‹ Terug naar overzicht

'Juist met minder kom je als mens meer tot je recht'

Geplaatst op:
“Ik geloof niet in een ‘stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’ waarbij ik ondertussen alles doe waar ik zelf zin in heb.” Volgens broeder Bernardus, abt van abdij Koningshoeven, zijn we de coronacrisis nog lang niet te boven. Niet zolang we een kritische zelfreflectie uit de weg gaan.

Tekst: Elze Riemer
Beeld: Enis Odaci

‘Het is naïef om de coronacrisis alleen maar als een heftige griepgolf te zien. Alsof we erna weer over kunnen tot de orde van de dag. Deze pandemie stelt belangrijke vragen over onze manier van leven, vragen die we niet uit de weg moeten gaan.” Dit stelt Dom Bernardus Peeters (52), die niet alleen abt is van een van de meest contemplatieve kloosterordes – de trappisten – in BerkelEnschot, maar ook hoofd van bierbrouwerij en miljoenenonderneming La Trappe.

Duurzaamheid was al ver voor de crisis een van zijn belangrijkste speerpunten. Zo heeft hij kort geleden als eerste in Nederland een biologische waterzuiveringsinstallatie laten installeren op het terrein van de brouwerij. Ook is er het plan om in 2025 als klooster geheel zelfvoorzienend te zijn. De crisis heeft hem alleen maar bevestigd in de noodzaak handen en voeten te geven aan een duurzamere manier van leven en werken.

Lag u wakker van de coronacrisis?

“Ik ben een goede slaper, ook al heb ik zeker zorgen. Helemaal in het begin werd er nog niet getest en stierf een medebroeder met de verschijnselen van corona. Uiteindelijk nam de huisarts wel testen af bij vier broeders, waarvan twee positief werden getest. Het was erg moeilijk vanwege alle onzekerheid die ermee gepaard ging. Niemand wist wat er precies gebeurde. Iedereen had veel vragen, maar antwoorden waren er niet. Dit resulteerde in veel onrust bij de broeders en het personeel. Ik vond dat wel lastig. Onderhand is er meer grip op de situatie en is de rust wat weergekeerd. Tegelijkertijd blijf ik me wel zorgen maken op een hoger niveau: waar gaat het naartoe met de wereld en deze samenleving?”

Ziet u de coronacrisis puur als een coronacrisis, of als een onderdeel van een grotere crisis?

“Alles heeft met alles te maken, een crisis staat nooit op zichzelf. We moeten eerlijk zijn dat, waar dat virus ook vandaan komt, het iets te maken heeft met onze levensstijl. Onze huidige omgang met de schepping is er een van uitbuiting om onze zucht naar alsmaar meer te bevredigen, en dat heeft grote negatieve gevolgen. Ik zie deze crisis als een van die gevolgen. Het stelt ons allerlei vragen waar we serieus over na moeten denken, zoals: waarom wordt Brabant zo hard getroffen, deze streek in het bijzonder? Wat is de link met de intensieve veehouderij in deze regio? We durven deze discussie eigenlijk niet aan, omdat het onze manier van leven in gevaar brengt. En: dat virus kan maar op één manier zo snel over de wereld gaan en dat is door onze grote mobiliteit. Daar profiteren we allemaal van, maar het heeft ook een keerzijde – die zie je nu. We moeten ons durven afvragen of die mobiliteit ons alles waard is. Iedereen is nu bezorgd of ze wel of niet op vakantie kunnen. Dan zakt mij de moed in de schoenen. Is dat echt het belangrijkste op dit moment, kunnen we niet een jaartje overslaan?”

Wat is het belangrijkste op dit moment dan wel?

