Rikkert Zuiderveld over Gerrit Achterberg

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:

Tekst: Bert van der Kruk Beeld: Rutger Heymerikx

RATH & DOODEHEEFVER

Op het behang van Rath & Doodeheefver
staan de figuren die gij hebt gekend:
een hart, een hand, een boomtak bloesemend
en kinderschommels die naar voren zweven.

De randen, door de ratten aangevreten,
krullen aan de vier hoeken overend.
Oud en verschoten, in zichzelf frequent,
raakt het motief tegen de muur vergeten.

Maar deze beelden stonden in uw ogen
en deze ogen zijn uiteen gegaan.
Hoe hoog en ver werden de schommelbogen.
Het hart kreeg alle ruimte om te slaan.
De hand wees mij de wegen naar het leven.
De wereld bloeit. De dood is opgeheven.

Gerrit Achterberg (1905-1962): Verzamelde gedichten (Querido, 1985).

‘Vanaf mijn tienertijd lees ik gedichten. Al snel kwam ik Gerrit Achterberg tegen, ik weet niet meer precies wanneer. Zijn poëzie sprak me aan, door de rijkdom in zijn taal en thema’s. Achterberg was veel bezig met tijd, eindigheid en oneindigheid, thema’s die ook in dit gedicht zitten. Het is een ernstig gedicht en tegelijkertijd zit er veel woordspelerij in. Kijk bijvoorbeeld naar de woorden Rath & Doodeheefver die terugkomen in de ratten uit de tweede strofe en in de slotzin van het gedicht. Daar hou ik van. In het gezin waarin ik opgroeide, vingen we elkaar aan tafel vliegen af met woordspelingen. Ook met mijn zoons doe ik vaak een wedstrijd wie de flauwste woordspeling heeft. Dat Achterberg een ernstig thema als de dood doorweeft met het spel van de homo ludens kan bijna niet binnen één gedicht; het is meestal het één of het ander. Maar hij kan het. Alles staat goed op z’n plaats, begin en einde verwijzen naar elkaar, het gedicht is een cirkel. Achterberg doet dat bovendien in een vorm die me aanspreekt. Zelf schrijf ik ook veel sonnetten. Die structuur heb ik nodig, binnen dat kader kan ik vertellen wat ik zeggen wil. Dat heeft misschien te maken met het feit dat ik in eerste instantie een liedjesman ben. Een liedje kan niet zonder structuur.

Sinds ik leerling van Jezus werd, is er in dit gedicht wel een dimensie bijgekomen. Dat zit vooral in de laatste zin: De dood is opgeheven. Die verwijst naar de Bijbel: ‘Dood, waar is uw prikkel?’ Het motief dat tegen de muur vergeten raakt, de eindigheid, misschien wel de zinloosheid van het bestaan – dat alles wordt met het opheffen van de dood ook opgeheven. Het wordt juist met zin gevuld. Er zit veel verlies in het gedicht; er is iets weg, dood, onbereikbaar. Maar aan het eind is er – boem – een enorme hoop. Vanuit het verdriet komt de wereld toch weer tot leven. De dood is niet het einde. Als mensen beschouwen wij alles binnen het kader van ruimte en tijd; we zitten daarin als het ware gevangen. We kunnen ons weinig bij eeuwig leven voorstellen. Maar het gaat daarbij om een heel andere dimensie dan die wij nu kennen. C.S. Lewis bijvoorbeeld schrijft daar mooie dingen over. Er is verbeeldingskracht voor nodig om je iets bij die eeuwigheid voor te stellen, en ook moed om buiten het vertrouwde kader van ruimte en tijd te denken. Voor mij heeft dat alles te maken met het bestaan van God.

Ik kom uit een humanistisch-socialistisch gezin, redelijk harmonieus. Echt zo’n jarenvijftigfamilie, met spelletjes aan tafel. We waren geen gelovig gezin, maar door onze ouders – mijn vader was onderwijzer – wel gefocust op rechtvaardigheid en solidariteit. We aten dus ook consequent één boterham met tevredenheid; uit solidariteit met mensen die het minder hadden, ging daar geen beleg op. Mijn bekering was wel ingrijpend, maar niet de plotselinge omkeer van 180 graden, de blikseminslag zoals mensen die zich soms voorstellen. Zo’n moment van een keuze is iets waar je naartoe groeit en waarin allerlei dingen in je leven meespelen. Voor Elly en mij was het de logische uitkomst van onze lange zoektocht naar puurheid en waarheid. Wat me zo aanspreekt in Jezus, is de combinatie van waarheid en liefde in één persoon. Hij kan de mens genadeloos ontleden, tegelijk kent hij een grenzeloze barmhartigheid, compassie. Zo uitgesproken, radicaal en consequent vind je dat bij geen enkele andere figuur in de wereldgeschiedenis.”

Rikkert Zuiderveld (Groningen, 1947) is zanger, schrijver en dichter. Op NPO radio 1 (EO, Dit is de dag) leest hij elke vrijdag een actueel sonnet voor. Met zijn vrouw Elly vormt hij het duo Elly en Rikkert dat momenteel bezig is met zijn afscheidstournee. Zie voor de concertagenda: www.ellyenrikkert.nl.