Robert Plomp: 'refo' op de bres voor homo's

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Het ‘bijbels spreken’ over homo’s ging hem steeds meer tegenstaan. Totdat hij de teksten van Paulus met een nieuw oog leerde lezen. De theologisch geschoolde Robert Plomp vecht voor het homohuwelijk in eigen conservatief-orthodoxe kring. “De Nashvilleverklaring heeft mij verdriet gedaan.”

Tekst: Willem Pekelder

De protestantse orthodoxie bij de tijd brengen. Die taak heeft Gereformeerde Bonder Robert Plomp zich gesteld. Met zeven jaar theologie achter de kiezen gelooft de Hagenaar dat je niet de hele Bijbel letterlijk kunt nemen. “Teksten over homo’s moet je in de culturele context van die tijd zien.” Nederlander met de Nederlanders heet het boek dat Robert Plomp in 2016 publiceerde. Een titel die precies de lading dekt die hij eraan wil geven. Orthodoxe protestanten staan met hun opvattingen over homoseksualiteit, vrouwelijke leiders en creationisme veelal buiten de moderne maatschappij, meent Plomp (40, getrouwd en vader van drie kinderen). Terwijl dat helemaal niet nodig is. Je kunt de moderniteit, volgens hem, heel goed accepteren, zonder afbreuk te doen aan je geloof. Progressieve orthodoxie noemt hij het. Plomp studeerde zeven jaar theologie, maar liep uiteindelijk vast. Hij werkt nu fulltime als zzp’er in de ICT.

Waarom is het naar uw smaak belangrijk dat orthodoxe gelovigen homoseksualiteit, gelijkwaardigheid van vrouwen en evolutie –  ‘God als architect, de evolutie als bouwvakker’ – aanvaarden?
“Omdat ik merk dat de kerk, met name wat de eerste twee onderwerpen betreft, door de buitenwereld wordt gezien als een immoreel instituut met barbaarse opvattingen. Daardoor is het bij voorbaat een verloren missie om het Evangelie van Jezus als Verlosser te laten landen in deze tijd.  Dat doet mij pijn. Ik denk dat als de kerk de buitenwereld wil bereiken, de kerk zal moeten veranderen.”

Een Paulusbekering of voortschrijdend inzicht?
“Het laatste. Ik ontdekte gaandeweg dat ik er steeds meer moeite mee kreeg om de officiële leer uit te leggen aan onkerkelijken, bijvoorbeeld dat de aarde in zes dagen zou zijn geschapen. Langzamerhand ontstond het inzicht dat je de Bijbel niet letterlijk hoeft te nemen om orthodox te blijven. Jezus zelf spreekt vaak in metaforen. En als je het dan toch over een Paulusmoment wilt hebben… Ik kreeg als ICT’er een lesbische collega, getrouwd met een vrouw, drie kinderen. Ik dacht: zo’n vrouw zal in een doorsnee orthodoxe gemeente pas worden opgenomen, wanneer ze breekt  met haar partner en kinderen. Dat kan de bedoeling van het Evangelie toch niet zijn.”

U bent zelf actief in de Mattheüs gemeente in Delft, behorend tot de behoudende Gereformeerde Bond van de Hervormde kerk. Zou een lesbo-stel met kinderen in uw kerk welkom zijn?
“Officieel niet, maar we zijn liefdevolle mensen, dus ik denk dat een keihard ‘nee’ zal uitblijven. Wel zal er een spanning ontstaan tussen theorie en praktijk.”

Hoe vallen uw opvattingen in eigen kring?
“Ik merk dat veel conservatief-orthodoxe gelovigen op dit vlak met een grote verlegenheid zitten. Ze vinden het niet fijn om homo’s af te wijzen, maar hebben het gevoel dat het wel móet. Je ziet die schroom ook bij de reacties op de Nashvilleverklaring. Veel conservatieve christenen zijn het met de inhoud misschien nog wel eens, maar vinden de vorm waarin die is gegoten toch echt te ver gaan. De stelligheid van de verklaring: wij ontkennen, wij belijden, enzovoort. Het is zo zonder enige context  of gevoel van hoe zoiets overkomt bij homo’s. Dat is helemaal niet de taal van het gros van de orthodoxie. Die is veel bescheidener, gemoedelijker en genadiger. Ook mij heeft de verklaring verdriet gedaan, jazeker.”

