Mark de Jager: 'Je bent geliefd - onvoorwaardelijk'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
De vragen over zingeving worden onder niet-christelijke twintigers en dertigers almaar sterker, stelt student Mark de Jager vast. Als kersverse Jonge Theoloog des Vaderlands wil hij vooral luisteren en verbinden.

Tekst: Elze Riemer  Beeld: Elmer Spaargaren

‘Theologie is niet echt iets voor op de zeepkist” stelt Mark de Jager (26), die half november tijdens de Nacht van de Theologie werd uitgeroepen tot ‘Jonge Theoloog des Vaderlands’. Toch is de Groningse theologiestudent in 2020 gezicht én spreekbuis van de theologen in opleiding in Nederland. Wat gaat hij nou precies doen? En: wat ziet hij in deze tijd en samenleving als de toegevoegde waarde van theologie?

Ik vermoed dat het merendeel van de Nederlanders geen idee heeft wat een theoloog is. Ga jij daar verandering in brengen?
“Ik ga mijn best doen! Ik vind dat theologen er over het algemeen nogal in falen om hun waarde te laten zien aan de buitenwereld. Neem de Nacht van de Theologie zelf: dat evenement zegt niemand iets, behalve theologen zelf. Die nacht is juist bedoeld om de schijnwerpers op de theologie te zetten en te laten zien hoe maatschappelijk relevant het allemaal wel niet is, maar vervolgens zitten er in de zaal alleen maar theologen die elkaar vertellen hoe leuk ze het met elkaar hebben. Het klopt, denk ik, dat de meeste mensen niet weten wat een theoloog is, en als ze het wél weten ben ik in eerste instantie vooral bezig met het afstoffen van het beeld dat ze daarbij hebben. Zo zat ik vorige week bij TV Noord, en zij dachten echt: ‘Oh nee, er komt een theoloog. Dat is vast een grijs mannetje dat alleen maar over saaie en moeilijke kerkelijke dingen praat.’ Als theoloog heb je dus een imagoprobleem. Maar als je daardoorheen weet te breken, ontstaat er wel degelijk ruimte voor een gesprek over het geloof en over de relevantie van theologie, zo heb ik gemerkt.”

Hoe doe je dat concreet, daar ruimte voor maken?
“Dat hangt af van de situatie. Theologie begint met luisteren, dus dat wil ik allereerst doen in contact met anderen. Ik sta open voor wat een ander gelooft, zonder er meteen met mijn eigen verhaal overheen te walsen. Daarbij wil ik ook dicht bij mezelf blijven, praten over het geloof vanuit mijn eigen ervaring in plaats van in algemene termen. Theologie is niet alleen een wetenschap, het gaat ook over emotie. Daar schuilt veel kracht in, omdat die emotie de theologie levend maakt.
Verder vind ik vooral humor superbelangrijk. Dat is een van de dingen die de theologie in de vorige eeuw erg miste: dat je ook grapjes kunt maken over het geloof en over God – dat het allemaal niet zo serieus hoeft.  Theologen zijn vaak heel serieuze mensen, dat vind ik wel een beetje jammer. Humor kan een deur openen waardoor je iets dichter bij iemands ziel kunt komen, waardoor je uiteindelijk in gesprek kunt raken over de diepere vragen.”

Heeft theologie niet ook een imagoprobleem in de universitaire wereld?
“Dat valt wel mee. Als je kijkt naar het aantal fondsen dat door theologen wordt binnengehaald, kun je niet anders concluderen dan dat men wetenschappelijk onderzoek naar religie belangrijk vindt. Vergis je ook niet hoeveel met name natuurwetenschappers zelf een theologische achtergrond hebben of christelijk geïnteresseerd zijn, mensen als Heino Falcke en Cees Dekker. Ik denk dat we binnen de universiteit niet zo hard tegenover elkaar staan als soms wordt gedacht. Maar theologie staat nooit helemaal op zichzelf als wetenschap, en daar ontstaat wel eens wat verwarring. Zij is inderdaad verbonden met emotie, met psychologie en filosofie. Dat maakt het vak als wetenschap ingewikkeld en ook vatbaar voor kritiek. Tegelijkertijd is theologie juist daarom zo boeiend. Zij raakt aan veel disciplines en thema’s.”

En als je dan uiteindelijk de ruimte krijgt, hoe zou je die willen vullen?
“Met genade. Dat is voor mij de kern van het geloof. Mijn belangrijkste verhaal en geloof als theoloog en christen is, dat mijn waarde en mijn bestemming niet afhangen van wat ik zelf doe of ben. Dat geeft mij veel rust. Stel je voor dat ik toch geen dominee kan worden en alle doelen die ik in mijn leven heb vallen weg. Dan geldt: het maakt niets uit voor hoeveel er van mij gehouden wordt, omdat God ongeacht wat ik doe of ben, van mij houdt. Dat wordt zichtbaar in het christelijk geloof en vooral in Jezus; God laat de wereld niet links liggen, maar kiest ervoor om zelf mens te worden en naar de wereld te komen. Het gegeven dat je waarde niet afhangt van wat je doet, maar dat je onvoorwaardelijk geliefd bent – ik denk dat mensen dat heel goed kunnen gebruiken.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.