Christien Crouwel: 'Ik ben geen oecumenische paus'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
De grootste organisatie van Nederland is niet de ANWB, maar de Raad van Kerken, met op papier een achterban van zo’n zes miljoen leden. Maakt dit van de Raad ook een machtig instituut? We vragen het aan Christien Crouwel, sinds 1 januari secretaris van de Raad.

Tekst: Willem Pekelder Beeld: Martje van der Heijden

Christien Crouwel begon haar kerkelijke loopbaan in 1998 als protestants predikant in het Brabantse Boxmeer-Vierlingsbeek. In 2009 verhuisde ze naar Nuenen, waar ze voorganger werd van de plaatselijke PKN-gemeente. Voor haar benoeming tot secretaris van de Raad van Kerken was ze ruim een jaar drugspastor in Amsterdam.

Even over dat drugspastoraat. Waarom heeft u dat zo kort gedaan?
“Laat ik voorop stellen: het was mooi en zinvol werk. Nee, niet te zwaar. Ik heb, denk ik, een hart voor mensen aan de rafelrand van de samenleving: daklozen, prostituees. Veel schrijnende verhalen gehoord. We hebben samen gehuild en gelachen. Maar op een gegeven moment miste ik wel een beetje de intellectuele uitdaging.”

Wel een overstap: van voeten in het bluswater naar een intellectuele bureaufunctie.
“Toen ik hier voor het eerst kwam, was het doodstil op kantoor. Ik dacht: jeetje, wat een verschil met de Wallen. Maar ik geloof dat ik het allebei ben: een pastor met compassie en een creatief denker.”

Bent u de oecumenische paus van Nederland?
“Nee, die status heb je als secretaris niet. Je bent meer een samenbindende figuur en het gezicht naar buiten. Dus je faciliteert de achttien lidkerken in het onderlinge geloofsgesprek, en daarnaast ben je gesprekspartner van de overheid, bijvoorbeeld over vluchtelingen, klimaat, duurzaamheid en armoede.”

Hoe staat het met de oecumene?  De rooms-katholieke kerk blijft vasthouden aan het verbod op intercommunie.
“Het toegroeien naar institutionele eenwording is niet het doel van de Raad.  Pas hoorde ik een mooie vergelijking: de kerken staan rond een binnentuin, en die tuin is de Raad. Met andere woorden: we zijn een ontmoetingsplek, waar kerken leren van elkaars traditie en genieten van elkaars veelkleurigheid. Overigens is plaatselijk in vieringen veel mogelijk op oecumenisch gebied.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.