Paulus, profeet van de vrijheid

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Met de kruisdood en de opstanding van Jezus heeft volgens Paulus iets volstrekt nieuws plaatsgevonden. Zijn boodschap is die van het messiaanse moment, ‘het punt van de tijd’, waarin deze wereld radicaal is omgekeerd. Juist nu weet Paulus als apostel en profeet van de vrijheid hedendaagse denkers te inspireren.

Paulus (James Faulkner, rechts) en zijn metgezel Lucas (Jim Cavaziel) in de film ‘Paul, apostle of Christ’ (2018).

Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Hollandse Hoogte

“Daarom is er hoop dat ook dit, het geschapene, bevrijd zal worden van de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en de heerlijkheid van Gods kinderen. Want we weten dat al het geschapene tot op heden eenstemmig als in barensweeën zucht en lijdt.” Paulus van Tarsus, aan het woord in zijn Brief aan de Romeinen (8, 21-22), een bombrief in de wereldgeschiedenis. Wat fascineert denkers van alle eeuwen in deze oude teksten en waar komen deze denkers terecht? Is het niet bijzonder dat moderne progressieve filosofen als Alain Badiou, Giorgio Agamben en Slavoj Žižek zich met de energie van ontdekkingsreizigers op deze teksten storten, die tegelijkertijd onderwerp zijn van zwaarmoedige en wereldmijdende preken in de gereformeerde gezindte? Dezelfde teksten die Maarten Luther in Wittenberg brachten tot zijn Turmerlebnis, niets meer of minder dan een bekering?

Buikspreken

Is Saul ook onder de profeten? De titel was een knipoog naar 1 Samuel 10,11 waar de aanstaande eerste koning van Israël zich mengt in een groep profeten en verbazing wekt bij de omstanders. Maar onze bundel ging over die andere Saul, Saulus van Tarsus, die aanvankelijk behoorde tot de vervolgers van de jonge Jezusbeweging, daarvan bekeerd werd op weg naar Damascus en Paulus ging heten. We waren in 1978 jonge theologen die zich bezighielden met politieke, ja materialistische bijbellezing, en stelden een bundel samen over de bijbelse Paulus, met de bedoeling hem opnieuw te lezen en dan niet gehinderd door conservatief spinrag. De bundel was ook een eerbetoon aan de hervormde theoloog Kleijs Kroon (1904-1983), die al vanaf de jaren ’50 zijn best deed om Paulus te lezen in de politieke context van zijn dagen. Toen al, veertig jaar geleden, werd de vraag gesteld of dat wel kon, zo’n politieke lezing, en of onze eigen politieke radicaliteit ons er niet toe had verleid Paulus al te snel in te lijven in een eigen normerend systeem. Een goede vraag, die Kroon overigens zelf ook stelde en waarmee hij zijn stellingnamen nuanceerde zonder aan het goed recht ervan te willen afdoen. Paulus lezen als profeet en bestrijder van de Romeinse slavenwereld, als verkondiger van een samenleving waarin klasse- en sekseverschillen zouden wegvallen (Galaten 3,28): het is een goed voorbeeld van de framing die Paulus in tal van varianten ten deel is gevallen in de loop van de uitleggeschiedenis.
Nu gaat framing verder dan teksten lezen in je eigen context, zoals de filosoof Paul Ricoeur al aangaf: een lezer legt altijd zijn vooroordelen aan een tekst op wanneer hij of zij deze interpreteert. Maar, voegt Ricoeur daaraan toe, de lezer staat op zijn of haar beurt ook bloot aan de betekeniswereld van de tekst zelf. Een tekst spreekt je met andere woorden ook letterlijk aan. Wanneer teksten ingepast worden in een frame is de kans daarop aanmerkelijk kleiner.
Er zijn nogal wat voorbeelden geweest van framing van de geschriften van en over Paulus in een gewenste ideologische mal. Zo is Paulus gaan buikspreken in conservatief-dogmatische, joodse, anti-joodse, christelijke, esoterische, radicaal politieke en filosofische frames. En die framing begint al in het Nieuwe Testament zelf, zoals Peter van ’t Riet in dit nummer van Volzin betoogt (blz. 28 e.v.) met het messiaanse frame van de evangelist Lucas, die dertig jaar na Paulus’ dood diens leven en ‘handelingen’ beschrijft in een gewenste context.

Radicale vernieuwing

In plaats van ons te verbazen over deze voortdurende ideologische toe-eigening van de teksten van en over deze ‘apostel van de vrijheid’ kunnen we ons ook afvragen wat dan het unieke karakter is van deze teksten dat ze zo gretig en voor zulke verschillende doeleinden zijn gebruikt. Ik denk dat die populariteit te maken heeft met hun radicaliteit.

