‘Ik ben altijd op zoek naar echtheid’

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Muzikant Ziya Ertekin, beter bekend als DJ Blue Flamingo, is gedoopt én besneden. Zijn vader is Turks, zijn moeder Nederlands. “Als kind van twee culturen kom je er al vroeg achter dat er niet één waarheid is. Dat vind ik het mooiste geschenk dat je als mens kunt krijgen.”

Tekst: Tom Engelshoven Beeld: Titia Hahne

Ziya Ertekin (50) is geboren in Oss. Hij woont in Rotterdam. Van zijn hobby, 78 toerenplaatjes verzamelen uit het previnyltijdperk, maakte hij zijn werk. Onder de naam DJ Blue Flamingo draait hij deze vaak unieke platen, door hem bijeen gesprokkeld van overal ter wereld, in feestzalen, clubs en festivals, onder andere op Lowland, North Sea Jazz en Roskilde. Als DJ Blue Flamingo bracht hij drie onweerstaanbaar dansbare en kleurrijke verzamelalbums uit. Binnenkort zullen we hem ook horen als uitvoerend muzikant. Dan verschijnt zijn vierde album. Met daarop door hemzelf geschreven, gearrangeerd en geproduceerd materiaal. Noem Ziya gerust een muzikaal ontdekkingsreiziger. Hij maakte muzikale reizen naar onder meer Afrika (Mali, Burkina Faso), de Verenigde Staten (New Orleans, New York) en Azië (onder andere Sri Lanka en Borneo), knooppunten van diverse (muziek)culturen. “In feite ging ik op zoek naar mezelf, met muziek als excuus. Maar ik wil ook de mensen en hun muziek daar snappen. Als ik op Borneo hoor dat de mensen daar al generaties lang koppensnellers zijn, dan heb ik daar geen oordeel over. Als ik daar was geboren, zou ik waarschijnlijk ook zo zijn. Vaak maakt hun omgeving muzikanten dat ze zijn zoals ze zijn. Sinds ik naast de hut van Muddy Waters heb gestaan, klinkt bijvoorbeeld de blues voor mij nooit meer hetzelfde. Kijkend over die modderige vlakte bij de Mississippi, met je schoenen onder de blubber, begrijp je die muziek ineens helemaal. Met muziek, kan uitgedrukt worden wat niet in woorden te vatten is.”

Jij bent gedoopt én besneden.

“Ik zeg altijd: na de dood kom ik overal binnen. Of nergens. Dat is voor mij dus nog even afwachten. Als kind van twee culturen kom je er al vroeg achter dat er niet één waarheid is. Dat vind ik het mooiste geschenk dat je als mens kunt krijgen: dat je niet gekaderd wordt geboren. Als er niet één waarheid is, dan is er alleen nog maar vrijheid. Je moet wel een bepaalde inborst hebben. Voor veel kinderen uit twee culturen is het juist verwarrend, die hebben het gevoel dat ze moeten kiezen. Ik niet. Voor iemand zoals ik had het niet beter kunnen zijn. Ik heb er de ultieme vrijheid in gevonden. Maar dat zit in me. Heel diep.”

Ging je vroeger wel naar de moskee?
“Ook dat heb ik onderzocht. Ik heb alles onderzocht. Ik heb me ook in het boeddhisme verdiept. Tot groot afgrijzen van mijn vader volgde ik Arabische les in de moskee. Mijn vader was nogal seculier. Hij vond het maar helemaal niks, dat ik bij die mensen ging zitten. Mijn vader was een van de allereerste Turken in Nederland. Hij kwam niet als gastarbeider. Hij stamt uit een gegoede familie in Turkije en wilde graag Amerika zien. Hij was dol op Humphrey Bogart-films. Hij was net zo’n romanticus als ik. Hij deed Nederland aan om vanuit Rotterdam naar Amerika te vertrekken. Onderweg had hij baantjes om geld te verdienen. Zo kreeg hij een klusje in Oss waar hij mijn moeder is tegengekomen. Mijn vader was echt een vrijdenker. Daar heb ik het erg mee getroffen.”

Je hebt er voor gekozen om als een dandy door het leven te gaan.