“Dat we deze crisis echt samen gaan overwinnen. Allereerst door deze te beteugelen. Dus in plaats van dat je per se op vakantie wilt, kun je ook je vakantiegeld doneren aan de gezondheidszorg of aan de ontwikkeling van een vaccin. We hebben als samenleving bepaalde keuzes gemaakt en daarvan krijgen we nu de rekening gepresenteerd. Onze gezondheidszorg hadden we, als democratie, helemaal uitgekleed. En nu zijn al die lieve mensen opeens helden? Dat is toch hypocriet. Tegelijkertijd zie ik dat er allerlei prachtige initiatieven ontstaan waarin mensen echt samenwerken. Bijvoorbeeld restaurants die voor de voedselbank maaltijden verzorgen of buurtgenoten die voor elkaar boodschappen doen. Ik hoop dat we dat ‘samen’ vast kunnen houden na de crisis.”

Dom Bernardus (c) Enis Odaci

Het is dus niet alleen een zware griepgolf die vele levens kost?

“Nee, het is niet iets wat vanzelf weer voorbijgaat. Dat is een individualisme van de hoogste graad, omdat je dan als de storm is gaan liggen de draad weer oppakt alsof
er niks gebeurd is. Dat staat ook haaks op mijn levensfilosofie; verantwoordelijkheid en zorg voor elkaar vind ik zo belangrijk. Dat betekent dat je niet alleen naar de korte termijn kijkt, maar ook naar de lange termijn. Corona zal niet verdwijnen, ook niet als we een vaccin hebben. Dat is het gevaar van een epidemie, dat we denken dat er geen probleem meer is als wijzelf het onder controle hebben. Neem aids; niemand maakt zich daar meer druk om. Onderzoeken wijzen uit dat onder jongeren onveilige seks toeneemt omdat ze geen benul hebben van de gevaren die ermee gepaard gaan, waaronder aids. Omdat we een medicijn hebben is er een schijnzekerheid. Maar het medicijn heeft het virus niet weggenomen. Het ergste vind ik het egoïsme: wij in de westerse wereld hebben geld en het medicijn tot onze beschikking, maar zoveel andere mensen op de wereld kunnen alleen maar dromen van een medicijn.”

Ziet u dat egoïsme ook terug in de omgang met het coronavirus?

“Alle beslissingen die er zijn genomen zijn primair politiek, zogenaamd wetenschappelijk onderbouwd, met maar één doel: niet te veel geld verliezen of zelfs geld verdienen. Een van de eerste dingen die Amerika deed in reactie op het virus was proberen een Duits bedrijf op te kopen dat bezig is met een vaccin. In Nederland zijn de belangen en motieven niet veel anders. Het niet testen van mensen hier in Nederland was een politieke keuze. Dat zorg- en onderwijspersoneel wél werd getest een economische, want dat moet door blijven gaan. Ondertussen zaten verzorgingshuizen met grote problemen omdat ze geen tests en beschermingsmateriaal hadden.”

Hoort u ons als monnik niet juist gerust te stellen? Voor alles is een tijd, God laat niet los wat Zijn hand begon, dat we niet bang hoeven te zijn – dat soort dingen?

“Niet als dat ervoor zorgt dat je als mens en maatschappij je verantwoordelijkheid ontloopt. Ik geloof niet in een ‘stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’ waarbij ik ondertussen alles doe waar ik zelf zin in heb. Op dit moment zie ik God juist in het lijden van de wereld, in de zoektocht naar hoe we samen onze verantwoordelijkheid kunnen dragen voor de aarde. Maar hoe onze schepping ook zucht en kreunt, ik heb hoop dat met de juiste zorg de aarde weer opnieuw tot bloei kan komen. Ik denk dat er veel valt te leren van deze crisis. Bijvoorbeeld om met minder tevreden te zijn. Waarom moeten we per se zo vaak op vakantie? De toename van huiselijk geweld in deze tijd vind ik tekenend. Door al die dingen die mogelijk waren voor de crisis konden we een bepaald vluchtgedrag ontwikkelen, waardoor we niet echt bij onszelf konden komen en blijven. Ik hoop dat mensen in gaan zien dat je júíst met minder als mens meer tot je recht komt. We kunnen zo druk zijn met werk en allerlei activiteiten dat we het oog verliezen voor dat waar het echt om gaat: in relatie staan met elkaar. Door de coronacrisis konden we feitelijk veel minder, maar werden we eigenlijk méér mens: we konden niet meer om onszelf en onze naasten heen. Maar het minder omarmen gaat niet vanzelf, veel mensen hebben hun identiteit gebouwd rond dat ‘meer’. Dus het is een moeilijke transitie, maar wel een die keihard nodig is. Crisis gaat gepaard met pijn, dat moeten we gaan accepteren. Ik denk wel dat de pijn dragelijker wordt op het moment dat we die sámen ondergaan.”


