Jeangu Macrooy vertegenwoordigt Nederland op het Eurovisie Songfestival

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
In mei van het afgelopen jaar las u in Volzin een interview met zanger Jeangu Macrooy (1993). 'De beste zoulzanger van Nederland', geboren in Paramaribo, is verkozen om ons land te representeren op het Eurovisie Songfestival, dat tussen 12 en 16 mei zal plaatsvinden in Rotterdam Ahoy. Lees het interview hier terug.

Tekst: Tom Engelshoven Beeld: Anne-Marie Kok

Jeangu Macrooy is vijfentwintig. Hij groeide op in Paramaribo en kwam op zijn twintigste naar Nederland, waar hij ging studeren aan het conservatorium in Enschede. Zijn eerste album, High On You, maakte hij toen hij tweeëntwintig was. Een aantal nummers daarop is duidelijk geïnspireerd door zijn rooms-katholieke achtergrond in Suriname. Een ervan, In The Name Of, gaat over zijn loskomen ervan, dat plaatsvond toen hij zeventien was.

“Het had erg met homofobie te maken. Met uitspraken van de toenmalige paus. Ik zat in de kerk en dacht: ‘Ik voel me niet meer welkom.’ Omdat ik toch word gezien als anders. Als een ziek persoon voor wie gebeden moet worden. Als je ontdekt dat je homoseksueel bent, ontdek je ook dat een groot gedeelte van de wereld homoseksualiteit raar vindt. En onacceptabel. Ik vond het erg hard dat het geloof dat ook verkondigde.

“Ik heb het concept van de kerk altijd wel heel mooi gevonden. En nog steeds. Elke week bij elkaar komen, positieve energie uitwisselen, elkaar moed inspreken. Het gaat echt om hoop, en ik ben een hoopvol mens. Maar daaromheen zijn allemaal regeltjes, die ik niet zo fijn vind. Ik heb vorig jaar een solo tournee gedaan langs een achttal Nederlandse kerken. Het thema daarvan was loskomen van religie, maar wel blijven vasthouden aan de filosofie van je naaste liefhebben gelijk jezelf. Daar geloof ik heel erg in. Als je daaraan vasthoudt zijn alle andere geboden eigenlijk overbodig.

“Ik kwam eerst los van de Bijbel en daarna van het geloof. Je kunt uit de Bijbel veel leren, maar, zo zeg ik altijd een beetje oneerbiedig, het is niet alsof God de Bijbel vanuit de hemel naar beneden heeft gegooid. Ik heb de Bijbel nooit gezien als het woord van God. De Bijbel is door mensen geschreven, die denken dat God tot hen sprak. Sommige gedeeltes passen ook niet meer in hoe de wereld er nu uitziet.”

Bid je nog steeds?
“Na mijn zeventiende ging dat gewoon door. Maar niet meer elke avond en ook niet meer in de vorm van toen. Ik luister ook nog steeds naar gospelmuziek. Daar word ik erg blij van. Ik heb van die momenten dat ik me naar boven richt. Dat zie ik als bidden. Mijn oma zei iets moois. Bidden is als jij stil bent en God stil is. Er wordt je altijd geleerd dat je moet praten tegen God, maar je hoort eigenlijk nooit iets terug. Misschien is stil zijn wel het echte contact.”

Kon je als opgroeiende jongere binnen de katholieke kerk in Suriname met iemand praten over je homoseksualiteit?
“Nee, want als iets in Suriname taboe is… Er wordt natuurlijk wel over gesproken. Maar meer in de zin van dat het niet bestaat. Zelfs bij de biologieles op school: ‘Er zijn homoseksuelen en dat wil zeggen dat ze aangetrokken zijn door mensen van hetzelfde geslacht, volgende bladzijde!’ Geen echte voorlichting. En in de kerk al helemaal niet. Maar het was wel een liefdevolle omgeving om in op te groeien. De pater was een vaderfiguur voor iedereen. Zijn woord nam je als een gegeven. Vanuit de kerk werd ook veel contact gezocht. Als je je eerste heilige communie deed, kwam de pater daarna thuis langs om je te feliciteren.

