Noëlhuis wijdt zich aan gastvrijheid en vrede

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Nederig? De bewoners van het Jeannette Noëlhuis weten niet of ze zo wel willen heten. Maar hun leven draait zeker ook niet om henzelf. Groepslid Sofie Jansen: “Hier krijg ik de kans te leven vanuit gastvrijheid, anderen te helpen en me in te zetten voor duurzaamheid en vrede. Ik kan me moeilijk een betere keuze voorstellen.”

Tekst: Jeroen Fierens Beeld: Maarten Boersema

“Nederigheid? Ik weet niet of dat wel bij ons past,” is de reactie die ik tijdens mijn bezoek aan het Jeannette Noëlhuis telkens weer hoor wanneer ik over het thema van deze Volzin-special vertel. Nederigheid roept associaties op met klein zijn, je stilhouden, de Jezus van de andere wang. Maar diezelfde Jezus was óók een rebel, gooide de marktkramen van de handelaars op het tempelplein omver. Het is juist de combinatie van die beide kanten van Jezus waar de bewoners van het Noëlhuis hun inspiratie uit halen, vertelt een van hen: “Als er onrecht is, moet je daartegen opstaan. Jezus hield zich ook niet stil. Ze hebben hem niet voor niets aan het kruis genageld.”

Aan tafel
Op de voordeur van het huis in een appartementenblok in Amsterdam Zuidoost zit een sticker met de tekst ‘Kernwapenvrij verklaarde woning’ die rechtstreeks uit de jaren ’80 lijkt te komen. Achter de deur bevindt zich een ruimte die op het eerste gezicht wel iets weg heeft van een gezellig studentenhuis. Er is een ruime keuken/eetkamer, een werkkamer waar door enkele leden van de gemeenschap aan een nieuwsbrief wordt gewerkt en een stuk of tien kamers aan één lange gang die bewoond worden door vaste en tijdelijke bewoners. De vaste bewoners zijn Nederlanders; de tijdelijke bewoners zijn migranten zonder vaste verblijfstatus. Een van de kamers is ingericht als kapel, op de muren hangen iconen van onder anderen Mahatma Gandhi en Dorothy Day. Er rennen een paar kinderen door de gang.
Als om zes uur de bel gaat, begeven alle bewoners zich naar de keuken. “De maaltijd is een belangrijk onderdeel in het gemeenschappelijk leven van het huis,” legt kerngroepslid Sofie Jansen (27) uit. “Overdag is iedereen vaak druk met zijn eigen dingen, maar hier ontmoeten we elkaar. Er wordt van je verwacht dat je minstens vier avonden in de week thuis eet”. Terwijl iedereen aan tafel schuift, wordt de dag doorgenomen; een van de ‘huisgenoten’ (zoals de tijdelijke bewoners worden genoemd) is net terug van de tandarts waar hij zijn kies heeft laten trekken. Zijn vader laat met een pijnlijk gezicht de tand zien, maar het jongetje zelf lijkt het alweer vergeten en is druk bezig met een speelgoedauto. Op het menu staat injera, een dikke Eritrese pannenkoek gegeten met verschillende groenten en sauzen. Van alle kanten worden borden doorgegeven en volgeschept vanuit grote pannen. De kok van vanavond, Eden, kijkt vanaf een afstandje tevreden toe.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.