Jeangu Macrooy: 'Wintimuziek voelt hetzelfde als gospel'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Met zijn krachtige, warme timbre geldt Jeangu Macrooy als de beste soulzanger van Nederland. Spiritualiteit speelt een grote rol in zijn muziek en leven. Een gesprek over winti, zijn rooms-katholieke achtergrond in Suriname en het loskomen daarvan. En over Judas.

Tekst: Tom Engelshoven Beeld: Anne-Marie Kok

Jeangu Macrooy is vijfentwintig. Hij groeide op in Paramaribo en kwam op zijn twintigste naar Nederland, waar hij ging studeren aan het conservatorium in Enschede. Zijn eerste album, High On You, maakte hij toen hij tweeëntwintig was. Een aantal nummers daarop is duidelijk geïnspireerd door zijn rooms-katholieke achtergrond in Suriname. Een ervan, In The Name Of, gaat over zijn loskomen ervan, dat plaatsvond toen hij zeventien was. “Het had erg met homofobie te maken. Met uitspraken van de toenmalige paus. Ik zat in de kerk en dacht: ‘Ik voel me niet meer welkom.’ Omdat ik toch word gezien als anders. Als een ziek persoon voor wie gebeden moet worden. Als je ontdekt dat je homoseksueel bent, ontdek je ook dat een groot gedeelte van de wereld homoseksualiteit raar vindt. En onacceptabel. Ik vond het erg hard dat het geloof dat ook verkondigde. Ik heb het concept van de kerk altijd wel heel mooi gevonden. En nog steeds. Elke week bij elkaar komen, positieve energie uitwisselen, elkaar moed inspreken. Het gaat echt om hoop, en ik ben een hoopvol mens. Maar daaromheen zijn allemaal regeltjes, die ik niet zo fijn vind. Ik heb vorig jaar een solo tournee gedaan langs een achttal Nederlandse kerken. Het thema daarvan was loskomen van religie, maar wel blijven vasthouden aan de filosofie van je naaste liefhebben gelijk jezelf. Daar geloof ik heel erg in. Als je daaraan vasthoudt zijn alle andere geboden eigenlijk overbodig.
Ik kwam eerst los van de Bijbel en daarna van het geloof. Je kunt uit de Bijbel veel leren, maar, zo zeg ik altijd een beetje oneerbiedig, het is niet alsof God de Bijbel vanuit de hemel naar beneden heeft gegooid. Ik heb de Bijbel nooit gezien als het woord van God. De Bijbel is door mensen geschreven, die denken dat God tot hen sprak. Sommige gedeeltes passen ook niet meer in hoe de wereld er nu uitziet.”

Bid je nog steeds?
“Na mijn zeventiende ging dat gewoon door. Maar niet meer elke avond en ook niet meer in de vorm van toen. Ik luister ook nog steeds naar gospelmuziek. Daar word ik erg blij van. Ik heb van die momenten dat ik me naar boven richt. Dat zie ik als bidden. Mijn oma zei iets moois. Bidden is als jij stil bent en God stil is. Er wordt je altijd geleerd dat je moet praten tegen God, maar je hoort eigenlijk nooit iets terug. Misschien is stil zijn wel het echte contact.”

Kon je als opgroeiende jongere binnen de katholieke kerk in Suriname met iemand praten over je homoseksualiteit?
“Nee, want als iets in Suriname taboe is… Er wordt natuurlijk wel over gesproken. Maar meer in de zin van dat het niet bestaat. Zelfs bij de biologieles op school: ‘Er zijn homoseksuelen en dat wil zeggen dat ze aangetrokken zijn door mensen van hetzelfde geslacht, volgende bladzijde!’ Geen echte voorlichting. En in de kerk al helemaal niet

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.