Paspoort
Broeder Bernardus Peeters (Simpelveld, 1968) is sinds 2005 abt van Abdij Koningshoeven in het Brabantse Berkel-Enschot.

  • Studeerde theologie aan de Theologische Faculteit Tilburg.
  • Trad in augustus 1986 op 18-jarige leeftijd in bij de Trappisten in Berkel-Enschot.
  • Werd einde 2005 op 36-jarige leeftijd gekozen tot abt van Abdij Koningshoeven.
  • Werd in mei 2013 ridder in de orde van Oranje Nassau.
  • Verzorgde in april 2015 de Volzin-lezing over ‘gastvrijheid’ in Koningshoeven.
  • Is sinds juni 2017 voorzitter van de Konferentie Nederlandse Religieuzen.

 

Welke taak ziet u hierin weggelegd voor kerken?

“Mensen inspireren om dat ‘samen’ concreet vorm te geven, door bijvoorbeeld de voorlopers te ondersteunen en een podium te geven. Zo was er 14 mei een interreligieuze gebedsdag tegen de coronapandemie. Dat vind ik geweldig, om elkaar midden in een crisis op te zoeken en te ondersteunen in de angsten en zorgen die we delen. Toch was er bijna geen aandacht voor in Nederland. Bijna alle kerken lijken zich nu vooral druk te maken over hun vieringen en het al dan niet streamen ervan op allerlei media, voor de eigen leden maar ook omdat je dan als kerk zichtbaar bent. Die zondagse viering is maar zo’n klein onderdeel van het kerkelijk leven, maar door er zoveel aandacht aan te geven lijkt het alsof zo’n viering het enige is wat een kerk kenmerkt. Zend een keer uit wat een kerk doet om mensen in nood te helpen, laat zien hoe kerken bezig zijn met duurzaamheidsvraagstukken, laat zien hoe gelovige mensen omgaan met deze crisis – deze dingen spreken mensen meer aan dan een soort overkill aan onlinevieringen.”

Duurzaamheid staat al sinds geruime tijd hoog op uw agenda, zowel in de abdij als in de bierbrouwerij. Heeft de coronacrisis ook impact op die plannen?

“Als religieuzen zijn wij altijd geroepen naar de marges van de samenleving. Alle crisissen waren uitdagingen om noden op te pakken. Op die manier hebben religieuzen zich in de geschiedenis bijvoorbeeld hard gemaakt voor betere gezondheidszorg voor zieken. De crisis van nu rondom het klimaat en het milieu zie ik voor ons vandaag als de grootste uitdaging om iets mee te doen. Wereldwijd nemen religieuzen dan ook deze uitdaging op zich, ondersteund door Paus Franciscus met zijn groene encycliek Laudato Si’. Concreet doet de coronacrisis ons op Koningshoeven nadenken over de lokale herkomst van onze goederen. We zijn er al mee bezig om alles wat wij gebruiken zo dicht mogelijk bij ons in de buurt vandaan te halen, in het groot bijvoorbeeld onze granen die we gebruiken voor ons bier of de melk voor onze kaas. Ook in het klein, door bijvoorbeeld onze eigen groenten te kweken. De crisis bevestigt mij in de noodzaak van het zoeken naar een circulaire economie waarbij het principe van zelfvoorzienend leven en werken steeds meer op de voorgrond komt.”


Dit is een fragment uit het gehele artikel. Nog geen abonnee of het Volzin-nummer met dit artikel apart bestellen? Klik dan hier.