‘Ik volg gewoon wat God mij influistert’

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“Zich verplaatsen in anderen blijkt voor bepaalde mensen heel lastig te zijn. Ze kunnen het gewoon niet. Want ze maken niet iedere dag mee wat ik meemaak.” Ntjam Rosie over muziek, religie, racisme en Winnie Mandela.

Zangeres Ntjam Rosie (36) kwam op haar negende vanuit Kameroen naar Nederland. Ze studeerde met vlag en wimpel af aan het Rotterdams conservatorium. Haar muziek is een spirituele mix van soul, jazz, pop en Afro-funk. Momenteel toert Ntjam Rosie door het land met haar nieuwe album Family & Friends. Ook speelt zij samen met acht andere zwarte vrouwen in Dear Winnie, de controversiële en confronterende voorstelling over Winnie Mandela van het Noord Nederlands Theater.

In 2015 maakte je het album The One. Met die titel doelde je op God. Het muzikantenwereldje is vaak niet zo kerkelijk. Hoe reageerden je muzikanten toen ze merkten dat het een religieuze plaat was?
Muzikanten zijn heel vrij. Ze vinden alles prima als de muziek goed is. Maakt niet uit waar je over zingt. Ik zong af en toe wel over Jezus, maar het was ook weer niet zo expliciet. De EO-mensen hapten natuurlijk wel toe en hoopten dat ik heel erg op een EO-achtige toer zou gaan, maar ik volg gewoon wat God mij influistert. Had ik gevoeld dat ik een ouderwetse gospelplaat moest maken, dan had ik dat gedaan. Maar dat is niet wie ik ben. The One is hoe ik mijn geloof en mijn liefde voor God wilde uiten. Ik was daar zo mee bezig. Ik wilde een soort thuiskomstplaat maken. Een plaat van dankbaarheid. Het gevoel dat je weet alles klopt. Dat was The One voor mij. Maar mijn man en mijn kind zijn ook ‘the one’ voor mij. Ik was thuis, spiritueel. De critici snapten het, de recensies waren goed, niets dan lof. Het is, al zeg ik het zelf, ook een hele goede plaat. Maar meer nog is het een hele ware plaat. Dit is echt mijn waarheid.”

Je laten leiden door God, zoals jij dat noemt, gaat dat vanzelf?
“Ja, het gaat vanzelf. Maar iedereen heeft demonen in zich, van die stemmetjes waar je tegen moet vechten. Ik natuurlijk ook. Bij mij is dat het perfectionisme. Altijd mensen willen pleasen. Een beetje workaholic zijn. Al die dingen die je zo ambitieus maken. Die zorgen dat je ergens komt op de carrièreladder. Mijn spirituele ik weet het allemaal wel. Maar mijn vleselijke ik, de gewone Rosie, weet dat niet altijd. Mijn stem en die van God zijn het niet altijd met elkaar eens. Je moet er hard aan blijven werken. Je spirituele ik iets minder aandacht geven heeft hetzelfde effect als wanneer je minder gaat sporten of slecht eet. Dat voel je meteen aan je lijf. Zo zie ik mijn spirituele leven ook. Als een relatie. Daarom ben ik ook heel veel in gesprek met God.’

Je bent lid van een pinkstergemeente.
“Ja, hier in Rotterdam. Ik probeer mijn manier van dingen zien overal toe te passen. Dus in de kerk of in mijn werk of thuis. Ik vind vrijheid heel belangrijk. Bij bepaalde preken denk ik: ik weet niet zo goed of ik mij hierin kan vinden. Bijvoorbeeld dat je getrouwd moet zijn, geen seks mag hebben voor het huwelijk. Ik koos er zelf voor om me aan die regel te houden, omdat ik voelde dat dit mijn leven zou verrijken. Maar ik heb nooit gedacht dat God minder van mij zou houden als ik dat niet had gedaan. Ik kan ook makkelijk twee maanden niet naar de kerk gaan, omdat ik dan gewoon andere prioriteiten heb, werk bijvoorbeeld. Sommige mensen, die echt kerkelijk zijn, vinden dat heel erg. Maar ik heb een heel vrije manier van mijn geloof beleven. Voor mijzelf en voor anderen.
Als iemand niet getrouwd is … come on … het idee van God is voor mij zo veel groter dan dat. Doctrine is belangrijk in de kerk. Net als in de maatschappij, die heeft ook wetten nodig. Maar je moet ervoor waken om de doctrine boven het spirituele te stellen. Ik voel dat ik vrij ben in mijn gemeente. Ik heb een christelijke achtergrond, mijn oma was protestant en mijn opa katholiek. Pas op latere leeftijd ben ik zelf gaan inzien dat de mystieke kant van het geloof mij aantrok. De aandacht daarvoor vond ik bij de pinkstergemeente. Maar het is zo persoonlijk. Ik zag laatst op de tv een jonge moslim, die zijn geloof net zo ervoer. Hij zei: ik heb veel meer een persoonlijke band met God. Toen dacht ik: dat is grappig. Hij is moslim en hij voelt precies hetzelfde als ik.
Voor mij is vooral de spiritualiteit, Gods heilige Geest, belangrijk. God staat boven alles. Tegelijkertijd vind ik het ook erg fijn om houvast te hebben aan de kerk, waar mensen weten wie ik ben en wie mijn man is. En dat ik, als er iets mis met me is, kan vragen: willen jullie met mij mee bidden? Dat familieaspect vind ik heel prettig. We leven in een samenleving waarin we elkaar niet langer dan twee seconden aankijken. Dat is niet gezond. In die zin vind ik doctrine tot op een bepaalde hoogte juist heel fijn. Om samen de Bijbel te lezen, om te weten waar je het over hebt, als je de discussie aangaat over wat christen-zijn inhoudt.”

Net als het geloof is muziek iets niet-rationeels dat mensen samenbrengt.
Ja, dat is waarom ik zing en niet iets anders ben gaan doen. Ik heb ook een hbo-diploma. Ik ben een goede verkoper, ik kan van alles en nog wat. Maar dít is mijn roeping. Wanneer ik zing en schrijf weet ik: dit gaat iets teweeg brengen, dit kan iemand naar een ander level van bewustzijn brengen. Dat is de kracht en de macht van muziek.” →

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.