“Daarmee vier ik mijn vrijheid. Ik ben ook afgestudeerd als modeontwerper aan de kunstacademie. Ook in mijn kleding pak ik overal dingen vandaan die mij aanspreken. Dat smeed ik tot een nieuw geheel dat bij mij past. Dat is heel persoonlijk. Zoals ik mij kleed, zal je niet in de bladen zien staan. Maar naarmate je ouder wordt, wordt kledingkeuze net zoiets als de keuze om vriendelijk te zijn. Op jongere leeftijd kan dat een uiting zijn van onzekerheid of de behoefte om aardig gevonden te worden. Maar als je gepokt en gemazeld bent door het leven en klappen hebt gekregen, wordt het een bewuste keuze. Daarom heb ik zo’n bewondering voor mensen die tot op het bot geleefd hebben, maar die hun vriendelijkheid nooit kwijtgeraakt zijn. Ze kiezen daarvoor. Daar sta je mee op. Misschien lijkt het voor mensen die mij niet goed kennen alsof de buitenkant voor mij heel belangrijk is, maar ik ben altijd op zoek naar authenticiteit en naar echtheid.”

De laatste jaren zijn je dierbare familieleden ontvallen. Tegelijkertijd heb je een kind gekregen. Zie je kunst, muziek en stilering als antwoord op de grote levensvragen?

Ik heb in een achtbaan gezeten. Mijn vader en mijn zus overleden en ik werd zelf vader. De dood klopte kort achter elkaar twee keer op de deur. Diep verdriet, terwijl ik vrijwel tegelijkertijd thuis het meest intense geluk vond wat je maar kunt voelen. Je weet hoe het is als er een kind wordt geboren. Mijn hele leven was altijd naar buiten gekeerd geweest. Ik reisde de hele wereld over naar de grootste uithoeken. Dan krijg je een kind en in één keer implodeert alles naar microniveau. Een van de meest maffe, wonderbaarlijke reizen, die ik ooit heb gemaakt: binnen mijn eigen microkosmos. Soms was mijn enige uitje in een week tijd een wandeling naar het winkelcentrum een paar honderd meter verderop. Daar ging ik dan in het cafetaria zitten met mijn kleine meisje. En ik vond dat bijzonder fascinerend! Deze gebeurtenissen hebben mij geholpen om wat eerst voor mijzelf nog ongrijpbaar was, tastbaar te maken. Ik ben er anders uit gekomen: gehamerd en gestaald.

Er zijn mij dingen duidelijker geworden en daar heb ik de vruchten van geplukt. Ik was altijd al muzikant en ben eigenlijk bij toeval dj geworden. Tijdens mijn studietijd verzamelde ik als hobby 78 toerenplaten en die ging ik draaien op Theaterfestival De Boulevard en De Parade. Mede door de verzamelalbums die ik uitbracht, kreeg mijn dj-carrière de overhand. Maar voornoemde ingrijpende gebeurtenissen leerden mij dat sommige emoties nu eenmaal niet passen door het gaatje van een plaatje. Toen ben ik zelf weer muziek gaan schrijven. Dat bleef maar opwellen. Het bleef maar komen. Binnen een half jaar had ik ruim zestig nummers geschreven. Ik zat in mijn studio te componeren, vanuit mijn diepste gevoel. Dat had ik al die tijd gemist. Ik was vergeten hoe dat was. Mijn studio was de mooiste, de allerfijnste plek. Waar voor mij alles klopt. Waar alles samenkomt. Waar ik in trance ben en ontvang. Dat gebeurt er dus als je je verstand uitzet.

Muziek maken die drijft op je ziel, zonder dat het verstand ertussen zit, dát is voor mij de ultieme bevrijding. Ik ben een discipel van Apollo. Apollo is de meest wrede God die er is. Hij laat zijn meest trouwe volgelingen een blik werpen op de hemel, om ze vervolgens hier terug op aarde te laten spartelen. Componerend in de studio mag ik kijken en voelen hoe het is in de hemel. Vervolgens word ik teruggeworpen in deze wereld, waarvan iedereen met enig verstand en analytisch vermogen weet dat die ondragelijk is. Zeker in dit tijdperk, dat volgens mij echt op zijn einde loopt. Dat maakt het leven nu ook ontzettend spannend. Er gaan dingen veranderen. Misschien ontstaat er een maatschappij waarin mensen zoals ik zich iets prettiger zullen voelen.”

Waarom loopt dit tijdperk op zijn einde?

“Ik ben als dj altijd onder de mensen. Wat dj’s eigenlijk doen is mensen laten dansen in dezelfde cadans. Dat is vandaag de dag moeilijker dan vroeger, merk ik. Als ik vijf jaar geleden op een feest draaide, kwamen mensen handenwrijvend binnen, want ze hadden er gewoon zin in. Nu merk ik aan feesten waar ik draai, hoe overspannen de samenleving is. Ik maak zo vaak mee dat een kwart van de mensen de gastheer met al z’n eten laten zitten, of pas een half uur van tevoren afbelt, omdat hun hoofd er niet naar staat of gewoon te vol zit.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.