Zoals bekend is lezing van Paulus’ teksten voor niet de minste theologen een bekeringsmoment geweest in tijden van grote omwentelingen. Dat gold voor Augustinus in de nadagen van het Romeinse Rijk en voor Luther aan de vooravond van zijn kerkhervorming. En een eeuw geleden zocht een jonge Zwitserse dominee in de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog de grenzen van de radicaliteit op met zijn lezing van Paulus’ Brief aan de Romeinen. De eerste druk van de Römerbrief van Karl Barth verscheen in 1919; de tweede, nog radicalere editie deed drie jaar later de theologie op haar grondvesten wankelen. Voor velen was het lezen van dit boek over Paulus een radicaal eigen bekeringsmoment. De katholieke theoloog Erik Borgman schreef in een recensie van de eerste Nederlandse vertaling (2008): “Nog altijd kun je iets van de ervaring opdoen dat er niets actuelers en urgenters is dan wat deze tekst van bijna tweeduizend jaar geleden probeert onder woorden te brengen. Dat wij niet ons eigen leven hoeven te redden. Dat we dat ook niet kunnen, maar dat God in Jezus Christus zichtbaar maakt dat wij, met al onze gebrekkigheid, door een nieuwe, reddende dynamiek zijn aangeraakt. Dat dit een heel andere boodschap is dan die uitgaat van de hedendaagse cultuur, is niet een oordeel over de betekenis van het christendom, maar impliceert veel meer een oordeel over deze cultuur.”
Maar niet alleen theologen zijn diepgaand beïnvloed door de lezing van Paulus’ teksten, ook filosofen hebben zich over zijn teksten gebogen. Hegel, Kierkegaard, Nietzsche, Heidegger en Foucault hebben zich bijvoorbeeld met Paulus bezig gehouden. En als we Gert-Jan van der Heiden mogen geloven, in zijn vorig jaar verschenen boek Het uitschot en de geest, is de belangstelling voor Paulus onder filosofen zelfs aan een heuse revival bezig. Wat zijn de thema’s die Paulus’ denken onder filosofen weer actueel maken? Van der Heiden onderscheidt er drie:
– Paulus als initiator, de man die aan de basis stond van verandering, van transformatie van de werkelijkheid;
– het eigene en onderscheidende van het nieuwe gemeenschapsleven dat Paulus aan de gemeenten voorhoudt;
– de rol die het begrip ‘geest’ bij Paulus speelt als nieuwe inspiratie, energie, elan.
Al deze drie thema’s hebben te maken met radicale vernieuwing.

Uitschot van de wereld

Voor sommige moderne filosofen is het gegeven van ‘de wereld zonder tegenspraak’ na de val van het communisme de aanleiding om zich opnieuw te buigen over de radicaliteit van Paulus’ teksten. Lees de fraaie zinnen van de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben, die een beschouwing over Shoah-overlevende Jean Améry verbindt met Paulus’ solidariteit met ‘het uitschot van de wereld’: “De omvang van wat reddeloos verloren is in de geschiedenis van de maatschappij en de geschiedenis van individuen is oneindig veel groter dan wat in de archieven van het geheugen kan worden opgeslagen.” En: “Het verlorene eist niet van ons te worden herinnerd en herdacht, maar eist dat het in ons en bij ons blijft als vergeten en op deze manier, en alleen op deze manier onvergetelijk blijft.” Een niet onverwachte sympathiebetuiging van de filosoof die twee jaar eerder zijn aangrijpende boek schreef over de herinnering aan Auschwitz, vorig jaar in het Nederlands verschenen als Wat er overblijft van Auschwitz. Agamben refereert aan de passage in Paulus’ eerste brief aan de Korintiërs: “Tot op dit moment zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid” (4,13). Het lijkt me lastig om deze passage niet politiek te lezen.
Dat lukt ook de joodse filosoof Jacob Taubes (1923-1987) niet. In De politieke theologie van Paulus, een postuum in 1993 uitgegeven bundeling van voordrachten die hij in Heidelberg hield aan het eind van zijn leven, komt hij tot een opmerkelijke politieke lezing van Paulus. Paulus spreekt in zijn brieven veelvuldig over ‘de wet’. De gebruikelijke lezing van wat Paulus met de wet bedoelt, is dat het gaat om het Hebreeuwse Testament dat ook wel het Oude Testament wordt genoemd, en preciezer de Thora, de onderwijzing in de vijf boeken van Mozes. Paulus in Romeinen 7:6: “… nu zijn we, gestorven voor wat ons gevangen hield, buiten bereik van de wet, zodat we nu dienaren zijn in de nieuwe zin van de Geest, niet in de oude zin naar de letter van de wet” (weergave Karl Barth, vertaling Mark Wildschut). Voer voor een anti-joodse of ten minste anti-judaïstische uitleg en daarvan zijn er ook talloze geweest: het evangelie van Jezus in plaats van de wet en de regels van de joodse religie. Maar even verder (vers 12): “Kortom, de wet is heilig en wat de wet eist is heilig, rechtvaardig en goed.” Voer voor uitleggers die Paulus’ leven en geschriften plaatsen binnen zijn joodse context waarin het onmogelijk is de Thora af te schaffen, zoals Jezus zelf in de Bergrede zegt dat hij niet gekomen is om de Wet af te schaffen maar om haar tot vervulling te brengen. Kunnen we dan met Paulus twee kanten op? O nee, nog veel meer. De zich socialist noemende Jacob Taubes heeft een geding met de aartsconservatieve rechtsgeleerde Carl Schmitt over de bevoegdheden van de vorst en de suprematie van de rechtsorde en komt bij zijn lezing van Paulus’ teksten over de wet tot een opmerkelijke opvatting. De wet waartegen Paulus zich keert (en of dat zo is, is dus de vraag) is ook, en misschien wel vooral de rechtsorde van het Romeinse Rijk, de wet die Jezus aan het kruis heeft gebracht. Zo gelezen is Paulus’ verzet tegen deze wet een forse politieke stellingname. Maar kun je Paulus zo lezen? Of is Taubes’ interpretatie ook een uitnodiging tot wereldmijding of anarchie?