‘Nashville’ gaat volgens u uit van een te letterlijke bijbeluitleg?
“Precies. Je kunt de uitspraken van Paulus in Romeinen en Korintiërs niet copy paste van toepassing verklaren op het hier en nu. Paulus heeft het over machts- en seksueel misbruik binnen de context van een afgodencultus. Hij verwijst daarmee naar het oudtestamentische boek Leviticus, waarin een ‘vrouwelijke bijligging’ tussen mannen wordt verboden.  Maar die teksten hebben niets te maken met de homoseksualiteit die we nu kennen, waarin mannen- en vrouwenstellen liefde en zorg met elkaar delen.”

Dat zei de ‘grote ‘ gereformeerde kerk, nu PKN, decennia geleden al.
“We moeten ons als orthodoxe gelovigen schamen voor de felle kritiek die we destijds op de gereformeerden hebben geuit. Aan de andere kant weet ik hoe lang het duurt eer je je visie op de Bijbel durft bij te stellen. In 2002 nog heb ik, samen met mijn vader, een protestbrief geschreven aan de gemeente Leeuwarden vanwege het ontslag van een weigerambtenaar. Dat zou ik nu niet meer doen, althans niet in de bewoordingen van toen. Wel vind ik dat je zo’n ambtenaar genadig moet zijn. Als ik alleen al denk aan hoeveel tijd het denkproces bij mezelf in beslag heeft genomen.”

Speelt  ook angst een rol om orthodoxe standpunten van weleer te herzien? Angst voor de hel bijvoorbeeld?
“Dat zal bij sommige gelovigen best het geval zijn. Zelf heb ik bij het schrijven van mijn boek God op mijn knieën gevraagd: als ik hiermee moet stoppen, geeft u mij dan een teken? Nee, ik heb geen teken ontvangen. Wat ik heb opgevat als: ik mag doorgaan. En als mijn boek niet naar Gods wens zou zijn, dan geloof ik in vergeving.”

U noemt zichzelf nog steeds orthodox, maar is het niet juist vrijzinnig om de cultuur van nu als uitgangspunt te nemen voor het begrijpen van de Schrift?
“Nee, want Paulus doet precies hetzelfde: aansluiting zoeken bij de cultuur. Toen hij op zendingsreis was in Athene gebruikte hij de Griekse godenverering om het Evangelie te verkondigen. Door de hele Bijbel heen wordt de maatschappelijke context benut om contact te krijgen met de mensen. God zelf doet het, wanneer hij zijn  joodse naam bekend maakt: Jahweh, ‘Ik ben er bij’. Als Paulus zegt dat de vrouw onderdanig moet zijn ten opzichte van haar man, is ook dat bedoeld om de Griekse cultuur niet voor het hoofd te stoten. Paulus is niet een man van revolutie, maar van evolutie. Hij gaat niet op de barricade voor de vrouw, maar hoopt dat er van binnenuit iets zal veranderen in de Griekse beschaving, wanneer hij zegt: ga met liefde om met je vrouw en je slaaf. Ten diepste gelooft Paulus dat er in Christus geen verschil is tussen man en vrouw, wat volledig past bij de vrouwvriendelijke visie van het Oude Testament.”

Het net zo lang sjorren aan bijbelteksten tot ze iets over deze tijd te vertellen zouden hebben, kan ook een geforceerde indruk maken. Waarom zegt u niet: die teksten, ontstaan in een paternalistische woestijncultuur, hebben met deze tijd niets meer te maken.
 “Theologen hebben de opdracht om steeds te vernieuwen. Dat is wat anders dan sjorren. Het is het inzicht dat God, via Paulus, maar ook via de profeten, mensen in hun eigen cultuur tegemoet treedt. Bovendien heeft de onderliggende boodschap van deze teksten wel degelijk iets over het hier en nu te zeggen, want ontrouw, machtsmisbruik en afgoderij zijn van alle eeuwen, en komen in alle kringen voor, de christelijke niet uitgesloten. Ook in de #metoo-discussie kun je iets met deze teksten.”

