Geloven in brexit

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Joost Röselaers maakte als predikant in Londen de aanloop naar de brexit van zeer nabij mee. Hij stelt vast: Europa was voor de Britten een keuze vanuit het verstand maar nooit vanuit het gevoel. Hoe nu verder? “Het verdedigen van het kosmopolitisch ideaal is een heilige opdracht, dwars door alle weerstand en tegen het tijdsbeeld in.”

Aartsbisschop Welby en premier May.

Tekst: Joost Röselaers – Beeld: Hollandse Hoogte

De naderende brexit laat ook geloofsgemeenschappen in Engeland niet onverschillig. Hoe zou het anders kunnen, brexit is al twee jaren lang het onderwerp van gesprek op het eiland. Het is ook een onderwerp dat soms beter gemeden kan worden. Een dagblad gaf in december een aantal tips voor een geslaagd kerstdiner. Bovenaan stond: ‘don’t mention Brexit!’. Brexit heeft families gespleten, ook politieke families, verenigingen en geloofsgemeenschappen. Ook de kerk heeft zich met dit cruciale onderwerp beziggehouden, de Church of England met name, en uiteindelijk besloot deze kerk om stelling te nemen. Of dat verstandig is? Brexit is meer dan zomaar een politiek besluit. Het raakt aan de wezenlijke vraag naar identiteit, een vraag die ten diepste ook spiritueel is. De kerk kan dan niet afzijdig blijven. Voor mijn eigen identiteit was de keuze voor brexit tenslotte een buitengewoon teleurstellende. Ik heb in de jaren dat ik als predikant in Londen werkte, iets van een kosmopolitische identiteit ervaren. Dat lijkt nu allemaal heel ver weg. En toch houden we de moed erin.

Anglicaanse kerk

Ik richt mij nu voornamelijk op de anglicaanse kerk. De Church of England is niet alleen de grootste kerk van het Verenigd Koninkrijk, maar ook de staatskerk. Dat maakt haar positie bijzonder interessant. Een groot aantal bisschoppen maakt deel uit van het Hogerhuis (de ‘Lords spiritual’). De aartsbisschop van Canterbury, hoofd van de kerk, speelt een prominente rol in de Britse samenleving. Hij is in zijn positie een naaste adviseur van het staatshoofd, koningin Elizabeth. Maar ook in het dagelijkse leven speelt deze kerk een centrale rol in de samenleving. In onze tijd in het Verenigd Koninkrijk woonden wij in een dorpje net buiten Londen. In het hart van het dorp, naast de pub, was de anglicaanse kerk. Dit kerkgebouw was de plek van ontmoeting voor het dorp. En zeker niet alleen op zondagochtend. De kerk organiseerde ook activiteiten voor bijvoorbeeld vaders van jonge kinderen. In december was er in de aanloop naar kerst elke dag wel iets te doen in de kerk. De anglicaanse priester speelde een zeer gewaardeerde en verbindende rol in de gemeenschap. Zij was er altijd bij, herkenbaar aan haar dog collar, haar priesterboord. Zij opende de kermis, leidde de herdenking van de Eerste Wereldoorlog en adviseerde regelmatig de burgemeester. En het maakte ten slotte niet uit of je lid was van de kerk of niet. Sterker, je kunt helemaal geen lid worden van de anglicaanse kerk. Want iedereen hoort erbij. En je mag altijd een beroep doen op de kerk. Dat was een bevrijdend gegeven, je bent er als kerk vol overtuiging voor de brede samenleving – kerkelijk of niet.
Welnu, wat moet zo’n instituut, dat nog steeds op brede waardering kan rekenen en waar een groot draagvlak voor is, met een splijtzwam als de brexit? Het was geen optie om afzijdig te blijven. Daarvoor is de impact eenvoudigweg te groot op het leven van talloze mensen eenvoudigweg te groot.

