Jan van Hooydonk neemt afscheid

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Als twintiger kwam hij in 1981 in dienst van De Bazuin. Nu, bijna veertig jaar later, neemt Jan van Hooydonk afscheid van Volzin om met pensioen te gaan. Hoewel hij altijd hartstochtelijk voorstander is gebleven van kerkelijke vernieuwing, is activisme niet zijn stiel. “Mijn barricade is mijn werk te doen: schrijven en verkondigen.”

Tekst: Elleke Bal Beeld: Christiaan Krouwels

Jan van Hooydonk (66) denkt de afgelopen weken vaak terug aan zijn jeugd in Brabant. Kortgeleden overleed zijn moeder op 92-jarige leeftijd. Het afscheid van haar bracht hem vaker dan anders terug in zijn geboortedorp Achtmaal – vlak op de grens tussen Nederland en België. Van Hooydonk voelt zich er nog altijd thuis en komt er graag. Zijn twee broers en zus wonen nog in de regio, een van zijn broers heeft de boerderij van zijn vader overgenomen. Jan is de oudste van vier, de enige die aan de universiteit ging studeren.

Over die intellectuele broer wordt weleens gegrapt, vertelt Van Hooydonk. “Ze vertelden me vorige week nog over die keer dat mijn ouders vijftig jaar getrouwd waren, en we hun als kinderen een terras cadeau deden. Mijn broers en zwager gingen dat leggen. Op een gegeven ogenblik had m’n oudste broer tegen m’n jongste broer gezegd: onze Jan had vandaag toch ook moeten helpen. Waarop die zei: ja dat is wel zo. Maar ik denk dat hij hier beter een preek over kan schrijven, dan stenen leggen.”

Waarschijnlijk had hij gelijk, lacht Van Hooydonk. We zitten in de woonkamer van zijn flat, op een prachtig plekje in Nijmegen. De stoelen staan ‘coronaproof’ anderhalve meter uit elkaar. Vanuit zijn appartement heeft hij een weids uitzicht over de Waal en de Ooijpolder. Momenteel werkt hij aan het laatste nummer van Volzin, voordat hij het stokje doorgeeft aan opvolgers Greco Idema en Enis Odaci. Er zijn bijna veertig jaar voorbijgegaan sinds Van Hooydonk in dienst trad van De Bazuin, dat in 2002 samen zou gaan met Hervormd Nederland en Volzin werd.

In het religieuze landschap van Nederland vond in die tijd een aardverschuiving plaats: de tijd van ontzuiling werd afgesloten, secularisering en individualisering veranderden de toekomst van kerk en geloof. De Bazuin ‘verliet het kerkelijk eiland’ – zoals Trouw het eens omschreef en werd Volzin, een magazine voor ‘moderne zinzoekers’. Het lezersaantal nam af, een trouwe en betrokken lezersschare bleef over. “Mensen vroegen me weleens: wat als Volzin moet stoppen? Dan kijk ik echt niet terug op een mislukt leven”, zegt Van Hooydonk. “Voor een groep lezers heb ik iets kunnen betekenen. In die zin is dit mijn parochie of gemeente geweest. Dat geeft voldoening.”

Innerlijke vrijheid
Het is indrukwekkend. Veertig jaar lang tweewekelijks, later iedere maand, een tijdschrift naar de drukker brengen. Hoe het leven zonder dit werk hem straks gaat bevallen, weet hij nog niet. “Er komen vast wel andere dingen”, zegt hij nuchter. Scherp, zonder weemoed en met humor blikt hij terug op zijn carrière als religiejournalist. Vele honderden mensen heeft hij geïnterviewd in al die jaren. Het meest bewonderde hij de mensen ‘die innerlijke vrijheid kennen’. “Mensen die zich niet door autoriteiten, conventies en oordelen laten bepalen. Zij leven van de genade. Het meeste wat we bereiken in het leven is omdat we het krijgen. Volgens mij is dat een essentiële religieuze ervaring.”

Ja, dat van de genade is best een beetje protestants uitgedrukt – zegt Van Hooydonk. Zelf groeide hij op met een “vanzelfsprekend katholicisme”, zoals hij het eens omschreef in het voorwoord van het boek Grensgangers, een bundeling interviews van zijn hand. “Het was weinig doordacht, maar des te sterker doorleefd in verbondenheid met de seizoenen en de grond, met de familie en de lokale gemeenschap.” De katholieke traditie ligt hem na aan het hart. Dat wil zeggen, ‘de ruime, menselijke en grootse traditie’. De traditie van gevoel voor ritueel en liturgie.

De seksuele moraal van de kerk is een ander verhaal, antwoordt hij op de vraag hoe hij zich tot de kerk bleef verhouden, gezien het homostandpunt van de kerk. “Ik beschouw dat als een vervelende bijkomstigheid. Het Evangelie gaat daar niet over.” Hij heeft het geluk gehad, vertelt hij, in zijn leven veel ruimdenkende gelovigen te ontmoeten. Zo was er op een belangrijk moment Hein Schaeffer, prior van het dominicanenklooster Albertinum in Nijmegen, waar Van Hooydonk als student een paar jaar woonde.

