René ten Bos: 'Complexiteit vraagt om nederigheid'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“De nederige persoon laat zijn verlangens niet zomaar de vrije loop”, zegt René ten Bos, filosoof, hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de afgelopen twee jaar Denker des Vaderlands. Een gesprek over de verlangensmachine van het kapitalisme, de omkering van onze zonden en de valse bescheidenheid van klimaatfanatici.

Tekst: Elleke Bal Beeld: Ted van Aanholt

“Wist je wel dat kinderen in groep drie als eerste het woordje ‘ik’ leren schrijven?” René ten Bos kijkt ervan op. “Die worden niet bepaald aangemoedigd om nederig te zijn”, zegt hij. “Wie nederig is, kan die ‘ik’ wegdenken”, zegt hij. “Maar dat wegdenken past niet zo in onze tijd, waarin we van ons leven allemaal een geweldig project willen maken en we constant over onszelf nadenken met behulp van allerlei zelfhulpboekjes.”
Toch zou Ten Bos (1959) zichzelf niet zijn, als hij de nederigheid niet tegelijkertijd zou verwerpen en omhelzen. Want of hij nederigheid als een deugd beschouwt? “Dat hangt ervan af over welke vorm van nederigheid we het hebben.” Als filosoof beschouwt hij het als zijn taak om met paradoxen om te gaan, zei hij twee jaar geleden bij de aanvaarding van de titel Denker des Vaderlands. En dus praten we op een donderdagochtend in zijn woonkamer in Nijmegen over de dubbelzinnigheid van nederigheid. De zon schijnt de kamer in, Ten Bos zit in een stoel voor het raam.
Via een omweg belandde Ten Bos in 2002 in de wetenschap. Voorheen werkte hij als adviseur in het bedrijfsleven, onder meer voor adviesbureau Schouten en Nelissen. Maar zijn proefschrift over modes in management maakte zoveel indruk dat hij in 2001 een baan kreeg aangeboden als hoogleraar filosofie aan de faculteit managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. En daar werkt hij tot op de dag van vandaag. Maar niet fulltime, zegt Ten Bos. “Ik wil de vrijheid houden om andere dingen te doen.”
Een van de ‘andere dingen’ is schrijven. De filosoof is een productief auteur, hij publiceerde de afgelopen jaren over management, bureaucratie, ecologie en de verhouding tussen mens, dier en natuur. Recentelijk schreef hij bijvoorbeeld Dwalen in het antropoceen (2017), over het tijdperk waarin de mens invloed uitoefent op de planeet. Bij wijze van afscheid van zijn periode als Denker des Vaderlands verscheen vorige maand het boek Extinctie, over het uitsterven van diersoorten. Daar maakt Ten Bos zich zorgen over. Maar als hij érgens een hekel heeft, is het wel aan mensen die “zich erop voorstaan dat ze zoveel doen voor het milieu. Dat is anti-nederig.”

Is nederigheid een deugd die u persoonlijk nastreeft?
“Dat kan ik niet zomaar zeggen. Nederigheid heeft voor mij een lading aan betekenissen. Aan de ene kant is het iets wat we hard nodig hebben in deze tijd. Maar tegelijkertijd wil niemand vernederd worden en wordt iemand die een ander vernedert kwaad aangekeken. Nederigheid wordt ook vaak geassocieerd met bescheidenheid, maar dat vind ik een valse deugd, daar heb ik weinig mee. Waar ik meer voor voel is nederigheid in de zin van weten waar je vandaan komt en je niet beter voelen dan een ander. Het is goed om met beide benen op de grond te staan. Mijn geliefden helpen me daarbij. Heb ik een mooie recensie in Le Figaro, zegt mijn zoon: ‘Leuk voor je pa, maar je moet niet denken dat ik die onzin van jou ga lezen.’ Aan de ene kant denk ik dan ‘rotjoch’, maar aan de andere kant zit daar humor in. Je kunt rondom vernedering allerlei spelletjes spelen. Zo’n tikkie moet je aankunnen, vind ik. Ik voel me nooit echt boven een ander verheven, dat gevoel heb ik nog nooit gekend. Ik ben ook maar gewoon een levend wezen, zoals vele andere levende wezens. Dat is een les die ik van Nietzsche geleerd heb.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.