Keer je leven om

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
De Bijbel staat vol verhalen over bekering. God en mens zijn als gelijkwaardige partners met elkaar in gesprek en zetten van beide kanten stappen om elkaar te ontmoeten. Niet alleen de mens kan zich bekeren, ook God is daarop aan te spreken. Met de God van Israël valt immers te praten.

Tekst: Willem van der Meiden

Tweemaal schilderde Caravaggio de bekering van Saulus op weg naar Damascus (Handelingen 9). Het zijn misschien niet zijn mooiste schilderijen, maar ze zijn wel veelzeggend. Op het bekendste ligt de vervolger van de Jezusaanhangers met wijdgespreide armen op de grond naar een licht te kijken. Een enorm paard vult de helft van het doek. Daar moet Paulus vanaf zijn gevallen. Dat is de fantasie van de schilder. Paarden zijn in de Bijbel oorlogspaarden. Ze worden vaak vermeld in profetische en apocalyptische geschriften, zoals die van de vier ruiters uit de Openbaring van Johannes. Als reisdier zijn ze vrijwel onbekend, men reisde te voet, alleen of met een ezel als lastdier.
De bekering van Saulus tot Paulus – hij ligt bij Caravaggio letterlijk op zijn rug – is misschien wel het meest bekende bijbelverhaal over bekering, letterlijk: ommekeer. Het woord wordt niet alleen in de mond gelegd van Johannes de Doper en Jezus, maar is ook voluit oudtestamentisch. De schrijvers van die teksten roepen in Psalmen en profetieën het volk Israël vele malen op tot tesjoewa, ommekeer tot hun God.

Totale verwarring
Het wemelt in de evangeliën van genezingsverhalen: Jezus heelt blinden, verlamden, doven. En ook ‘bezetenen’, mensen die geplaagd worden door demonen of een ‘onreine geest’ hebben. Het evangelieverhaal over de bezetene in het land van de Gerasenen laat een totaal verwarde man zien, een echte outsider, verstoten uit de gemeenschap, naakt rondwarend op een begraafplaats, door iedereen gemeden als de pest. Jezus stilt eerst de storm op zee, spreekt de oerkrachten van de natuur bestraffend toe en zij gehoorzamen. Dan gaat hij aan land en ontmoet andere oerkrachten, in een mens: hij ontmoet Legio, want zo noemt deze man zich, rammelend met de kettingen van zijn kwaal. “Want wij zijn met velen”, zegt hij in Marcus 5. De diagnose van een meervoudig persoonlijkheidssyndroom is snel gemaakt, al te snel. Ik denk dat Karel Eykman er in zijn prachtige bewerking in Jezus – van mens tot mens (2011) dichter bij zit. “Alles door elkaar heet ik”, totale verwarring dus. Ook dit verhaal van genezing is een bekeringsverhaal, een oproep aan een medemens zich om te keren uit een mensonterende en uitzichtloze situatie. Of hij daar zelf schuldig aan is, is niet aan de orde. Of dit hem is aangedaan ook niet. Hij moet ervan af, want anders blijft hij de outsider die hij nu is. Legio moet thuiskomen.

Ik pak er nog een ander aspect uit. Opvallend is hoe de man Jezus begroet: “Hé, Jezus, jij zoon van God, de Allerhoogste!” In dit verhaal en in vergelijkbare genezingsverhalen doet zich een opvallend verschijnsel voor. Hoe verward of ziek deze mensen ook zijn, ze hebben de dogmatiek op een rijtje, ze weten wat waar is, ze weten hoe het zit. Zonder enige terughoudendheid geeft Legio Jezus de eretitels die hem formeel toekomen. Opvallend is dat meer verwarde en zieke mensen dat in de evangelieverhalen doen: “Ik weet wie jij bent: de Heilige van God”, zegt de bezetene van Nazareth (Marcus 1, Lucas 4). “Zoon van David, Jezus, ontferm u over mij!” zegt de blinde van Jericho (Marcus 10). En in het bijbelboek Handelingen (16) zegt het medium van Filippi, een waarzegster met een vitaal verdienmodel, over Paulus en zijn gezellen: “Deze mensen zijn dienaren van de Allerhoogste God: zij verkondigen u de weg naar behoud.” Hoe ze dat weet, is niet interessant, het is de waarheid. Voor buitenstaanders kent de waarheid geen geheimen. Kinderen, dronken mensen en gekken spreken de waarheid, heet het in de volksmond. In de bijbelverhalen weten deze outsiders wie Jezus is, hij is voor hen in de wereld gekomen. Om hen te genezen, te bekeren. Die genezing vindt in het verhaal van Legio ook plaats, de onreine geest verlaat de man en wordt in het evangelieverhaal in een troep onreine varkens uitgestort en die storten zich in het meer. Karel Eykman laat dat weg, het verhaal is in al zijn simpelheid voor hem al mooi genoeg. De genezen man hoort er nu bij, aan hem worden de werken van barmhartigheid verricht: hij krijgt kleren en te eten. “Hoe heet je”, vraagt Jezus nogmaals. “Adam”, zegt de man. Hij is weer mens geworden.

Echte dialoog
De oproep tot bekering, tot ommekeer, geldt in de Bijbel niet alleen mensen, al dan niet met gebreken, of een volk in overtreding. Ook de bekering, de mogelijke ommekeer van God zelf is een bijbels thema. In 1972 werd door de VPRO-televisie voor een aflevering van de Fred Haché Show een interview met God opgenomen. Fred Haché (Harry Touw) vroeg aan God of die het geen goed idee vond dat mensen die zich van God tijdens hun leven niets aantrokken “in de hemel konden komen door vlak voor de doodskomma God te bekeren”. God stond hier welwillend tegenover en zou erover nadenken. →

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.