“De rooms-katholieke gemeenschap waarin ik opgroeide was ook vrijer dan andere gemeentes. Klasgenootjes die naar andere kerken gingen, mochten vaak niet naar wereldse muziek luisteren of naar Harry Potter kijken. Het mooie van het katholicisme vind ik: Ook al heb je iets fout gedaan, als je dat inziet en oprecht spijt hebt en je best doet om te veranderen, dan krijg je een nieuwe kans. Het gaat altijd om nieuwe kansen. Het is nooit te laat om opnieuw te beginnen. In een van de liederen die wij tijdens de dienst zongen, declameerde de pater bepaalde zinnen en antwoordden wij als gemeente met: ‘Maak alles nieuw.’ Dat vind ik nog altijd heel mooi. Onze Vader in de hemel, maak alles nieuw.”

Best opmerkelijk, hoe het slavernijverleden – in Suriname, net als in Amerika – resulteert in een massale omarming van het christelijk geloof.
“Tegen het eind van de slavernij zijn die kerkgemeenschappen gesticht. Mijn oma en haar zussen waren heel vroom katholiek. Mijn oma is nu achtentachtig. Als meisje had ze een protestants vriendje, maar dat mocht eigenlijk niet, zo extreem was dat toen nog.

“Er zijn gelovige mensen in Suriname die naar de kerk gaan, maar ook aan winti doen, de godsdienst die hoort bij de natuur. Voor hen is dat ook heel serieus. Maar het ligt ingewikkeld, want winti wordt ook vaak gezien als afgoderij of bijgeloof. Mijn eerste plaat begon met een nummer dat geïnspireerd is op winti: Aisa, ik opende er destijds ook mijn show mee. Dat was wel een beetje een statement naar christenen in Suriname die geringschattend doen over winti.

“Ik zie in alle godsdiensten overeenkomsten. Bijna altijd gaat het om dezelfde God, maar dan in een andere gedaante of gedaantes. Christelijke mensen benadrukken vaak dat zij het ware geloof verkondigen en dat al het andere verwerpelijke afgoderij is. Vanuit historisch oogpunt vind ik die gedachte eigenlijk heel stom. Want het christendom is ons opgelegd, zoals in veel delen van de wereld, vaak ook met geweld.

“Toen ik studeerde aan het conservatorium van Suriname werden we onderwezen in alle muziekculturen van ons land. We kregen ook les van iemand die in winti gelooft. Winti is door de slaafgemaakten vanuit Afrika meegenomen naar de andere kant van de wereld. Het is levend gebleven bij de marrons, mensen die wegliepen van de plantages en zich vestigden in het bos. Aisa is Moeder Aarde. De oppergodin. Om haar heen heb je verschillende goden. Het zijn eigenlijk de geesten van onze voorvaderen, die worden vereerd. Bij wintimuziek voel ik hetzelfde als bij gospel die gaat over Jezus Christus en Maria. Het is onzinnig om te doen alsof het om iets wezenlijk anders gaat. Alle mensen richten zich naar boven.

“Wetenschappers en astronauten op zoek naar buitenaards leven willen weten of wij de enigen in het universum zijn. Geloven in buitenaards leven is eigenlijk hetzelfde als geloven in engelen of demonen. Ook daar is geen echt bewijs voor. Toch zijn mensen naarstig aan het zoeken naar buitenaards leven. Ze zijn op zoek naar God. Ik ben niet echt bezig met de geesten van mijn voorvaderen. Daarvoor moet je geloven in het hiernamaals. Dat doe ik op zich wel, maar niet meer zo concreet als vroeger. Mijn idee van God is ook minder concreet geworden. Als kind was hij voor mij een man in het wit, op een troon. Dat is niet meer zo. Ik geloof ook niet in een God die angst inboezemt. Ik geloof erg in dat je terugkrijgt wat je geeft.”

Je kwam pas op je twintigste naar Nederland. Je bent een immigrant, daarin verschil je van de meeste mensen in Nederland met Surinaamse afkomst, die rond de onafhankelijkheid (1975) hierheen kwamen, en hun nazaten.
“Er zijn veel dingen die krom zijn, dat heeft de verhuizing voor mij blootgelegd. Ik was hier wel op vakantie geweest. Maar dan zie je andere dingen. Als je hier komt wonen, ga je pas echt het verschil zien. Suriname is een ontwikkelingsland, een derdewereldland. In Nederland is eigenlijk alles goed geregeld. Hier is geld. Er zijn natuurlijk altijd dingen die beter kunnen, maar hier is toch een heel ander niveau van welzijn en welvaart. Dat is toch voor een groot deel gebaseerd op de koloniale geschiedenis.