“Het was 1976, en ik was 22, beginnend homo. Ik was daar nog niet zo lang mee bezig, maar ik dacht wel: ik moet hier iets mee en ik ga dit niet onder stoelen of banken steken.” Op een dag liep hij met Schaeffer door de tuin van het klooster. “Ik zei tegen hem: ik wil hier graag komen wonen, maar ik kom hier niet uit vlucht en ik wil me hier niet begraven als homo. Waarop Schaeffer zei: ‘het is goed dat je hier komt wonen, want we hebben variatie nodig in de communiteit, je bent heel welkom’.”

In het Albertinum draaide Van Hooydonk als student politicologie en theologie volop mee. “We gingen voor, in de lauden en de vespers, en soms hielden we een preek tijdens de eucharistieviering.” Van Hooydonk schreef in die tijd wel eens wat, zoals artikelen over homoseksualiteit, theologie en kerk. Dat moet zijn opgevallen, want niet veel later werd hij door dominicaan André Lascaris gevraagd om na zijn afstuderen redacteur van De Bazuin te worden. “Ik had zelf nooit echt een idee wat ik zou gaan doen na m’n studie, maar hier had ik meteen interesse in.” Lascaris maakte het blad in die tijd samen met de augustijn Lambert van Gelder. Zij deden dit werk onbezoldigd. Van Hooydonk kwam als eerste betaalde medewerker in dienst van stichting De Bazuin.

Het Malieveld
Voordat De Bazuin Volzin werd, kende het een roemruchte geschiedenis. Wat in 1911 begon als een rooms-katholiek advertentieblad voor de middenstand in Amsterdam, groeide nadat het eenmaal door de dominicanen was overgenomen, uit tot een nationaal opinieblad. Vanaf begin jaren vijftig kreeg het tijdschrift een progressievere klank, vertelt Van Hooydonk. “Toen de bisschoppen de katholieken ontraden socialistisch te stemmen, nam De Bazuin daartegen stelling. De redactie schreef: ‘de kerk kan onze politieke keuze niet voorschrijven’.”

Het was het begin van een slepend conflict tussen de conservatieve Nederlandse bisschoppen en het progressieve deel van de katholieken, dat uitmondde in een clash tijdens het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in 1985. De bisschoppen maakten een programma voor de paus, waarvan allerlei mensen werden buitengesloten. Dat riep boosheid op, vertelt Van Hooydonk. “Edward Schillebeecxk was in hun ogen te progressief. En dan was er Tine Halkes, het boegbeeld van de katholieke feministische vrouwen. Ook die mocht de paus niet ontmoeten.”

Op 11 mei 1985 landde de paus in Nederland. Aan de vooravond van dit bezoek, op Hemelvaartsdag donderdag 8 mei, was er op het Malieveld in Den Haag een alternatief programma opgezet, waar onder meer Schillebeeckx en Halkes spraken. Er kwamen zo’n tienduizend mensen op af. “Een meesterzet om dat zo te organiseren”, zegt Van Hooydonk. Hieruit ontstond de Acht Mei Beweging, een koepel van meer dan honderd katholieke organisaties die de kerk wilden vernieuwen. De Bazuin werd de spreekbuis van deze beweging, het lezersaantal verdubbelde. Van Hooydonk werd perschef van de beweging.

Zo kwam het dat hij een aantal keer aanschoof bij gesprekken tussen de Nederlandse bisschoppen en het bestuur van de Acht Mei Beweging, in het aartsbisschoppelijk paleis in Utrecht. “Dat was ongelofelijk!”, herinnert Van Hooydonk zich. “Daar zat kardinaal Simonis als voorzitter aan tafel, met een grote pot pijptabak merk Voortrekkers voor zich. Zo symbolisch.” De bisschoppen en de vernieuwers stonden lijnrecht tegenover elkaar, of het om kleine of grote dingen ging. Zo kwam het ‘onacceptabele’ tafelgebed ter sprake, dat op 8 mei op het Malieveld was gezongen: Gij die weet, van Huub Oosterhuis, met daarin de zin: ‘In hem zou uw genade zijn verschenen, uw mildheid en uw trouw.’ Van Hooydonk: “Dan zei een bisschop helemaal gepikeerd en met een rood hoofd: Zou? Er staat nota bene zou! U gelooft dat dus niet!”

Na drie gesprekken werd een communiqué opgesteld, waarin de conclusie luidde: voorzetting van de gesprekken is ‘momenteel onvruchtbaar’. Het werd een gevleugelde uitdrukking, en onder diezelfde titel schreef Van Hooydonk voor De Bazuin de bekende kronieken over hoe die verhouding tussen de beweging en de bisschoppen zich ontwikkelde. “Het was een spannende tijd”, zegt Van Hooydonk. Maar hij noemt het grote verschil “tussen hoe ik het toen beleefde en hoe ik er nu op terugkijk”.

