Ook dieren zijn onze naaste

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Susanne van der Wal-Verboom ziet niet alleen mensen, maar ook dieren als haar naasten. Je naasten eet je niet op. Vandaar haar keuze voor het veganisme: geen vlees, zuivel of eieren. “Geloven betekent voor mij vooral het in praktijk brengen van de waarden waar je voor staat, waar je in gelooft.”

Tekst: Elze Riemer 

Veganisten krijgen regelmatig te maken met onbegrip. Zo denken mensen nog vaak dat alleen maar plantaardig eten ongezond zou zijn. En gezellig is een veganist ook al niet; een beetje bourgondiër rent gillend weg voor al die zelfkastijding. Toch lijkt Susanne van der Wal-Verboom (31) er niet echt onder te lijden. Ze is acht jaar geleden veganist geworden en zit behoorlijk stralend en zorgeloos tegenover me. “Dat we een heleboel dingen nodig hebben om gelukkig te zijn, is gewoon een verhaal dat we onszelf vertellen. Dat we allerlei kleding moeten kopen, vlees moeten eten, ver weg op vakantie moeten – het is gewoon niet waar. Als je een dak boven je hoofd hebt en iemand hebt van wie je houdt en dan nog een leuke hobby erbij, is dat echt meer dan genoeg om een gelukkig en tevreden leven te lijden.”

Gewelddadig en onnodig
“Ik denk dat het leven een gift is en dat het de bedoeling is om ervan te genieten”, zegt Susanne van der Wal. “Hoe? Door in verbinding te staan met anderen en de wereld als geheel, door voor de schepping en elkaar te zorgen. Naastenliefde en compassie zijn de waarden vanwaaruit ik leef. Daar past niet bij dat mijn leven ten koste gaat van een ander leven, dat een ander daarvoor moet lijden. Dus toen ik ontdekte dat achter wat wij eten een industrie zit die ongelofelijk gewelddadig is, kon ik dat niet negeren. De schellen vielen me echt van de ogen en de knop ging om: geen vlees, vis, zuivel of eieren meer.”

Het begon zo’n negen jaar geleden, toen Van der Wal theologie ging studeren in Utrecht. “Ik leerde daar kritisch denken. Dat was zo’n verademing na mijn gereformeerd-vrijgemaakte opvoeding. Eerst keek ik met een kritische blik naar het geloof waarmee ik was opgevoed, maar daarna was ik niet bang om ook al mijn andere overtuigingen eens goed onder de loep te nemen. Ik stelde mezelf de vraag: waar komt deze specifieke overtuiging vandaan en kan het ook anders? Zo ben ik onder andere gaan kijken naar wat ik at. Aangezien daar dagelijks dieren tussenzaten, vond ik het belangrijk om te kijken wat er in slachthuizen achter de schermen gebeurt.  Ik zag een documentaire waar ik nachtmerries aan overhield: zo verschrikkelijk gaat het daar eraan toe. Ik dwong mezelf om me er verder in te verdiepen en ontdekte dat ook zuivel en eieren onderdeel zijn van dezelfde industrie. Anderen kiezen ervoor om vegetarisch te worden, maar dat is voor mij niet genoeg. Ik wil echt zo weinig mogelijk met die industrie te maken hebben.”

Dat dit alles voortkomt uit naastenliefde, is wat lastig te volgen, want we hebben het immers over dieren, niet over mensen. Zijn dieren dan je naaste? “Dat heeft ook weer te maken met de verhalen die we onszelf vertellen. We zijn opgegroeid met het idee dat wij mensen de enige zijn die de ervaringen hebben die we hebben. Een koe of een paard is anders dan wij, heeft een andere beleving. Een hond dichten we dan weer meer beleving en ‘menselijke’ eigenschappen toe. Dus we hebben dieren op een tamelijk willekeurige manier gecategoriseerd. Daardoor vinden we het nu zonder blikken of blozen oké wanneer  varkens gemarteld worden voor ons eten terwijl we tegelijkertijd over de rooie gaan als iemand aan ons huisdier komt. Maar wie zegt dat dieren een andere belevingswereld hebben dan wij? Als een koe een kalf krijgt, wil ze daarvoor zorgen. Ze loeit en huilt zelfs wanneer haar haar kalf wordt afgenomen. En voor ons voedsel is ze haar hele leven zwanger om keer op keer haar kalf van haar afgenomen te zien worden. Hoe meer je inziet dat we als mensen misschien wel anders zijn dan dieren maar ook weer niet zó anders, hoe meer je inziet hoe heftig het is dat we met z’n allen iets doen dat heel gewelddadig en onnodig is.”

Zaadjes planten
Dat we nog steeds veel dieren eten blijkt uit de cijfers. De organisatie Wakker Dier stelt dat in Nederland alleen elke dag 1,75 miljoen dieren worden gedood. Dat zijn er gemiddeld 1.000 per minuut. Wereldwijd zou het gaan om zo’n 65 miljard dieren. “Al zou je het dierenleed naast je neerleggen, je kunt er niet meer omheen dat onze vleesconsumptie een desastreuze impact heeft op de wereld en de voedselverdeling”, meent Van der Wal. “Ja, er zijn voor elke veganist tientallen mensen die het liefst alleen maar vlees zouden eten. Maar toch: de groep mensen die geen vlees eet wordt heel snel groter. Dus ik heb wel vertrouwen in de toekomst wat dat betreft. Maar ik ben niet zo bezig met het handelen van anderen, alleen met dat van mezelf. Anders heb ik binnen een week een burn-out. Als wat ik doe geen positief effect zou hebben op dieren, dan nog zou ik veganistisch zijn. Ik wil van dit systeem simpelweg geen deel van uitmaken. Stel je ziet als kind dat er op het schoolplein een jongetje wordt gepest door een groep kinderen. Je weet ‘dit is niet goed’, dus ga je niet meedoen. Je wilt natuurlijk dat de anderen gaan stoppen en misschien probeer je daarvoor te zorgen, maar over het geheel genomen heb je maar beperkt invloed op hun gedrag. Toch is het voor jou duidelijk dat je er niet aan mee wilt doen. Zo zie ik ook mijn keuze voor het veganisme. Ik plant, denk ik wel, zaadjes, doordat ik degene in de ruimte ben die geen dieren eet. Maar wat er verder met die zaadjes gebeurt, laat ik los. Dat is volgens mij sowieso de kunst in het leven. Dat wat voor overtuiging je ook hebt, je iemand anders niet wil ‘bekeren’, want dan ben je alleen maar verder weg van verbinding met die ander.” →

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.