Priesterlijke toon

Aartsbisschop Justin Welby nam de uitdaging aan. Van hem is al langer bekend dat hij hartstochtelijk tegen een brexit is, maar hij liet zich daar in het openbaar niet uitgebreid over uit. Hij koos voor een andere rol, die wat mij betreft zeer passend is bij zijn functie en bij de taak van de kerk. Welby publiceerde vorig jaar een voortreffelijk boek, Reimagining Britain – foundation of hope. Hij biedt daarin perspectief voor een nieuw begin. Het post-brexittijdperk vergelijkt hij met 1945. Ook toen moest er gewerkt worden aan een nieuw fundament voor de Britse identiteit, na een gebeurtenis die het land op zijn grondvesten deed schudden. Reimagining vind ik een prachtig woord: ‘opnieuw verbeelden’. Welk beeld maken wij ons van onszelf en van onze toekomst? En welke verhalen horen daarbij, om die beelden te benadrukken?
Welby slaat in zijn boek een haast priesterlijke toon aan. “Ik geloof”, zo schrijft hij, “dat de waarden die we in ons christelijke erfgoed vinden – compassie, edelmoedigheid en solidariteit, om er enkele te noemen – een bron van hoop en wijsheid bevatten voor Groot-Brittannië in de 21-ste eeuw, eens te meer nu we terecht het feit omhelzen dat we een multireligieuze en multiculturele samenleving zijn geworden.” Met woorden als deze neemt Welby het Britse volk aan de hand en wijst hij zijn landgenoten op een mogelijk nieuwe toekomst: Nee, niet alles is verloren! Er is genoeg om onze identiteit op te bouwen.
In een postseculiere samenleving die ook het Verenigd Koninkrijk aan het worden is , neemt Welby het op voor de christelijke traditie en de bijbelse verhalen. Hij doet dat met een zelfverzekerdheid die wij in Nederland verleerd zijn. Hij eist als hoeder van de kerk zijn (wezenlijke) deel van het fundament van de Britse samenleving op. De bijbelse verhalen bieden volgens hem perspectief op een sociale samenleving die leeft uit de hoop. Brexit mag dan een keuze zijn voor isolement, dat betekent niet dat het land al zijn wortels achter zich laat en definitief en volop kiest voor een neoliberale toekomstvisie, zo waarschuwt hij. “Volgeling van Jezus Christus zijn heeft ons altijd ten diepste geconfronteerd met de vraag hoe wij andere mensen behandelen en hoe wij als persoon, gezinnen en gemeenschappen leven. Wij staan niet buiten de wereld. Ons de wereld niet aantrekken is geen optie omdat God is wie Hij is.”
In tijden van onzekerheid bood Welby met deze publicatie hoop. Zijn boek werd in de media en in de kerk lovend ontvangen.

Morele nederlaag

De afgelopen weken werd het (nog) spannender rond de brexit en dat deed Justin Welby besluiten om over deze kwestie uit de kast te komen. Hij kwam meerdere malen met verklaringen die duidelijk stelling namen tegen de brexit. En dan vooral tegen de dreiging van een no deal-brexit. Als het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie het niet eens worden over hoe de brexit eruit moet zien, verlaat het land eind deze maand zonder afspraken de Unie. Men verwacht dan een groot chaos die zonder twijfel grote invloed zal hebben op het dagelijkse leven van de Britten. Welby waarschuwde ervoor dat een ‘no deal’ met name de armen en kwetsbaren zal treffen. Een no-deal zou volgens hem niet alleen een politieke en praktische nederlaag betekenen, maar ook een morele.
De aartsbisschop keert zich ook tegen een tweede referendum over de brexit, dat volgens hem de verschillen alleen maar zal versterken. Hij laat niet weten welke weg voorwaarts zijn voorkeur wél verdient. Ik vermoed dat hij voor een soft brexit zal zijn, een brexit met zo veel mogelijk afspraken en samenwerkingsvormen met de Europese Unie. Welby liet in ieder geval duidelijk weten welke kant hij niet op wil.
Wat vinden de Britten van deze ongebruikelijke politieke interventie van een prominente geestelijke? Er werd onderzoek naar gepleegd en dat liet twee dingen zien: allereerst, dat de Britten het in overgrote meerderheid met Welby eens zijn. Een no-deal en een tweede referendum zijn geen oplossingen voor dit grote politieke probleem. Maar ze vonden niet dat het aan Welby was om zich erover uit te spreken. 44% van de Britten vindt zijn uitlatingen ongepast en 35% was blij met zijn interventie. ‘Don’t mention Brexit’, gaf een krant als advies voor het kerstdiner. Geldt dit advies ook voor de kerk? Het is een ingewikkeld spagaat. Het is de eeuwige keuze van de geestelijke: ben je een priester of een profeet? In hoeverre mag je je uitspreken in maatschappelijke kwesties? De priesterlijke interventie van Welby, zijn boek Reimagining Britain, werd wél zeer gewaardeerd. Heeft hij intussen zijn hand overspeeld met zijn ‘profetische’ uitspraken over een no-deal en een tweede referendum? Of vraagt deze tijd juist om profeten. Ik kan mij niet voorstellen dat zijn uitspraken Theresa May, dochter van een anglicaanse priester en trouw lid van de Church of England, onverschillig hebben gelaten. Zal Welby verschil maken?

