Landbouw heeft politiek van hoop nodig

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Boeren, dierenactivisten, politici, de milieubeweging: niet zelden staan ze met verhitte koppen tegenover elkaar. Ze denken heel verschillend over de toekomst van de agrarische sector. Betrokkenen in de FoodValley pogen om tot een gedeeld perspectief te komen. Theoloog Jan Jorrit Hasselaar is betrokken bij deze ‘moedige gesprekken’.

Tekst: Jan Jorrit Hasselaar

Maandag 13 mei 2019, honderd dierenactivisten bezetten een varkensstal in Boxtel. Ze vragen hiermee aandacht voor dierenleed. Boeren uit de omgeving laten zich niet onbetuigd en organiseren een tegenprotest. Auto’s van de dierenactivisten worden ondersteboven in een greppel gegooid. De politie moet tussenbeide komen.

De toekomst van de agrarische sector staat momenteel volop ter discussie. Dierenrechtenactivisten, de milieubeweging en ook een aantal politici stellen grote vraagtekens bij de gang van zaken in de sector. De spanningen tussen boeren en hun ‘tegenstanders’ lopen zienderogen op. Het incident in Boxtel leverde daarvan een publiek bewijs. De media deden er uitvoerig verslag van. Hoe kunnen dikwijls conflicterende partijen met elkaar op constructieve wijze het gesprek over wezenlijke vragen in de landbouw voeren?

Kringlooplandbouw
Vorig jaar presenteerde minister Carola Schouten (ChristenUnie) haar kringloopvisie op landbouw. Zij heeft waardering voor de huidige resultaten van de sector, maar geeft ook aan dat behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst. Er blijken namelijk drie onbedoelde negatieve effecten te zijn van de huidige vormgeving van de landbouw. Ten eerste is er druk op inkomens van veel boeren. Ten tweede is er druk op de leefomgeving, wat ten koste gaat van bijvoorbeeld biodiversiteit en klimaat. Ten derde is er druk op de sociale verhoudingen. Door verstedelijking en de afname van de agrarische beroepsbevolking wordt de afstand tussen boeren en burgers groter.

Schouten bepleit daarom een structurele verandering. Om de toekomst van de voedselvoorziening veilig te stellen moet er volgens haar een transitie naar een kringlooplandbouw plaatsvinden. Die overgang moet in 2030 voltooid zijn. Bij deze kringlooplandbouw komt zo min mogelijk afval vrij, is de uitstoot van schadelijke stoffen zo laag mogelijk en benut men grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen.

De transitie dient volgens de minister te gebeuren door samenwerking tussen alle betrokken partijen. De vraag is dan hoe de transitie zodanig in te richten dat partijen tot samenwerking komen. In een notitie voor de Tweede Kamercommissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt de Wageningse hoogleraar Katrien Termeer dat beleidsmakers die met transitievraagstukken te maken krijgen twee reflexen laten zien. De ene reflex is dat men de kwestie hanteert als betreft het een klassiek vraagstuk van markt en overheid dat geen fundamentele verandering van aansturing vergt. De andere reflex is dat men overdonderd raakt door de complexiteit van het probleem en de heftigheid van de reacties daarop. Beleidmakers vervallen daardoor in cynisme of apathie. Beide reflexen zijn niet bevorderlijk voor het vertrouwen van burgers en bedrijven in de overheid. In het eerste geval creëert de overheid beloftes die niet zijn waar te maken en in het tweede geval gebeurt er ondanks de ervaren urgentie niets. Wat kan dan wel een weg vooruit zijn?

Publieke sabbat
Naast de klassieke vormen van aansturing van markt en overheid blijkt er een derde vorm van aansturing te zijn. Jonathan Sacks, voormalig opperrabbijn van Groot-Brittannië, vindt deze vorm terug in de bijbelse traditie, in het bijzonder in het verhaal over de uittocht van het joodse volk uit Egypte zoals verteld in het bijbelboek Exodus. Sacks noemt deze vorm ‘een politiek van hoop’. In deze vorm wordt de realiteit ervaren als een plaats van tekort. Het blijft in het verhaal van de Bijbel echter niet bij een bewustzijn van een aanwezig tekort, maar het verhaal leert ons dat de toekomst anders kan zijn wanneer directbetrokkenen samen verantwoordelijkheid leren nemen voor een gedeelde toekomst. Primair gaat het erom dat de directbetrokkenen de heersende beelden van zichzelf, van de ander en van de wereld om hen heen anders gaan invullen. Daardoor kan een nieuw en gedeeld perspectief ontstaan.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.