'Mond houden? Gaan we dus niet doen'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“Berouw? In Den Haag weten ze niet eens hoe ze dat moeten spellen. Daarom gaan ze veel te lang door op foute wegen.” CDA-politicus Pieter Omtzigt geldt als een onafhankelijk en vasthoudend Kamerlid. “Doen alsof er niets aan de hand is – ik kan dat niet.”

Tekst: Kees Posthumus Beeld: Hollandse Hoogte

“Het enige wat ik aan het werk hier in de Kamer vervelend vind, is de spanning die dat werk met zich meebrengt. Omdat ik iets wil bereiken, zit ik in een conflictsituatie. Soms omdat ik ‘die buitenstaander’ ben, gekozen met voorkeursstemmen. Soms omdat ik iets anders vind dan fractiegenoten of ministers. Het gemakkelijkste is dan: je mond houden. Altijd. Toch denk ik elke avond: moet ik mijn mond houden omdat het gemakkelijker is? Of komt er daardoor iemand in de knel en wil ik bijdragen aan een oplossing? Aan het einde van de dag denk ik: ‘Mond houden? Dat gaan we dus niet doen.’ Of iedereen dat overal altijd even fijn vindt, weet ik niet.”

Pieter Omtzigt is sinds 2003 lid van de Tweede Kamer voor het CDA, een van de vier regeringspartijen. Bij de laatste verkiezingen werd hij herkozen met 97.638 voorkeurstemmen. Hij staat bekend als een vasthoudend en doortastend Kamerlid, zoals er weinigen zijn.

Bent u het Kamerlid dat u wilt zijn?

“Niet helemaal. Ik zou willen dat wij als Kamer minder spoeddebatten voeren en dieper ingaan op wetgeving. Als er vandaag iets in de krant staat, vragen we morgen een spoeddebat aan. Als er ingewikkelde wetgeving voorligt, houden we allemaal een algemeen verhaal van vijf minuten, terwijl goede en doordachte wetgeving juist problemen voorkomt.

Daarnaast heb ik de ambitie minder te werken. Dat gaat vandaag ook al niet meer lukken. Dat ik met voorkeursstemmen werd herkozen, is fijn en eervol. Het betekent ook dat mijn mailbox al snel vol zit. Terecht verwachten mensen iets van mij. Ze sturen verhalen van individuen die volledig in de klem kwamen door het handelen van de overheid. Die verhalen neem ik serieus.

De overheid kent vaak haar eigen regels niet. Al tweeënhalf jaar stel ik vragen over de gang van zaken bij de kinderopvangtoeslagen. Dat is heel intensief. Je krijgt gedeelten uit het verhaal van ouders, die zelf ook niet goed weten wat er aan de hand is. Je krijgt vage antwoorden vanuit de Belastingdienst. Doorvragen, doorvragen. Na twee jaar gaf de staatssecretaris toe dat de Belastingdienst zich jarenlang niet aan de belastingwetten hield.”

De fiscus stopte de kinderopvangtoeslag van gezinnen, omdat vermoed werd dat het gastouderbureau zou frauderen. Dat bleek later niet het geval. De Belastingdienst volhardde in het stopzetten van de toeslag, hield relevante stukken achter en bracht betrokken ouders in grote problemen. Staatssecretaris Menno Snel (D66) van Financiën gaf inmiddels toe dat de fiscus hiermee tegen de wet handelde en beloofde de gedupeerde ouders schadeloos te stellen.

Wat verhindert een snelle oplossing?

“Het is in Den Haag volledig taboe om toe te geven dat je een fout hebt gemaakt. Dat taboe is zo groot, dat overheidsinstanties en bewindslieden onmiddellijk in een kramp schieten. Bij de kinderopvangtoeslagen heeft de Belastingdienst ten opzichte van de ouders op zeker drie punten illegaal gehandeld, een ernstige schending van de rechtsstaat.

