'Natuur overstijgt ons mensen’

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
De stikstofcrisis zette de afgelopen maanden de vraag hoe we in Nederland willen omgaan met natuur op scherp. Volgens milieufilosoof Martin Drenthen hebben we een morele plicht om samen te leven met andere soorten. "Maar dat vraagt wel iets van ons."

Tekst: Elke van Riel Beeld: Bernadette van Heel

De afgelopen maanden bleek dat, om de stikstofbelasting van de natuur te reduceren, een halvering van de Nederlandse veestapel noodzakelijk is. “Wat me opviel in de discussies hierover, is hoe laconiek er gesproken wordt over de rol van de natuur in Nederland”, zegt Martin Drenthen (1966), hoofddocent milieufilosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij brengt dit in verband met het nationale zelfbeeld. Daarin heerst sterk het idee dat Nederland ‘door ons is gemaakt’. “Het klopt dat er geen vierkante meter niet door ons is aangeraakt”, zegt Drenthen, “maar het lijkt me niet productief om natuur te definiëren als: datgene dat niet door mensen is aangeraakt. Want dan bestaat natuur in ieder geval niet hier en misschien nergens.”

Dit voorjaar schreef Drenthen Natuur binnen of buiten het hek?, een preadvies voor de Nederlandse Vereniging van Bio-ethiek over de spanning tussen natuurbeheer en veeteelt en de grens tussen natuur en cultuurland. De tekst verschijnt komend voorjaar in bewerkte vorm als boek. Drenthen constateert hierin dat veel problemen in onze relatie met de natuur voortkomen uit een dualistische manier van denken die uitgaat van een duidelijke grens tussen ‘natuur’ en ‘cultuurland’. “Als het in Nederland gaat over natuur, worden doorgaans natuurgebieden bedoeld: aangewezen plekken met een zogeheten natuurbestemming waar je op zondag kunt gaan wandelen. Alsof natuur iets is dat je apart kunt zetten. Natuur en cultuurland zijn onderdeel van een en hetzelfde landschap. Bovendien zijn in Nederland de cultuurlandschappen juist de plekken waar de meeste biodiversiteit zit.”

Hoe definieert u natuur?
“Ik stel voor om ernaar te kijken als het ecologische netwerk om ons heen, waar we allerlei relaties mee hebben. Als er al een tegenstelling is tussen natuur en cultuur, denk ik dat het vruchtbaarder is om te praten over cultuur als datgene wat wij vormgeven en proberen te controleren en beheersen en natuur als datgene wat zich aan die vormgeving onttrekt of zich daartegen verzet.

Ik zie natuur vooral als de plek waar plaats is voor andere organismes dan de mens. Als je er zo naar kijkt, is natuur overal, ook in je huis. Houd maar eens op het te onderhouden, dan zul je zien dat er van alles aan begint te knabbelen, totdat het niet meer overeind staat. In eerste instantie erkennen de meeste mensen wel dat overal natuur is en dat de mens zelf ook natuur is, maar in discussies zie ik toch steeds weer die tegenstelling. Zelfs geëngageerde natuurbeschermers bezondigen zich er soms aan.”

Drenthen ziet het als filosoof als zijn rol om vragen te stellen die ‘onder de discussie’ zitten, zoals: hoe willen we ons als mens tot de natuur verhouden? en om veelgebruikte maar meerduidige begrippen zoals intrinsieke waarde te verhelderen. In zijn boek Natuur in mensenland. Essays over ons nieuwe cultuurlandschap (2018) onderzocht hij de betekenis van wildheid en nieuwe natuur in oud cultuurlandschap. Ook schreef hij met anderen het boek De wolf is terug. Eng of enerverend?

Wat hem als filosoof aan de wolf het meest fascineert, is dat dit dier ons confronteert met de vraag in hoeverre we werkelijk bereid zijn plaats te maken voor andere organismen. De wolf doorbreekt namelijk de door ons bedachte nette scheiding tussen natuur en cultuurlandschap. “Hij gebruikt het landschap op een heel andere schaal dan de meeste dieren, want hij kan 70 kilometer per nacht lopen. Je kunt dus niet ergens een natuurgebiedje voor ‘m reserveren.” Drenthen mist het besef dat, om te kunnen samenleven met de wolf, een maatschappelijke omwenteling noodzakelijk is. “Als we zeggen dat we de wolf willen beschermen, vraagt dat iets van ons. Dan moeten we ervoor zorgen dat die wolven zich niet zullen vergrijpen aan schapen en zullen we hen moeten leren dat ze uit de buurt van mensen moeten blijven. Ook moeten we accepteren dat er plekken zijn waar we het dier met rust moeten laten.”

In zijn preadvies pleit Drenthen voor het zoeken van een evenwicht tussen drie, soms tegenstrijdige, manieren waarop de natuur een moreel appèl op ons doet. De kwetsbare natuur vraagt om zorg, de autonome, grootse natuur om ontzag en terughoudendheid en de vruchtbare natuur om een vorm van dankbaarheid en erkentelijkheid. Voor het gesprek tussen deze drie verschillende soorten ethiek is volgens de milieufilosoof een gesprek nodig over wat onze kernwaarden zijn. Duidelijk is voor Drenthen dat het idee ‘van die ingewikkelde natuur’ waarin zeldzame soorten voorkomen, aan de meeste mensen niet besteed is. “Zodra wordt gepraat over natuur in abstracte termen als biodiversiteit en ‘natuurdoeltypen’, wordt natuur een raar bureaucratisch en abstract verhaal en worden zogenaamde ‘natuurwaarden’ bijna iets wat je kunt afturven.”

Zelf bespreekt hij natuurbescherming daarom liever in ethische termen en heeft hij het over solidariteit met andere soorten.→

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.

 

Zie ook: de essaybundel Natuur in mensenland. Essays over ons nieuwe cultuurlandschap (2018)