Salafisten in maten en soorten

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Salafisten staan in een kwade reuk. Ze worden geassocieerd met geweld. Deze visie doet geen recht aan de diversiteit die het salafisme kenmerkt, meent Enis Odaci. “Jihadistische elementen binnen het salafisme zijn er wel degelijk. Deze kunnen niet alleen door de overheid, maar juist in samenwerking met andere salafisten worden weerstaan.”

Tekst: Enis Odaci 

Salafisten komen regelmatig negatief in het nieuws. De eerste publieke kennismaking met het salafisme in Nederland is in 2004. Toen speelde de zaak van de Hofstadgroep, bestaande uit een groep radicale islamitische jongeren. Van deze jongeren werden er veertien later door het openbaar ministerie verdacht van terroristische activiteiten. De leden van deze groep kwamen geregeld bijeen in het Amsterdamse huis van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. In 2011 was er de groep Sharia4Holland, een islamitische beweging die openlijk probeerde shariawetgeving in Nederland in te voeren. De recente oorlog in Syrië was aanleiding voor overwegend salafistische moslimmannen (en later -vrouwen) om naar het nieuw gestichte kalifaat in Syrië af te reizen, onder strenge monitoring van de AIVD. En de voorbije maand is er maatschappelijke en politieke ophef ontstaan rond het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Volgens de AIVD staat deze school onder invloed van buitenlandse terreurnetwerken. ‘Het salafisme’ is kortom al tientallen jaren onderwerp van gesprek. Maar waar staan deze moslims eigenlijk voor? Is er een directe link tussen geweld, terrorisme en hun religieuze gedachtengoed?

Perfect kalifaat
Salafisme, ook wel gespeld als salafiyyah of selefie is een orthodoxe soennitische stroming binnen de islam. Het woord is afgeleid van het Arabische woord salaf, dat ‘voorouders’, ‘voorganger’ of ‘vroegere generatie’ betekent. Aanhangers claimen deze salaf te volgen en daarmee te behoren tot de ‘lieden van de traditie en de gemeenschap’. De beweging stelt geïnspireerd te zijn door de eerste drie generaties moslims uit de begintijd van de islam. Salafi’s beschouwen deze drie generaties moslims, Mohammeds metgezellen (de sahaba) en de twee volgende generaties, als leidraad voor hoe de islam moet worden betracht. Dit baseren zij onder meer op de volgende overlevering van de profeet Mohammed: “De beste mensen zijn mijn generatie, dan die hen opvolgen en daarna die hen opvolgen.” De vierde generatie opvolging werd geleid door Ali, de schoonzoon van Mohammed. Deze Ali wordt gezien als de belangrijkste figuur in het sjiisme en is de eerste van twaalf generaties ‘imams’, die dan voor de sjiitische moslims weer gelden als leiders van de gemeenschap. Met deze splitsing in autoriteit is religieuze en politieke strijd ontstaan binnen de jonge islamitische gemeenschap. Salafisten vinden dan ook dat de periode van Mohammeds leven, inclusief het leven van de eerste drie kaliefen na hem, de ideale periode van de islam vormt. Want toen was er geen strijd en was er geen politiek. In die periode bestond er dus een perfect kalifaat.
In het dagelijks leven betekent dit een letterlijke navolging van Koran en soenna, de levens- en handelwijze van Mohammed. Iedere afwijking van de salafistische leer zoals sjiisme, soefisme of liberale soennitische stromingen, wordt verworpen. Scheiding tussen mannen en vrouwen, kledingvoorschriften, voedingsvoorschriften, gebedsvoorschriften en economische voorschriften worden nauwkeurig nageleefd. Iedere vorm van persoonsverheerlijking is verboden en ook foto’s van mensen worden om die reden vaak niet toegestaan. Het vieren van verjaardagen, seculiere feesten en participeren in democratische structuren wordt gezien als onislamitisch. De richtlijnen baseren salafisten op geleerden, die niet altijd door de mainstream islam worden erkend. Richtlijnen moeten namelijk gebaseerd zijn op betrouwbare bronnen die met een grote zekerheid te herleiden moeten zijn tot Mohammed zelf. Juist op dit punt verschillen de islamitische geleerden van elkaar en daarom bestaan er binnen de islam diverse stromingen en leerscholen, vaak opgehangen aan de leer van invloedrijke geestelijken.

Theocratie
De term ‘salafisme’ wordt in de wetenschappelijke literatuur gedefinieerd als “een ‘brede stroming’, of ‘spectrum van stromingen’ binnen de islam, die ‘conservatief’, of ‘ultraorthodox’ is, en die streeft naar een ‘zuivere’ islam waarbij letterlijke interpretatie van de basisbronnen centraal staat.” In bijna alle literatuur wordt salafisme geplaatst in de context van veiligheid of radicalisme. In de meeste gevallen is dat omdat de relatie tussen salafisme en radicalisme het onderwerp van onderzoek is. Maar ook in de onderzoeken die niet gaan over radicalisme, maar alleen over salafisme zelf, wordt regelmatig gewezen op de maatschappelijke situatie waarin salafisme wordt geassocieerd met radicalisme. Hiermee wordt salafisme weliswaar niet gelijkgesteld met radicalisme, maar wel in de context van radicalisme geplaatst.
De vergelijking met reformatorische christenen dient zich aan. Ook zij staan namelijk een wereld voor waarin theologische principes alle facetten van de samenleving raken. En zowel salafisten als ultraorthodoxe christenen wensen de theocratie: de staatsvorm waarin de godheid als onmiddellijke gezagsdrager wordt beschouwd. Elk element uit het persoonlijke en georganiseerde leven moet in dienst staan van, of voortvloeien uit de religie. Het geven van je leven in de navolging van Jezus wordt gezien als een deugdelijke daad. Maar dit denken uit zich niet (meer) in daden van geweld. Daar waar de SGP, als het politieke uithangbord van reformatorische christenen, zich in politiek opzicht stevig genesteld heeft in de democratische rechtsstaat, hebben salafisten geen politieke vertegenwoordiging. Mede vanwege de eerder genoemde nationale incidenten en internationale ontwikkelingen bestaan er over de ‘onzichtbare’ salafistische gemeenschap in Nederland zorgen. In het jaarverslag 2007 schat de AIVD dat 20.000 tot 30.000 moslims in Nederland zich in meer of mindere mate aangetrokken voelen tot de ‘radicale boodschap’ van salafistische jongerenpredikers. Zij baseert zich hierbij op een schatting van het aantal bezoekers aan ‘salafistische centra.’ Maar in 2015 werd in het AIVD/NCTV-rapport Salafisme in Nederland: diversiteit en dynamiek gesteld: “Het precieze aantal ‘volgelingen’ is niet vast te stellen vanwege de eerder beschreven diversiteit en diffuse begrenzing van de beweging.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.