“Mijn eerste single, Gold, ging over die confrontatie. Al ons goud, letterlijk en figuurlijk, is weggevoerd naar hier, waar de mensen ervan genieten. Ik heb niet het gevoel dat Nederlanders zich daar erg bewust van zijn. De dag van de afschaffing van slavernij is in Suriname een nationale vrije dag en iedereen viert dat. Ik hoor mensen hier vaak zeggen: ‘Die slavernij, dat was daar!’ Alsof het een lokale kwestie is. Maar dat doet er niet toe.

“Ook voor Nederland vind ik het een bijzondere dag, de dag dat slavernij ophield te bestaan. Om als Surinaamse student hier naartoe te komen was ook echt niet makkelijk. Om het financieel voor elkaar te krijgen bijvoorbeeld. Ik moest een hoge borgsom betalen, € 10.000 indertijd. In Suriname is het geld veel minder waard, dus ook het collegegeld is dan heel hoog. Er is geen mogelijkheid tot studiefinanciering. Gebaseerd op de geschiedenis zou er een fonds of beurs moeten zijn voor Surinamers die thuis niet op het niveau kunnen studeren dat ze willen en dat hier willen doen.

“Begrijp me niet verkeerd. Ik voel me in Nederland echt op mijn plek en heb me ook altijd welkom gevoeld. Ik vertel dit alleen maar omdat ik echt niet de enige getalenteerde Surinamer ben. Er is daar veel potentie, maar de middelen ontbreken om het echt waar te maken. Hier kun je je carrière laten bloeien, in veel disciplines. In Suriname kun je niet altijd je ei kwijt en je kunt er vaak ook niet echt van leven.”

Jouw carrière heeft in Nederland vlucht genomen. Je bracht twee zeer goed ontvangen albums uit en toert met groot succes door het land. Maart 2018 speelde je met verve de rol van Judas in The Passion. De grote EO-productie rond het lijdensverhaal van Jezus, die drieënhalf miljoen kijkers trok. Een krant schreef zelfs: Judas stal de show.
“Er verscheen ook een artikeltje van iemand die het niet vonden kunnen dat een zwarte man Judas speelde. Ook omdat deze editie in de Bijlmer plaatsvond. Maar het begint gewoon bij het begin en dat is dat ik door de EO werd uitgenodigd voor een gesprek. Daarin heb ik duidelijk gezegd: ‘Ik wil Judas spelen.’ Het was pas gek geweest als ze hadden gezegd: ‘Dat mag niet, omdat je zwart bent.’

“Waarom ik Judas wilde spelen? Ik heb nooit begrepen waarom Judas als de ‘ultimate bad guy’ wordt gezien. In het verhaal heeft hij de moeilijkste taak. Jezus heeft zich echt niet huppelend overgegeven aan de machthebbers van toen. Gedurende het gehele proces vraagt hij zich af: ‘Waarom moet dit?’ Aan het kruis nog: ‘Vader, waarom hebt U me in de steek gelaten?’  De kern van het geloof is dat het moest gebeuren van God. Jezus moest sterven voor de zonde van iedereen. En dus was dat verraad, zo je al zo wil noemen, nodig. Een onmisbare schakel in het verhaal.

“Ik heb Judas ook niet gespeeld als iemand die Jezus haatte. Zelfs als God hem heeft gebruikt als zijn instrument, dan nog verdient ook Judas vergeving. Het spelen van die rol heeft mijn carrière erg geholpen. Als ik in een zwarte jas over straat loop, word ik nog steeds aangesproken: ‘Hey, Judas!’ Ik ben trots op dat ik daaraan heb mee gedaan. Ook de avond zelf gaf veel voldoening. De omstanders, de mensen langs de weg, waren echt ontroerd door het verhaal. Ze putten er kracht uit. Als artiest wil ik mensen kunnen raken op een positieve manier. Dit was echt een kans om heel veel mensen te inspireren.” ●

 

Zie ook de website van Jeangu Macrooy