“Destijds dachten we: dit is het begin van een nieuw tijdperk. We dachten dat wij eindelijk die kerk ter hand gingen nemen, die bisschoppen konden hoog en laag springen. Achteraf was dit het einde van het verzuilde krachtig georganiseerde katholicisme, dat nog eenmaal opflakkerde.” Daarna zakte het in, concludeert Van Hooydonk. “Al die organisaties bestaan niet meer of voeren de ‘K’ niet meer in de naam. De kerk is vergrijsd. De mensen die zich interesseren in zingeving en spiritualiteit, beleven dat vaak individueel.”

Communitarist
Persoonlijk is Van Hooydonk zijn geloof wel altijd in gemeenschappen blijven beleven. Na zijn tijd in het Albertinum, woonde hij nog in verschillende andere dominicaanse leefgemeenschappen. In 1999 legde hij een gelofte af als lekendominicaan, en beloofde hij om te leven ‘in de geest van de orde’. In Nederland zijn er zestig van die lekendominicanen, zijn vriend Gerard van Etten zit in het bestuur van de gemeenschap. “Het is mijn spirituele familie”, zegt Van Hooydonk.

De nadruk op het belang van de gemeenschap hoort bij Van Hooydonk. Lezers van Volzin zullen het weten. “Ik ben een communitarist. Ik verwerp het liberale denken: dat we alles benaderen vanuit het belang van het individu. Een mens is een gemeenschapswezen, en de mens gaat het goed als het ons als gemeenschap goed gaat. Neem nu iemand als Wopke Hoekstra die in de EU het Nederlands economisch belang zit te verdedigen. Griekenland, Spanje en Italië krijgen al die vluchtelingen over zich heen, en wij steken geen poot naar ze uit. Dat irriteert me mateloos. Het wordt tijd voor solidariteit met al die landen.”

Vlamt daar toch wat activisme op uit de tijd van de Acht Mei Beweging? “Nee hoor”, zegt Van Hooydonk. “Ik ben nooit echt een activist geweest, meer een beschouwer. Mijn barricade is mijn werk te doen: schrijven en verkondigen.” Die barricades van vroeger stonden zelfs zijn geloof wel eens in de weg. “Vroeger ging het altijd over wat je moest doen als christen. In mijn studententijd en toen ik begon bij De Bazuin draaide het om de ‘God van de Actie’. Dat was een God die zei dat ik moest doen, en wat ik in politiek opzicht moest denken. Nu denk ik eerder: God zegt dat ik er mag zijn.”

Hij vertelt over het bijbelse gebod ‘Heb uw naaste lief als uzelf’. Veel mensen leggen dat niet goed uit, volgens hem. “Ze zeggen: zoals ik van mezelf hou – en ik hou heel veel van mezelf – moet ik van de ander houden. Volgens mij is het meer zoals de joodse filosoof Martin Buber zegt: bemin je naaste, hij (of zij) is als jij. Er zijn dus niet twee soorten mensen. Je bent niets beter dan de ander. Zoals ik er mag zijn, mag de ander er ook zijn.”

Aan het eind van dit gesprek komen we nog te spreken over een andere gedachte, waar Van Hooydonk steeds meer aan is gaan hechten in de christelijke spiritualiteit: het idee van voortgaande openbaring en incarnatie. Het zegt veel over de manier waarop hij naar het leven kijkt. Hij noemt de beroemde uitspraak, die aan verschillende mensen wordt toegeschreven: wat zou het ertoe doen als Jezus eenmaal is geboren in die stal in Bethlehem, als hij niet opnieuw in mij, in ons, geboren werd? “Het is niet zo dat de Bijbel al is afgesloten”, zegt hij. “Het vijfde Evangelie schrijven we samen. God is mens geworden, en dat gebeurt in ieder van ons nog steeds. God is niet weg, die was er toen, en die is er morgen. Het verhaal van het Evangelie voltrekt zich nog steeds.” •

Paspoort
Jan van Hooydonk (Achtmaal, 1954) is religiejournalist en redacteur van Volzin. Hij gaat op 7 juni 2020 met pensioen.

  • Studeerde politicologie in Nijmegen en theologie aan de Katholieke Theologische Hogeschool in Utrecht.
  • Werd in 1981 redacteur van het katholieke tijdschrift De Bazuin, later hoofdredacteur.
  • Was van 1985-1990 perschef van de vernieuwingsgezinde Acht Mei Beweging.
  • Werd hoofdredacteur van het tijdschrift Volzin in 2002, toen De Bazuin samenging met het tijdschrift Hervormd Nederland.
  • Auteur en redacteur van Grensgangers (Kok, 1997) en Jezus, de enige ware? (Meinema, 2009).
  • Medeoprichter van het Werkverband van Katholieke Homo-Pastores.
  • Medeoprichter van de Dominicaanse Lekengemeenschap Nederland en een van de ruim zestig leden.
  • Lid van het Oecumenisch Citypastoraat Nijmegen, waar hij regelmatig voorgaat.

Jan van Hooydonk heeft een partner en woont in Nijmegen.