Met Dante onderweg naar de hemel

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Met zijn Divina Commedia beklom Dante Alighieri de Mont Blanc van de wereldliteratuur. Daarin daalt hij af in de Hel en beklimt hij de Louteringsberg, om uiteindelijk ten hemel op te stijgen. Waarom lezen mensen dit weerbarstige laatmiddeleeuwse dichtwerk, dat zo ver van ons huidige wereldbeeld af staat, nog zo graag?

Tekst: Victor Bulthuis

Rond 1300 bloeit Florence in economisch, cultureel en geestelijk opzicht als nooit tevoren. Tegelijk vormt zij het toneel van een gewelddadige machtsstrijd tussen bevolkingsgroepen, mede ingegeven door het conflict tussen paus en keizer. De rijke burgerij wint de zeggenschap over de stad, maar zij valt op haar beurt uiteen in partijen die elkaar op leven en dood bevechten.

In dit wespennest probeert de dichter Dante Alighieri (1265-1325), lid van het stadsbestuur, zich op grond van zijn diplomatieke kwaliteiten staande te houden. Vergeefs, want in 1302 valt hij in ongenade en wordt hij op straffe des doods uit Florence verbannen. De ballingschap tekent Dante voor het leven. Vervuld van heimwee, verdriet, woede en wraakgevoelens doolt hij door Italië. Maar hij vindt een nieuw thuis in zijn schrijverschap, waarvoor hij voor zijn verbanning al de basis heeft gelegd als representant van de dolce stil novo (‘zoete nieuwe stijl’). Daarin wordt de dichter spiritueel omgevormd door zijn geliefde, zijn godsgeschenk.

Goede afloop

Voor Dante is dat Beatrice, die hij tweemaal op straat zou hebben ontmoet: de eerste keer toen hij negen, de tweede keer toen hij achttien jaar oud was (hoewel ze volgens sommige biografen niet echt heeft bestaan, maar als allegorische gestalte aan Dantes dichterlijke fantasie is ontsproten). Beide keren groette zij hem vriendelijk. Daardoor is de liefde zo hoog in hem opgelaaid dat hij gelooft dat Beatrice omwille van zijn zielenheil door God op zijn pad is gestuurd. Bij deze twee vluchtige ontmoetingen zal het echter blijven, want Beatrice trouwt en sterft jong. Intens verdrietig draagt Dante zijn bundel Vita Nuova (‘Het nieuwe leven’) aan haar op. Tevens verliest hij zich in de theologie en de filosofie.

Na zijn verdrijving uit Florence groeit Dante in eruditie en wereldwijsheid. Zijn ballingschap, zo ziet hij, hangt samen met de morele ontaarding van de westerse wereld en in Italië in het bijzonder, doordat zowel de geestelijke (de paus) als de wereldlijke macht (de keizer) het laten afweten. Tegen die achtergrond moet het ontstaan van de Divina Commedia (Goddelijke Komedie) worden verstaan. Een komedie is een dramatisch werk met een goede afloop. Het predicaat divina (goddelijk) komt van Dantes biograaf Giovanni Boccaccio; zelf spreekt Dante van ‘mijn komedie’, maar ook van een sacrato poema, een ‘heilig gedicht’.

De Divina Commedia is een strak gecomponeerd dichtwerk, waarvan de structuur wordt gedragen door de getallen 3 en 10 en hun veelvouden, respectievelijk verwijzend naar de heilige Drie-eenheid en de volmaaktheid. Het werk bestaat uit drie cantica’s (Hel, Louteringsberg en Paradijs), die elk 33 canto’s (zangen) omvatten; samen met het inleidende canto maakt dat 99 + 1 = 100 canto’s. Elk canto telt ongeveer 1000 woorden, elke cantica dus 33.000, waardoor het gehele werk inclusief het inleidende canto zo’n 100.000 woorden beslaat. Mogelijk is het beïnvloed door verlichtingsmomenten die Dante tijdens de studie beleefde. Maar misschien ook door mystieke ervaringen, die volgens Dantekenner Barbara Reynolds wellicht werden gevoed door geestverruimende kruiden.

Wedervergelding

In het eerste canto treffen we Dante vertwijfeld aan in een donker bos, zinnebeeld van zijn zonden die hem de weg hebben doen kwijtraken. Dan doemt zijn literaire held Vergilius op, schrijver van het epos Aeneis, en belichaming van het verstand. Hij vertelt Dante dat hij door Beatrice vanuit de hemel tot Dantes gids is aangesteld. Dat is het begin van een spectaculaire pelgrimage door de drie dodenrijken: de Hel, de Louteringsberg en het Paradijs. Niet toevallig begint dit avontuur op Witte Donderdag en eindigt het op de woensdag na Pasen, de dagen waarop het lijden en sterven, de nederdaling ter helle en de opstanding van Jezus worden herdacht.

