Verder dan het oog reikt

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“Zeg, wat studeer jij eigenlijk?” Als het antwoord dan ‘metafysica’ is, heb je wel wat uit te leggen. Daniël Zevenhuizen neemt de handschoen op. Het aloude verschil tussen zijn en schijn heeft volgens hem een nieuwe gestalte aangenomen: de tegenstelling tussen ‘harde feiten’ en ‘domme tradities en geloof’. Volop werk voor de metafysicus dus.

Tekst: Daniël Zevenhuizen

Het komt regelmatig voor dat ik op een feestje of in andere kringen moet uitleggen wat ik nou toch studeer. Die vraag kan ik niet afdoen met een simpel ‘rechten’ of ‘geneeskunde’, dat zou maar gemakkelijk zijn. Bij die studies hoort een carrièreplan en een onderzoeksobject waar de mensen bekend mee zijn. Ze worden dokter of advocaat; ze bestuderen het wetboek of het menselijk lichaam. Maar als ik vertel dat ik ‘metafysica’ studeer, dan is er nóch sprake van een vast onderwerp, nóch van een carrièreplan. Bij dat laatste sta ik liever niet stil, ofschoon er mogelijk een verband is tussen de explosieve toename van het aantal daklozen en het aantal filosofiestudenten zonder baan.

Het ‘boven-natuurlijke’

Wat is metafysica? Meestal begin ik voorzichtig dat het een tak van de filosofie is. Dat roept al wat meer associaties op. Maar om de zaak goed te vatten, moeten we een langere weg bewandelen. Het woord komt van de Oud-Griekse samenstelling meta-ta-phusika: na of voorbij de fysica. Daarmee belanden we gelijk bij het eerste probleem. Hoewel elke zichzelf serieus nemende filosoof zich eraan ergert, stellen boekhandelaren werken over ‘metafysica’ doorgaans op naast die over ‘spiritualiteit’.

Toch ligt dat in de lijn der verwachting. Want ‘voorbij de fysica’, dus voorbij het natuurlijke, zo zeggen we, is het boven-natuurlijke. Dat klopt wel, maar alleen als we de term niet in zijn alledaagse betekenis opvatten. Metafysici zijn géén sjamanen of profeten. Ze hebben het niet over de Dag des Oordeels of chakra’s en de geneeskrachtige werking van mineralen.

Waar hebben ze het dan wél over? Misschien helpt het om dat begrip, het ‘boven-natuurlijke’, nog even vast te houden. De metafysicus is namelijk op zoek naar datgene wat aan de directe waarneming voorbijgaat. We zien allemaal nagenoeg hetzelfde, leven in dezelfde wereld. Toch beoordelen we die wereld steeds anders. Ook in deze tijd geldt dat er een hoop onenigheid bestaat, ondanks de brede beschikbaarheid van informatie. Het helpt dan niet om te zeggen dat de ander maar eens zijn of haar ogen moet opendoen. De onenigheid wordt veroorzaakt door iets wat zich niet zomaar laat zien.

Ware ideeën

Zo belanden we bij het onderscheid waaruit de filosofie ontstaan is: dat tussen zijn en schijn. Wat is echt en wat lijkt alleen zo te zijn? Of zoals de eerste filosofen het soms schertsend formuleerden: “Waar laten gewone mensen zich door foppen, terwijl wij de boel wél doorzien?” Het antwoord: de dieperliggende oorzaken. Dat onderscheid tussen de verschijningen ‘aan de oppervlakte’ en oorzaken ‘in de diepte’, werd al door de Oud-Griekse filosoof Plato gemaakt.

Het volk zou zich vooral bezighouden met de eerste categorie, terwijl filosofen zich bekommeren om de laatste. Dat deden zij niet zomaar. Als je je namelijk alleen met oppervlakteverschijnselen bezighoudt, ren je als een kip zonder kop door een onbegrijpelijke, want steeds veranderende, wereld. Houd je je echter met de oorzaken bezig, dan begrijp je dat al die veranderingen en verschijningen teruggaan op dezelfde principes. Onbenullige politici houden een stuk ijs vast en zien daarin een argument tegen de opwarming van de aarde; verstandige mensen zoeken naar de precieze toedracht van schijnbaar uit elkaar lopende fenomenen.

Op zoek naar de hogere principes zijn talloze filosofenscholen uit de grond gestampt. Misschien bestaat alles uiteindelijk uit water, of uit atomen. Misschien speelt alles zich wel af in mijn gedachtestroom.

Zulke principes bepalen ook onze plaats in de kosmos. Er zijn immers hordes mensen op aarde, maar willen we begrijpen wat we gemeen hebben, dan moeten we denken over wie de mens is. Voor Plato stond die vraag gelijk aan de opdracht erachter te komen welk ‘idee’ we precies voor de geest halen als we aan mensen denken. Een idee in die zin is niet zomaar iets wat je in je hoofd hebt, maar een soort vorm die op alle mensen past bij gratie van hun mens-zijn. Die vorm moest volgens Plato onveranderlijk zijn, anders zou het onbegrijpelijk zijn hoe we elkaar door onderlinge verschillen en door tijd en ruimte heen steeds als mens kunnen herkennen.

Naast onze veranderlijke ‘schijnwereld’ bestaat er dus, dacht de filosoof, een ware wereld. In die hemelse ideeënwereld houden de eeuwige vormen zich op als blauwdrukken van onze werkelijkheid. Een idee ‘mens’, een idee ‘hond’, maar ook een idee ‘rechtvaardigheid’, aldus Plato.

Door de eeuwen heen is Plato’s ‘idee van de ideeën’ verder uitgewerkt. Dat leidde, langs een slingertocht van invloeden, tot de Wetenschappelijke Revolutie. Geniën als Galilei en Newton kwamen erachter dat je je de werkelijkheid zó kunt voorstellen, dat je de wetmatigheden die zich daarin ophouden, kunt beschrijven met elegante wiskundige formules. Dat hadden ze niet van een vreemde, getuige het opschrift op Plato’s Academie: ‘Laat niemand binnentreden die geen wiskunde kent.’

De exacte wetenschap vooronderstelt dat we door observaties met meetinstrumenten en toetsbare hypothesen een werkelijkheid kunnen doorgronden die zich onder onze waarnemingen schuilhoudt. Door alle verschijningen heen, kunnen we een ware ‘idee’ gewaarworden, zoals bij Plato. Maar bij Galilei en Newton bestaat die waarheid uit formules en hypothesen. Beter dan Plato’s abstracte ideeën, beschrijven wetenschappelijke theorieën hoe zaken zich keer op keer gedragen.

Een dreigend misverstand

Al sinds de Oudheid denken we dat de wereld op een bepaalde manier líjkt te zijn, maar dat deze in werkelijkheid heel anders ís. We denken dat er tafels zijn, kopjes koffie en tekens van vriendschap. Maar eígenlijk zijn er atomen, neuronen en endorfine, die zich volgens vaste natuurwetten gedragen, zo stelt men. Hoe zit het dan met onze alledaagse werkelijkheid? Is dat allemaal maar schone schijn?

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.

 

LEES OOK: ‘Het werk van Hannah Arendt wordt steeds actueler’, in de reeks Denkers van Nu.