Messiaans moment

Het bijzondere van Paulus en de reden waarom filosofen en theologen hem zo graag omarmen is zijn radicaliteit. Die inspireert hen om hun eigen grenzen ver te verleggen en zich opnieuw te verhouden tot de ongekende radicaliteit van het nieuwe leven dat Paulus voor ogen staat. Op zich zouden het optreden en de geschriften van een tentenmaker in de hellenistische wereld van de eerste eeuw van onze jaartelling een voetnoot in de geschiedenis kunnen zijn, ware het niet dat zijn denkbeelden zoveel impact blijken te hebben dat ze op elk transitiemoment in de geschiedenis als fonkelnieuw bestudeerd en toegeëigend kunnen worden. Zo kon hij zelf zich voordoen als jood, farizeeër zelfs, als hellenistische, door de stoa beïnvloede denker, als Romeins staatsburger, als spreker met gezag of als minderwaardig uitvaagsel, als prediker van een nieuw geloof of als arbeider die gewoon zijn brood moet verdienen en als apostel bijbeunt. En hij was het allemaal en soms tegelijkertijd. Deze man met vele gezichten heeft echter één boodschap te brengen: die van het volstrekt nieuwe dat heeft plaatsgevonden met de kruisdood en opstanding van die ene mens Jezus in Jeruzalem. Het is de boodschap van het messiaanse moment, “het punt van de tijd” ( 1 Kor. 15,52) waarin deze wereld radicaal is omgekeerd. Paulus rept met geen woord over Jezus’ leven, maar spreekt alleen over het momentum van zijn dood en opstanding. Zo zou je kunnen zeggen dat Paulus Jezus ‘op begrip brengt’ en tot in zijn essentie comprimeert in dit beslissende ‘feit’.
Vanzelfsprekend heeft deze omkering, deze revolutie, veel denkers geïnspireerd tot een politieke lezing van Paulus. De Franse filosoof Alain Badiou, die Paulus beschouwt als de grondlegger van het universalistische denken, spreekt over dit ‘punt van de tijd’ als de messiaanse gebeurtenis die de geschiedenis in tweeën knipt, in een tijd vóór en een tijd na deze gebeurtenis, als een gebeurtenis dus die geschiedenis maakt. De al genoemde Giorgio Agamben voegt daar nog aan toe dat Paulus de messiaanse gebeurtenis (dood en opstanding van Jezus) in twee tijden ontbindt: opstanding en parousia, de terugkomst van Christus. De gebeurtenis heeft dus al plaatsgevonden én is ophanden, staat nog te gebeuren. De messiaanse gebeurtenis is al begonnen, maar is nog niet voltooid. Zo komt Agamben tot de titel van zijn Paulusboek: Il tempo che resta, de tijd die overblijft. Want er is een nu en er valt nog iets te doen. Om het met de tentenmaker te zeggen: “Kom nu, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en vasthoudend en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.” (1 Korintiërs 15,59) Als theoloog van de radicale omekeer én als filosoof van het nu gaat Paulus nog wel even mee.