Kennelijk kan het onder de radar blijven dat duizenden gezinnen te maken kregen met zeer heftige invorderingen. De Ombudsman liet het lopen, de kranten lieten het lopen, het georganiseerde maatschappelijk middenveld faalde. Geen van die mechanismen werkte, dat baart mij grote zorgen. Kennelijk is er onvoldoende institutionele tegenmacht, die de staat aanspreekt op zijn falen. Dat leidde tot tienduizenden euro’s terugvordering per gezin, echtscheidingen, baanverlies, schuldsanering en zelfs tot een geval van zelfmoord.

Als je hier in Den Haag zegt dat je iets beter had kunnen doen, dan springt iedereen boven op je: hij heeft een fout gemaakt! Wanneer krijg je aandacht in de media? Als je vraagt om het aftreden van de staatssecretaris: vraag twee van elke journalist. Gisteren nog zei een journalist tegen mij: ‘Als je geen parlementaire enquête eist, kom je bij mij niet in de uitzending.’ Letterlijk.

Dat doe ik niet. Natuurlijk is de staatssecretaris ministerieel verantwoordelijk. Maar heeft hij het allemaal zelf bedacht? Zeker niet, dus allemaal even rustig. Ik zoek een oplossing voor de ouders en een ander beleid van de Belastingdienst. Als we denken dat het aftreden van een bewindsman de enige oplossing is, zetten wij onszelf in een raar frame.”

U bent rooms-katholiek. In het biechthokje geef je toe dat je een fout maakte en volgt absolutie.

“Bij absolutie hoort dat je oprecht vindt dat je fout geweest bent, dat je berouw hebt. Berouw? In Den Haag weten ze niet eens hoe ze dat moeten spellen. Daarom gaan ze veel te lang door op foute wegen. Bovendien moet je de intentie hebben om het niet weer fout te doen.

Als de Belastingdienst na twee jaar de fout had ingezien en een oplossing had gezocht, was er nooit zo’n ophef over ontstaan. Mijn woede ontstaat niet omdat er een fout gemaakt wordt. Natuurlijk gaat er weleens iets fout bij twaalf miljoen belastingplichtigen, ook vandaag. Als dat onrecht wordt rechtgezet, geen probleem.”

Speelt uw christelijk geloof een rol in uw politieke handelen?

“Het speelt een rol in mijn eigen innerlijke overtuiging, ik put er kracht uit. Het speelt een rol in mijn wereldbeeld, wat ik van de samenleving vind en de rol van geloof daarin. Maar ik maak een scheiding tussen mijn politieke functioneren en mijn privéovertuiging. Als je bijbelcitaten wilt, moet je naar andere partijen.

Mijn innerlijke overtuiging wordt gekleurd door een sterk rechtvaardigheidsgevoel en persoonlijke verantwoordelijkheid. Dat laatste wordt hier te weinig gevoeld. Bij bepaalde stemmingen voel ik een persoonlijke verantwoordelijkheid om het goede te doen. Vaak volgt de fractie een lijn waarmee je het eens kunt zijn. Af en toe wringt het: kan ik dat dragen? Achter de schermen ga ik dat gevecht aan.

Fractiediscipline heeft, in een coalitie met een meerderheid van slechts 76 zetels, een buitengewone waarde. Als we een deal maken, is die deal niet altijd de jouwe. Kun je je daar niet in vinden, dan moet je het kabinet opblazen. Dat gaat soms ver. Zo vonden niet alle 76 Kamerleden van de coalitiepartijen dat de afschaffing van de dividendbelasting het meest geniale idee uit de begroting was. Natuurlijk zijn er besluiten waar je als Kamerlid of als fractie niet bij staat te juichen. Toch gaan we akkoord, omdat we op een ander moment wel onze zin krijgen. Ik zou mijzelf happyer voelen met minder fractiediscipline. Anderzijds werkt het niet zo dat je binnenstapt en per dag bepaalt hoe je nu weer gaat stemmen.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.