Volgens Dante is de hel het rechtstreekse gevolg van de engelenval. De opstandige engel Lucifer maakte, nadat hij uit de hemel was gesmeten, op het noordelijk halfrond van de aarde zo’n doodsmak dat zich een trechtervormige put vormde: de Hel. Op het zuidelijk halfrond stulpte zich door diezelfde kracht de aarde omhoog en vormde een berg, de Louteringsberg. De Hel reikt tot aan het middelpunt van de aarde en bestaat uit negen kringen; in elk daarvan wordt een bepaalde categorie zondaars gemarteld. Hier geldt de wet van de contrappasso, de wedervergelding, die inhoudt dat op elke begane zonde een symbolische bestraffing volgt. Zo worden overspeligen meegevoerd door een hete stormwind, dragen leugenprofeten hun hoofd achterstevoren op hun romp en worden tweedrachtzaaiers van kop tot kont opengereten. Dante knoopt gesprekken aan met de gepijnigde zielen, onder wie hij figuren uit de Bijbel en de Griekse en Romeinse mythologie aantreft, maar ook veel stad- en tijdgenoten. Nu eens beziet hij hen met medelijden, dan weer met leedvermaak. Dat de zielen kunnen praten, komt doordat zij de contouren en de zintuiglijke eigenschappen van hun lichaam hebben behouden, evenals hun herinnering, wilskracht en verstand. Daarom kunnen ze net als tijdens hun leven praten en bewegen, maar ook pijn ervaren – iets waarvan de duivels grimmig gebruikmaken.

Spiraalsgewijs dalen Dante en Vergilius af tot de bodem van de hel, waar de machteloos geworden Lucifer vastgevroren zit in het ijs. Daar vinden ze een doorgang naar de Louteringsberg. Moeizaam klimmen zij naar boven, samen met de berouwvolle zondaars die op weg zijn naar de hemel. Zeven omgangen telt de berg, die corresponderen met de zeven hoofdzonden: hoogmoed, afgunst, woede, lusteloosheid, hebzucht, gulzigheid en wellust. Ook hier is de contrappasso van kracht: hoogmoedigen torsen zware rotsblokken, afgunstigen schuifelen voort met dichtgenaaide ogen. Maar het landschap is lieflijk en alles ademt de hoop op verlossing.

Gewichtloos

Op de top van de Louteringsberg bevindt zich het aards paradijs. Daar moet Vergilius als heiden de leiding overgeven aan Beatrice, die in bovenaardse schoonheid aan Dante verschijnt. Zij neemt hem mee door de negen sferen van de hemel. Hij verbaast zich erover dat hij zich gewichtloos voelt, maar Beatrice legt hem uit dat dit te danken aan “het speciale instinct dat de mens heeft gekregen”, dat hen voert “naar een plaats die allang voor ons is bestemd”. Onderweg ontmoet hij zijn verre voorvader Cacciaguida, die Dantes ballingschap en ontberingen voorspelt. Maak aan de mensen bekend wat je meemaakt, krijgt Dante van hem te horen. In de hoogste hemel, het Empyreum, keert Beatrice terug naar haar plaats te midden in de sneeuwwitte hemelroos, waarvan de bladeren worden gevormd door rijen van duizenden gelukzaligen. Tussen hen en God vliegen engelen heen en weer, die Dante met honingbijen vergelijkt: “Telkens als ze in de roos neerdaalden, lieten zij, van rij naar rij gaande, alle gelukzaligen delen in de vrede en de liefde die zij, door naar God omhoog te vliegen, vergaarden.”

De theoloog en mysticus Bernardus van Clairvaux ten slotte leidt Dante tot Maria, op wiens voorspraak hij een visioen krijgt van de Drie-eenheid, drie cirkels in verschillende kleuren waarvan twee (de Vader en de Zoon) elkaar reflecteren en samen de derde ‘uitademen’, die van vuur lijkt (de Geest). Daarbij ervaart hij “hoe alles wat in het heelal als het ware in losse vellen uiteenvalt, door de Liefde in één boekdeel wordt gebonden”. Dit visioen vormt de bekroning en het slot van Dantes reis.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.