Het belangrijkste inzicht dat ze haar jongere ‘ik’ had willen voorhouden is om niet bang te zijn. Teveel, zo voelde ze, had ze zich gevoegd naar de mening van anderen. Uit angst om af te wijken of niet aardig gevonden te worden. Ze had meer durf willen hebben om een kind te adopteren of fulltime te gaan schrijven. Ze deed het niet, omdat ze bang was te mislukken.

Trouw aan jezelf
In de levenskeuzes van de zus – en in feite van iedere willekeurige ander – speelt het woord ‘durf’ een grote rol. Durf je echt te luisteren naar wat je van binnen ten diepste verlangt? Je gevoel te volgen en de sprong te wagen, óók als je wens afwijkt van wat gangbaar is, of van wat we in het algemeen als ‘veilig’ of ‘goed’ beschouwen? Zo bezien heeft ‘durf’ alles te maken met trouw zijn aan jezelf. Ook als dit bijvoorbeeld betekent dat je tegen de stroom in moet roeien.

Toen ik het onlangs met een goede vriend had over dit ‘trouw zijn aan jezelf’, reageerde hij wat sombertjes. Als docent levensbeschouwing vroeg hij een tijdje terug aan zijn leerlingen uit 3-vwo wat zij wilden worden en echt belangrijk vonden in het leven. Bijna zonder uitzondering volgden antwoorden als ‘rijk’ en ‘beroemd’. Ondanks dat hij het aan zijn leerlingen niet liet merken, vond hij hun antwoorden teleurstellend. Geld en bekendheid verschenen niet als mooie bijkomstigheid, als bijproduct van passie of talent, maar als doel op zich.

Natuurlijk, de antwoorden van deze jongeren zijn maar een momentopname. Het kan goed zijn dat ze over een paar jaar over de woorden ‘rijk’ en ‘beroemd’ heen groeien. Maar toch staat dit voorbeeld niet op zichzelf, zoals Robert Waldinger laat zien. Als onderzoeker aan Harvard University geeft hij leiding aan de langstlopende studie naar geluk ter wereld (The Study of Adult Development). Hij vertelt dat millenials veelal dezelfde antwoorden geven als die mijn vriend hoorde in zijn klas. Verreweg de meesten denken op jonge leeftijd dat hun toekomstig geluk zal liggen in financiële rijkdom en beroemdheid.

Sociale web
Dat doet natuurlijk de vraag opkomen wat wél gelukkig maakt? Inmiddels is deze studie zeer omvangrijk, maar aanvankelijk begon dit onderzoek van de Harvard Medical School in 1938 met 268 mannen, allen afkomstig uit een vooraanstaand milieu en studerend aan de eigen universiteit. Deze groep werd naar verloop van tijd uitgebreider en veelkleuriger. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werden 456 mannen uit achtergestelde buurten van de Amerikaanse stad Boston toegevoegd aan het onderzoek. Niet snel daarna volgden de kinderen van deze mannen en hun partners. Bij allen werden factoren als werk, privésituatie, sociale context en gezondheid in beeld gebracht, om zicht te krijgen op hun welzijn en geluksbeleving. Iedere twee jaar vond er uitgebreid onderzoek plaats: er waren interviews (met de persoon in kwestie en met naasten), er werden vragenlijsten ingevuld en er vond uitgebreid medisch onderzoek plaats (o.a. scans en bloedonderzoek). Van de oorspronkelijke groep waarmee het onderzoek begon in 1938 zijn er na zo’n tachtig jaar nog ongeveer twintig heren over, de meesten al een behoorlijk eind in de negentig. De uitkomsten zijn intrigerend. Verreweg de belangrijkste graadmeter voor ons persoonlijk geluk is ons sociale contact met anderen: hoe sterker je je verbonden voelt met anderen, hoe gezonder je blijft en hoe langer je leeft. Degenen die op hun vijftigste het gelukkigst waren in hun relaties, waren op hun tachtigste het gezondst, aldus het onderzoek. Eenzaamheid, aan de andere kant, maakt ongelukkig en is slecht voor onze gezondheid. Zo laat de studie zien dat onze hersenen door sociaal isolement sneller achteruit gaan dan in een context waarin we ons geborgen en verbonden voelen met dierbaren om ons heen. Niet financiële rijkdom of een geprivilegieerde positie zijn bepalend voor geluk, maar ons sociale web.

Rijkdom is dus heel ergens anders te vinden dan waar wij het denken te vinden op jonge leeftijd. Ons grootste kapitaal is geen smak met geld maar sociaal kapitaal dat we opbouwen in verbinding met mensen om ons heen. Dit kapitaal krijgt vorm door voor elkaar klaar te staan op mooie en pijnlijke momenten, door scharniermomenten in het leven samen te beleven, te geven en te nemen, de ander te helpen en zelf open te staan voor de hulp van de ander. Kortom: door samen met elkaar op te lopen en te groeien aan elkaar.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.