‘Er zit in mij een ongelooflijke onrust’

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Als iemand vele onverwachte afslagen nam in zijn leven, dan is het wel emeritus predikant, oud-radiomaker en sportverslaggever Klaas Vos. “Ik kan niet anders”, zegt hij over die wendingen. “Je hebt mensen die steeds dezelfde route nemen naar hun werk. Ik kan daar niet tegen, ik neem telkens een andere.”

Van de God uit zijn jeugd heeft hij zich afgekeerd, maar aan de aanblik van de Oude Kerk kan hij niet ontkomen. Onlangs verhuisde de zeventigjarige emeritus dominee Klaas Vos terug naar zijn geboortedorp Huizen. Vanuit zijn woonkamer kijkt hij door het raam precies op de toren van de kerk waar hij vroeger twee keer op zondag kerkte: de Nederlandse hervormde gemeente. Vanwege zijn orthodoxe achtergrond roept de term bekering bij hem nare associaties op. “Bekering, daar draaide het allemaal om”, zegt hij, en hij citeert statig: “tenzij een mens zich bekeert anders zou hij eeuwig verloren gaan”.

Het woord bekering is eigenlijk aan een vertaling toe, vindt hij. “Net als alle bijbelverhalen steeds weer toe zijn aan nieuwe interpretatie.” Een nieuwe weg inslaan, zo zou je de bekering kunnen zien, zegt hij. “Je afkeren zijn van een bepaalde wereld, je toekeren naar een nieuwe werkelijkheid. Die thema’s zijn fundamenteel voor mij.” Vos omschrijft zichzelf als iemand die een verschrikkelijke hekel heeft aan altijd maar weer hetzelfde. “Je hebt mensen die steeds dezelfde route nemen naar hun werk. Ik kan daar niet tegen, ik neem telkens een andere. Ik heb voortdurend nieuwe prikkels nodig. Verandering behoort tot mijn wezen, tot vermoeiens toe.”

Toch waren alle omwentelingen in zijn leven noodzakelijk, blikt Vos terug. We komen te spreken over de grote veranderingen in zijn leven: hij werd predikant, maar brak met de kerk. Trouwde een vrouw, kwam een paar jaar later uit de kast en scheidde van haar. Hij werkte als reisleider gespecialiseerd in Italië en Rome, werd daarna radioprogrammamaker en sportverslaggever. Bij de VPRO maakte hij programma’s als Het Gebouw, voor de NOS deed hij Langs de Lijn. Anderen kunnen hem kennen als Ajaxliefhebber, jarenlang was hij lid van de ledenraad van die club. En na die omzwervingen in de niet-kerkelijke wereld bleek zijn afscheid van God toch niet voorgoed.

Theologie
In het appartement van Vos in Huizen vallen meteen de religieuze beelden op. Ze staan bovenop de kasten, langs de wanden, op de grond, in de vensterbank. Wie het huis binnenloopt stuit op een Jezusbeeld, dat zonder armen door het leven gaat. “Die sneuvelen altijd het eerst”, weet Vos, ooit fervent verzamelaar. Diverse hobby’s en bezigheden heeft hij altijd al gehad, van sport, kunst en muziek tot literatuur. De teksten op zijn website getuigen daarvan. ‘Te boeken voor lezingen over Bach, Roemenië, Rome/Vaticaan en Ajax’, staat er onder meer. “Ze boeken me niet hoor”, lacht Vos. “Mensen denken vast: die man is zo divers, dat kan vast niet veel wezen.” Zoals hij het zelf zegt: “Ik ben een omnivoor.”

Als kind wilde Vos graag onderwijzer worden. Het leek hem een mooi beroep, en hij ging naar de kweekschool. Maar hij was intussen in aanraking gekomen met een familie in zijn dorp. “Dat was een mooi gezin. Ik raakte bevriend met een van die jongens uit dat gezin en hij studeerde theologie, net als zijn twee broers.” Vos raakte erdoor geïnspireerd en koos ervoor om ook theologie te gaan studeren in Utrecht. Je zou het de eerste grote ommekeer in zijn leven kunnen noemen.

Die verandering van beroepskeuze had een duidelijke invloed van buiten, analyseert Vos. “Maar het correspondeerde met een innerlijke behoefte. De rode draad in mijn beroepskeuzes is heel duidelijk: ik ben de verteller en ik heb iets te vertellen. Ik sta op een podium, een kansel, achter een lessenaar, in een bus als reisleider, achter de microfoon. En dat verschoof dus in dit geval van onderwijzer naar dominee, onder invloed van die familie.”

Vos ging op kamers wonen in Utrecht en ontmoette een vrouw met wie hij zou trouwen. Een gelukkig huwelijk was het niet te noemen, maar samen met haar maakte hij wel een intensieve tijd in Roemenië mee. In 1976 vertrokken ze voor twee jaar naar Oost-Europa als onderdeel van een kerkelijk programma om de Hongaarse minderheid in Roemenië te steunen die slecht behandeld werd door het Ceausescu-regime. Vos: “Mijn vrouw was geïnteresseerd in de boeken van dominee Richard Wurmbrand, een Roemeense dissident die door de communisten flink was aangepakt. Hij organiseerde een ondergrondse kerk. Ze was gegrepen door zijn werk; voor haar was dat verzoek om naar Roemenië te gaan dus toepasselijk.”

Hoe was dat voor hemzelf? Hij aarzelt even. “Kijk, ik was met haar getrouwd omdat zij op mij verliefd was, ik niet op haar. Ik had homogevoelens, maar die moest ik onderdrukken. Ik dacht dat een huwelijk me wel zou redden. Maar die gevoelens gingen niet voorbij, het leek me dus prettig om weg uit Nederland te gaan. Ik dacht: misschien gaat het wel over.” Maar de tijd in Roemenië was ook voor hem waardevol, vertelt Vos. “Het is een soort tweede vaderland geworden. Ik leerde er het belang van warmte en vriendschap als basiselementen in je leven. Met een maaltijd en een goed gesprek kwam je een heel eind. Luxe is niet belangrijk, die overtuiging heb ik sindsdien altijd meegedragen.” →

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.