Niemand keurt seksueel misbruik goed. Dat is mede een vrucht van de Verlichting. U zou daarom ook de Verlichting kunnen omarmen, waar verworvenheden als gelijkheid en uiteindelijk het homohuwelijk uit zijn voortgekomen. Maar in uw boek zegt u juist dat u geen pleitbezorger bent van de Verlichting. Waarom niet?
“Ik neem de cultuur van de Verlichting over door de omgangsvormen van nu te accepteren, maar ik wil daar vervolgens wel graag de stem van het Evangelie in laten doorklinken. De Verlichting heeft veel goeds gebracht, zoals gerechtigheid aan zwakkeren, maar het Evangelie is voor mij het belangrijkst.”

U noemt het scheppingsverhaal een allegorie. Sommige van uw orthodoxe geloofsgenoten vrezen dat u zich op een hellend vlak bevindt, in de zin van: wat is er nog wel ‘echt’ in de Bijbel?
“De hele opbouw van Genesis is allegorisch. Zonder zon kan er geen dag en nacht zijn. Toch schiep God eerst het licht en daarna pas de zon. Daarmee heeft hij willen zeggen: Ik ga over het licht en niet de zonnegod, die een afgod is. Wie het scheppingsverhaal ziet als een letterlijk verslag, gaat aan die diepere boodschap voorbij. Nee, ik denk niet dat ik me op een hellend vlak begeef, want het Evangelie blijft voor mij recht overeind staan: Jezus voor onze  zonden gestorven en opgestaan uit de dood om ons het eeuwig leven te bereiden.”

Zoals Paulus Griek was met de Grieken moeten orthodoxen Nederlander zijn met de Nederlanders, is de strekking van uw boek. Maar, zullen gelovigen zich afvragen, moeten we dan de hele cultuur accepteren of slechts een deel?
“De cultuur is zoals die is. Er is van alles mis mee, maar we moeten ophouden met strijden ertegen, en met alles beter te weten. Laten we met onze naasten in liefde leven, ook als we het met hen grondig oneens zijn.”

U schrijft in uw boek dat bijbeluitleg vaak begint met de eigen opvattingen. Maar is dat bij u ook niet  het geval, wanneer u de ‘homoteksten’ interpreteert.
“In ethisch denken dient alles wat een christen zegt en doet ondergeschikt te zijn aan het liefdegebod. Je moet de naaste gunnen wat je jezelf ook gunt. Eigenlijk zouden alle christenen het daarover eens moeten zijn. Ook in homorelaties zit de boodschap van Gods liefde en trouw. Helaas denken sommige conservatieve christenen daar anders over. Ze  vinden dat homo’s zich beter kunnen onthouden van een seksuele relatie of  ‘genezing’ moeten zoeken. Met enig gewrik weten ze die opvatting toch onder het liefdegebod te scharen, want,  zeggen ze: wij handelen uit naastenliefde.”

Wat zou Jezus zeggen over homoseksualiteit?
“Ik wil hem geen woorden in de mond leggen, maar ik kan me niet indenken dat hij er tegen zou zijn. Nee, homoseksualiteit is geen zonde. Je kan er wel op een zondige, hedonistische manier mee omgaan, zoals hetero’s dat natuurlijk ook kunnen met hún geaardheid. Kijk, ik weet niet wat er tegenwoordig allemaal in discotheken gebeurt, maar als daar twee hetero-meisjes met elkaar zouden zoenen om een jongen mee naar huis te krijgen, zou dat in de buurt kunnen komen van waar Paulus in Korinte voor waarschuwt.”

Uw theologische opvattingen zijn, de orthodoxie uitgezonderd, zo’n beetje gemeengoed in christelijk Nederland. Maar over twintig jaar kan een fundamentalistische visie weer de overhand krijgen. Waarom maakt God het toch zo verschrikkelijk moeilijk voor zijn navolgers?
“Zo moeilijk is het niet. Hij laat zich zien in Jezus, dat is heel concreet. Bij het Laatste Oordeel zal het daar om gaan. Niet of je de hele Bijbel letterlijk hebt genomen, maar of je in Jezus hebt geloofd.”

Waar staat de orthodoxie over tien jaar?
“Dan zijn vrouwen in het ambt grotendeels geaccepteerd. Over twintig jaar zal dat ook met het homohuwelijk het geval zijn. Het gesprek is gaande. Het is niet meer te stoppen.”

Robert Plomp: Nederland met de Nederlanders (Buijten & Schipperheijn, 192 blz., € 16,95). Blog: www.vromepraatjes.nl.