'Het moment kent geen voor en na'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Moeten we opgaan in het nu of leven voor later? Volgens de Vlaamse auteur Tom Hannes kunnen vergankelijkheid en eeuwigheid niet door één deur. Hannes beveelt mensen aan om de ‘flinterdunheid’ van hun bestaan te omhelzen. Hannes’ ‘filosofie van de oppervlakkigheid’ graaft volgens Michel Dijkstra niet diep genoeg.

Tekst: Michel Dijkstra

Hoe moet je in het ‘nu’ leven? De Bijbel maakt het ons niet gemakkelijk. Enerzijds tref je passages aan die stellen dat het ware leven zich niet op dit moment afspeelt, zoals de beroemde uitspraak van Paulus: “Want nu zien wij nog in een spiegel, als in een raadsel, maar straks van aangezicht tot aangezicht.” Anderzijds stelt de Bijbel dat het koninkrijk Gods reeds midden onder ons is. ‘Straks’ of ‘nu’: waar ligt eigenlijk het zwaartepunt van het menselijk bestaan? En is het mogelijk om helemaal open in het heden te staan zonder de toekomst te vergeten?

Gevaarlijke onderneming
De Vlaamse theatermaker en coach Tom Hannes biedt een zenboeddhistische en tegelijkertijd hoogstpersoonlijke visie op dit probleem. In zijn vuistdikke boek Leven in het nu karakteriseert hij alle ideeën die ons uit het huidige moment sleuren als ‘dieptedenken’. Hij stelt dat het zoeken naar een diepzinnige waarheid een gevaarlijke onderneming is, omdat we dan het bestaan niet meer zien zoals het zich hier en nu aan ons voordoet. Om deze valkuil te ontwijken, pleit Hannes voor een filosofie van de ‘oppervlakkigheid’ of ‘flinterdunheid van het leven’. Een frase die overigens herinnert aan Milan Kundera’s bestseller De ondraaglijke lichtheid van het bestaan. De Tsjechische schrijver zet zich af tegen alle ‘zwaarte’ en stelt dat je moet leven voor ‘momentane schoonheid’. Een diepere grond valt er in het bestaan niet te ontdekken.

Wie zich volgens Hannes overgeeft aan een zoektocht naar diepte, loopt het gevaar om dit fenomeen te verabsoluteren. Zo iemand is niet open voor het leven van alledag maar zoekt naar een verheven essentie die hij hoogstwaarschijnlijk nooit vindt. In plaats van blij te zijn met zijn huidige bestaan, verwacht hij een Groots en Meeslepend Geluk in de toekomst. Hij staat zichzelf in de weg. Zo kan het verlangen naar het koninkrijk Gods of naar ‘het zien van aangezicht tot aangezicht’ juist het contact met het volle leven in de weg staan. In hoeverre kun je het aangezicht zien van de persoon die hier en nu tegenover je zit of genieten van de schoonheid van de natuur als je in gedachten bij de toekomst zweeft?

Geen voor en na
Hannes vult zijn remedie tegen dieptedenken, namelijk een omarmen van de ‘flinterdunheid van het bestaan’, primair in met het boeddhistische leerstuk van de vergankelijkheid: “Elk verschijnsel komt op uit een wolk van oorzaken, verandert en lost op in een wolk van omstandigheden.” Er is niets dat blijft. Zo’n visie blijkt ook uit beroemde, puntige zengedichten zoals dat van de achttiende-eeuwse Ryokan: Vallend herfstblad/ laat de binnenkant zien/ laat de buitenkant zien. Wie zich openstelt voor dit momentane karakter van alle dingen, staat helder en alert in het nu: een houding die eindeloos geoefend kan worden in zenmeditatie. Deze zenboeddhistische visie vormt een fel contrast met christelijke opvattingen die juist uitgaan van de eeuwigheid en de Eeuwige. Dit lijkt een impasse voor de zoekende mens: vergankelijkheid en eeuwigheid kunnen niet door één deur.

Ik denk echter dat er wel degelijk een uitweg uit deze toestand bestaat, namelijk via een, door Hannes wat al te gemakkelijk afgeserveerde, mystieke waardering van het moment. Als je bijvoorbeeld in de achtertuin zit en aandachtig naar de zon op de berkenstammen kijkt, kun je hier helemaal in opgaan. Naderhand weet je niet meer hoe lang je precies hebt gekeken. Maar hoe lang of hoe kort deze tijdspanne ook was, hij duurde precies lang genoeg. Dat komt omdat de tijd in het moment zelf wegvalt. Tijd en eeuwigheid komen samen. In de zenboeddhistische canon heet dit: ‘Het moment kent geen voor en na’. Een uitspraak die wellicht haaks staat op onze gangbare lineaire tijdsopvatting, maar die ontsproten is uit de concrete beleving van het hier en nu, al dan niet in meditatieve toestand.

Bord soep
Een denker uit de christelijke traditie die een dergelijke visie op tijd en eeuwigheid uitdraagt, is de dertiende-eeuwse mysticus Meister Eckhart. In een van zijn vroege werken heeft hij het over een gelovige die net als Paulus in extase verkeert en in een van de hemelringen wordt opgenomen. Op zo’n moment ben je dicht bij het koninkrijk Gods. Eckhart stelt echter dat de mens “zo’n jubeltoestand moet loslaten om uit liefde iets beters te doen en een liefdedaad te verrichten waar daaraan behoefte is, geestelijk of lichamelijk”. Als je bijvoorbeeld een zieke kent die behoefte heeft aan een dampend bord soep, dan moet je jouw extase verlaten, “door liefde gedreven tot jezelf terugkeren en de behoeftige met nog grotere liefde verzorgen”. Hieruit blijkt het grote belang dat Eckhart hecht aan het concrete hier en nu waarin je de naaste kunt bijstaan. In zekere zin zorg je er zo voor dat het koninkrijk Gods op dit moment aanwezig is.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.