Europese identiteit

Het boek van Welby raakt aan een diepe bestaansvraag die vermoed ik voor veel Europeanen zal gelden. Waar behoren wij toe? Wie zijn wij? Het was decennialang het streven van pro-Europese politici om de Europese identiteit langzaamaan te versterken. Dat uitte zich door een Europese vlag en volkslied en een uitgebreide marketing. In hun droom zouden wij ons meer en meer Europeaan gaan voelen. Uiteindelijk zou de Europese identiteit sterker zijn dan de nationale. Een Verenigde Staten van Europa, was voor pro-Europese politici het ultieme doel waar we met kleine stapjes naartoe zouden werken. De brexit heeft aan die droom een einde gemaakt. Men voelt zich in het Verenigd Koninkrijk bovenal Brits, en dan pas en op verre afstand Europeaan. Van een Europese identiteit wil men niks weten. Dat werd mij duidelijk in de vier jaren dat wij er woonden. Als ik over Europa spreek, dan doe ik dat in de wij-vorm. Britten gebruiken de jullie-vorm en spreken over Europa als the continent – het vaste land waar zij niet bij horen.
Waar ik Europa met name koppel aan een ideaal van saamhorigheid en broederschap, associëren veel Britten Europa met bureaucratie. Hierin ligt voor mij de verklaring van de keuze voor de brexit: Europa is (of was) voor hen een keuze vanuit het verstand maar nooit vanuit het gevoel. Hun hart ging er niet sneller van kloppen. Men koos voor Europa om er beter van te worden en vanwege praktische en financiële redenen. Met idealen had het echter niks te maken. En zeker niet met identiteit. Sterker, men ervaart meer overeenkomsten met landen uit de voormalige Gemenebest dan met andere Europese landen. Daar speelden de pro-brexitpolitici slim op in. Na uittreding zou eindelijk de band hersteld kunnen worden met landen als India en de Verenigde Staten. Ook deze landen voelen zich immers verbonden met een gevoel van Britishness.
Is dit het einde van de ontwikkeling van een Europese identiteit? De komende tijd zal het leren. Hier ligt wel een taak voor de Europese Unie. Op dit moment krijgen maar weinig mensen in Europa een warm gevoel van het Europese project. Het is te hopen dat het tijd nog te keren valt. Wellicht door de betrokkenheid van burgers te versterken, en door te wijzen op de gedeelde waarden en tradities. Er is immers meer dan voldoende dat ons bindt.

Kosmopolitisch ideaal

Met de brexit – en de invloed die de brexit zal hebben op de sfeer in het Verenigd Koninkrijk en met name in Londen – dreig ik zelf ook iets te verliezen: een ideaal waarin ik altijd heb geloofd. Ik groeide op als buitenlander en heb mij altijd – zeker tijdens mijn jaren in Afrika – verwant gevoeld aan andere Europeanen. Die verwantschap ervoer ik ook in het kosmopolitische Londen. Nemen we met de brexit afscheid van een kosmopolitische wereld, waar alle nationaliteiten naast elkaar kunnen wonen? Een wereld waar je zelf mag bepalen op welke plaats je het geluk wilt vinden?
Dat kosmopolitisch wereldbeeld heeft gezegevierd in Londen. Samen met vele andere Nederlanders in Londen heb ik ervan genoten. Onze buren kwamen overal vandaan en wij leefden gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar. Ik heb het ervaren als een wenkend perspectief. Zo zouden wij met elkaar moeten samenleven. Ik hoop dat de talloze mensen van goede wil aan beide kanten van het Kanaal zullen blijven geloven in de broederschap en zusterschap die er wel degelijk is tussen eiland en continent. Als het ideaal van broederschap ergens kan zegevieren, dan wel onder Europeanen (en dat zijn Britten nog steeds). Dat ideaal is veelomvattender dan een instituut als de Europese Unie, en het gaat dieper. Het gaat ook veel langer mee. Het verdedigen van dit kosmopolitisch ideaal is een heilige opdracht, dwars door alle weerstand en tegen het tijdsbeeld in. Wie weet kunnen kerken op eiland en vasteland samen werken aan het in leven houden van dit ideaal dat hen bindt – dwars door alle grenzen heen.

Joost Röselaers (1979) groeide op in Zwitserland en Senegal en studeerde theologie in Leiden en Kaapstad. Momenteel is hij remonstrants predikant in Amsterdam. Eerder, van 2013 tot 2017, was hij predikant van de Nederlandse Kerk in Londen. Hij is politiek actief in D66.