Het licht niet vangen, maar betrappen

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Claude Monet (1840-1926) geldt als de vader van het impressionisme. Als schilder volgt hij rusteloos het alles omvattende maar ook altijd beweeglijke licht. Zijn werk verwijst naar de rusteloze stroom van de tijd en de geschiedenis, die eind negentiende eeuw in een versnelling raakt.

Tekst: Eric Corsius

Op 5 december 1926 sterft op zesentachtigjarige leeftijd de Franse schilder Claude Monet. Hij kan terugkijken op een bewogen, maar geslaagd leven en een schitterende loopbaan. Zijn leven heeft hoogte- en dieptepunten gekend, maar hij sterft als een gerespecteerd en gefortuneerd man in zijn royale landhuis in Giverny, omgeven door de tuinen en lelievijvers die hij zelf heeft ontworpen. Hij heeft een omvangrijk oeuvre achtergelaten en heeft vrienden en opdrachtgevers op het hoogste niveau.

Niettemin is er ook een schaduwzijde. De roem van Monet is tanende. Hij is altijd zichzelf gebleven en trouw aan zijn principes. Wat echter niet hetzelfde is gebleven, zijn de opvattingen over kunst en de smaak van het publiek. Monet is reeds een oude man, als de Europese kunst grote revoluties doormaakt en als de Eerste Wereldoorlog de wereld op zijn kop zet – twee zaken die deels ook met elkaar samenhangen. De nieuwe bewegingen en stromingen in de kunst – vooral het heftige expressionisme en de koele abstractie – zijn niet aan de ‘impressionist’ Monet besteed. Tijdgenoten beschouwen de bejaarde natuurschilder uit Giverny dan ook als achterhaald of, voor zover hij aan het experimenteren slaat, als een beetje gek.

Geuzennaam
Dat was ooit anders. Het is Monet die het woord ‘impressionisme’ de wereld in heeft geholpen, waarmee de kunststroming wordt aangeduid, die de laatste decennia van de negentiende eeuw domineert. In 1874 houden Monet en een aantal geestverwanten namelijk een alternatieve tentoonstelling in Parijs. Tot dan toe lukte het hun niet, om in de gevestigde orde van de kunst door te breken. Daarom nemen zij het heft in eigen handen. Op de tentoonstelling is onder andere een werk van Monet uit 1872 te zien. Impressie – Zonsopgang. Daarop is niet meer te zien dan de verstilde haven van Le Havre, die goeddeels nog is gehuld in de ochtendnevels. Sarcastische recensenten, die geen raad weten met de nieuwe beeld- en vormentaal, spreken over ‘impressionisten’. Niet veel later nemen de jonge kunstenaars deze aanduiding over als een geuzennaam. Een van de beroemdste kunststromingen is geboren –  en gedoopt!

Met zijn Impressie heeft Monet definitief zijn eigen stijl en methode gevonden. Daarop zal hij blijven voortborduren tot het eind van zijn leven, als hij onder andere ook het schilderij Blauweregen maakt. Dit werk hoort sinds 1961 tot de collectie van het Haagse Gemeentemuseum en vormt het middelpunt van de tentoonstelling die daar vanaf 12 oktober te zien is onder de titel Monet – Tuinen van Verbeelding. Dankbaar maakt het museum gebruik van de populariteit van Monet, die een trekpleister en publiekslieveling is. Dat laatste is overigens ook een risico gebleken. Tot de jaren vijftig was Monet min of meer vergeten, doordat men hem niet op waarde schatte en unieke aspecten van zijn werk over het hoofd zag. Na zijn ‘herontdekking’ zijn er echter andere vertekeningen en eenzijdigheden geslopen in de waardering van zijn werk.

In beweging
Voor velen is met de naam Monet het imago van een natuurschilder verbonden. Dat is uiteraard niet helemaal onbegrijpelijk. Na zijn intrek in zijn landhuis in Giverny in 1883, legt Monet zich meer dan eerst toe op het schilderen van de zee en de natuur. In zijn laatste levensjaren stort hij zich zelfs als een bezetene op het weergeven van zijn tuin. De vele waterleliewerken zijn daarvan een voorbeeld, maar ook de Blauweregen die centraal staat in de Haagse tentoonstelling. Een ander voorbeeld zijn Monets weergaven van de beroemde ‘olifantkliffen’ bij Etretat, in zijn geliefde Normandië.

Toch is Monet nooit een natuurschilder geweest in de romantische zin van het woord. Uiteraard trekt hij er graag op uit om in de openlucht te schilderen, iets wat in zijn tijd door nieuwe technieken voor het eerst mogelijk is. Maar hij zoekt daarbij evengoed de stad op als het platteland of de natuur. Hij heeft een zekere voorkeur voor het cultuurlandschap of het overgangsgebied tussen natuur en civilisatie. Terwijl de romantische generaties voor hem nog graag teruggingen naar de ‘ongerepte’ natuur, zoekt Monet juist de plekken op waar stad en land op elkaar botsen, waar de moderniteit binnendringt in het landschap.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.


De expositie Monet – Tuinen van verbeelding is van 12 oktober 2019 tot en met 2 februari 2020 te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag (www.gemeentemuseum.nl).