Liesbeth Woertman: ‘Ik ben heel in mijn gebrokenheid’

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Juist als je niet met je uiterlijk bezig bent, ben je op je mooist, betoogt psycholoog Liesbeth Woertman (65) in haar nieuwe boek Je bent al mooi. Maar in contact zijn met je eigen lichaam is wel essentieel, ontdekte ze op haar veertigste. “Ik was een hoofd op voetjes.”

Tekst: Frieda Pruim Beeld: Photolab

Liesbeth Woertman heeft een fascinerende biografie. Met zeven onvoldoendes verliet de dochter van een postbode en een huisvrouw op haar vijftiende de mavo. Inmiddels is ze hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht. In haar nieuwe boek Je bent al mooi schetst ze tussen de regels door een beeld van de enorme groei die ze in de loop van haar leven doormaakte, eerst intellectueel en daarna existentieel.

“Na de mavo ging ik werken als typiste op een verzekeringskantoor”, vertelt ze aan de eettafel in haar huis in Wijk bij Duurstede. “Al snel besefte ik dat ik dat niet mijn hele leven wilde blijven doen. Toen mijn jongere broer zijn mavodiploma haalde, dacht ik: dat kan ik ook. Ik vroeg een gesprek aan met de directeur van een avondmavo, en zei dat ik in één jaar mijn eindexamen wilde halen. Dat zag hij niet zitten, maar op een of andere manier heb ik hem omgepraat. Voor mijn eerste schoolonderzoek had ik tot mijn stomme verbazing een tien. Dat was enorm motiverend. Op een of andere manier was het kwartje gevallen dat ik aandacht moest hebben in de lessen; daarvoor was ik altijd aan het kletsen en keten geweest. Ik kreeg mijn diploma en dacht: zou ik er nog eentje kunnen halen? Toen werd het een sport.”

Lijf
Na avondhavo en sociale academie meldde ze zich op haar 26ste aan voor de universiteit. “Het liefst had ik filosofie gedaan, maar ik begreep dat daar geen droog brood viel mee te verdienen, dus het werd psychologie. Het wezen van de mens, identiteit en zelfbeelden boeiden me het meest.”
Een promotieonderzoek volgde. Daarvoor verdiepte Woertman zich in lichaamsbeelden. “Dat kwam voort uit mijn werk als psycholoog. Het viel me op dat mijn vrouwelijke cliënten zichzelf allemaal lelijk vonden, of ze nu angstig waren, depressief of getraumatiseerd – terwijl ik niks bijzonders aan ze zag. Dat vond ik fascinerend: de rol van hoe je je voelt op hoe je jezelf ziet.”
Maar ondertussen vergat ze naar haar eigen lichaam te luisteren. “Ik zorgde voor mijn twee kinderen en werkte daarnaast in mijn eigen tijd aan mijn proefschrift, naast mijn banen als psycholoog en universitair docent. Dat leidde tot allerlei fysieke klachten. De huisarts verwees me naar een haptonoom. Zij legde haar hand op mijn been en vroeg me met mijn aandacht daar naartoe te gaan. Dat lukte me niet. Ik snapte niet eens wat ze bedoelde! Tot die tijd had ik niet doorgehad dat ik een groot deel van mijn lijf niet mee had laten doen. Ik was een hoofd op voetjes. Ik heb gehuild, niet normaal. Het was een wereldervaring.”
Ook de bedrijfsarts hielp haar verder. “Ik wilde zo snel mogelijk weer aan het werk, maar hij zei: neem als criterium dat je de bomen ziet als je naar je werk fietst. God ja, dacht ik, zo kun je ook leven. Ik was geen streber, het ging me niet om carrière maken, geld of roem, maar ik was verslaafd geraakt aan kennis vergaren. En nu was het einde van mijn 23-jarige studie in zicht, want er was geen hoger diploma dan een promotie. En mijn kinderen waren inmiddels het huis uit, dus ik moest mezelf opnieuw gaan uitvinden. Ik ben biodanza gaan doen, een vorm van vrij dansen. Sindsdien doet mijn lichaam veel meer mee, en ben ik veel aardiger en rustiger geworden.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.