'Een taal die spreekt zonder woorden'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“Het zijn de mensen die in nood zijn, die ons kunnen bevrijden uit onze eigen cocon. Zij zorgen ervoor dat wij, elke keer weer opnieuw, de deur open moeten zetten. We zijn hier niet voor onszelf, om te koken, af te wassen of op te scheppen, we zijn hier om mensen te verwelkomen.” Het Brusselse Poverellohuis vangt daklozen op en wil zo het evangelie beleven.

Tekst: Jasmijn Olk

Om stipt tien uur gaat het kleine deurtje aan de Zuinigheidsstraat 4 te Brussel open. De eerste gasten, voornamelijk oudere mannen, druppelen binnen. Vaste klanten keren terug naar ‘hun’ plek, waar ze dag in dag uit vertoeven. Wie aan de bar om een kop koffie vraagt, krijgt te horen dat dit tien minuten gaat duren, de koffie is nog niet warm genoeg. Geen probleem voor de meesten, ze hebben toch alle tijd of drinken net zo graag thee of anders cola. Het is rustig, zo vroeg op de dag. Men doet een dutje op z’n stoel, leest de gratis dagkrant en aan een tafel achterin wordt gekaart. Iedereen die binnenkomt wordt hartelijk begroet.
Poverello is geen gewoon restaurant. De meesten mensen die hier worden verwelkomd, leven op de straat, hebben weinig te besteden, kampen met psychische of alcoholproblemen. Maar, iedereen is hier welkom, benadrukt Johan Van Eetvelde, nationaal coördinator van Poverello. “Wij weten van de mensen die wij ontvangen niet van te voren wat de reden is voor hun bezoek.”
Wie in Brussel over straat loopt in de wijk rondom Poverello, de Marollen, kan niet heen om de daklozen die daar op straat verblijven. In het bushokje, op de hoek van een druk kruispunt, bedelend of slapend – de problematiek van de armoede is zichtbaar. Volgens een telling van La Strada, het Brusselse Steunpunt Thuislozenzorg, eind vorig jaar, wonen er in de binnenstad meer dan vierduizend mensen op straat.
Dagelijks komen er in het Poverellohuis in Brussel ongeveer tweehonderd mensen eten. Daarnaast verblijven in de nachtopvang zestig mannen in drie huizen, verspreid over de Marollen. Velen van hen wonen al een aantal jaar in Poverello. Er zijn in Brussel veel van dit soort plekken, huizen en restaurants waar mensen goedkoop of gratis kunnen eten. Wat Poverello zo bijzonder maakt, is de ambitie om niet alleen de armen te helpen, maar dit te doen vanuit de wens om het evangelie te beleven.

Radicale bekering
Meer dan veertig jaar geleden is Poverello opgericht, met aan het roer Jan Vermeire (1919-1998). Een man met een inspirerend levensverhaal. Als een van de eerste Belgische seksuologen had hij een succesvolle dokterspraktijk in Brussel. Toen hij op zijn vijftigste ernstig ziek werd en vervolgens overspannen raakt, trok hij zich terug in zijn zomerhuisje in de Ardennen. “Jan was een onderzoeker, een heel intelligente man”, vertelt Van Eetvelde. “Hij was niet alleen bezig met de vraag hoe hij zijn beroep goed kon uitvoeren, maar is altijd blijven zoeken naar de echte zin van het leven. Toen Jan naar de Ardennen ging besloot hij: nu ga ik genieten van het leven. Maar ook daar vond hij geen voldoening. Er bleef iets knagen.”
In de Ardennen krijgt Jan een ervaring die zijn leven verandert. Hij ontmoet een lokale priester en wordt getroffen door de authenticiteit die deze man uitstraalt. Zelf schrijft hij over deze ontmoeting: “Dit heeft de me laatste zet gegeven om een ander mens te worden. Ik besloot om, voor het eerst na dertig jaar, naar de mis te gaan bij hem. Hij hield een homilie over het lijden. Ik dacht: ‘Wat weet jij daarvan?’ Hij liet eenvoudig een kruisbeeld zien. Plots begreep ik wat het leven van Jezus betekende en vooral zijn kruisdood. Hij was ook voor mij gestorven en wat had ik met mijn leven gedaan? Heel mijn waardenschaal – mijn vrijheid, een mooie auto, paarden… –  viel uiteen. Ik heb geweend als een klein kind omdat ik besefte dat mijn leven tot dan toe niets betekend had.”
Na zijn bekering trekt Jan zich terug, om te bidden en zich te verdiepen in spirituele literatuur. Hij wordt geraakt door de geschriften van Franciscus van Assisi en Charles de Foucauld, een Franse officier die na een radicale bekering naar de woestijn trekt. Jan besluit dat ook hij het evangelie concreet wil beleven. Hij verlaat de Ardennen en komt terecht in de Marollen, een wijk die ook toen al bekend stond om zijn grote armoede en nood.
Dag in dag uit doolde hij door de wijk, ontmoette de bewoners. Hij zag de behoefte die er was aan een plek om samen te komen, in een context waar alcohol niet de hoofdrol speelde. Vanaf zijn kamertje in een kapucijnenklooster begon Jan mensen te ontvangen, koffie en soep uit te delen. Hieruit is Poverello ontstaan. “Jan Vermeire legde de fundamenten van Poverello, fundamenten die er voor hebben gezorgd dat Poverello is wat het is. Zijn belangrijkste overtuiging was: concreet het evangelie willen beleven. Daar zat voor hem engagement naar behoeftigen in, gemeenschap en het delen met anderen, maar ook gebed, het contact met Hem. Jan liet zich leiden door de tekst: bemint elkander zoals ik u heb bemind.
Poverello is Italiaans voor ‘kleine arme man’, de bijnaam van Franciscus van Assisi. Een kleine, arme man die meer invloed heeft gehad op de kerk en samenleving dan veel keizers en pausen. Niet door te protesteren, maar door Jezus authentiek na te volgen.

Voorzienigheid
Op het eerste gezicht is het niet meteen duidelijk wie als vrijwilliger in de keuken werkt en wie door Poverello wordt verwelkomd. Verschillende van de mannen die voor een langere periode in een van de huizen verblijven, helpen enkele dagen per week mee in de keuken en bij de afwas. Iedereen heeft zijn eigen taak. Iemand is verantwoordelijk voor het zetten van de koffie, een ander zorgt ervoor dat alle spullen op de juiste plaats worden teruggezet. “Dit samenwerken is voor mij ontzettend belangrijk, het voelt zo anders dan als je alleen met vrijwilligers werkt”, vertelt zuster Bep van Steen. Een aantal jaar geleden kwam zij naar Brussel, waar zij nu drie dagen per week als vrijwilliger in Poverello werkt. “Het geeft ook mij enorm veel kracht om hen te zien. Dat zij, die in zulke arme omstandigheden leven, de kracht vinden om elke keer weer te helpen.”
Vrijwilligers zijn cruciaal in het voortbestaan van Poverello. Er zijn veel mensen, elk op hun eigen manier, betrokken bij het restaurant en het nachtonthaal. In Brussel meer dan honderd. Poverello ontvangt geen subsidies, maar draait op giften: zowel financieel als in natura, bijvoorbeeld de overschotten van bakkers en bedrijven.
Het contact tussen de vrijwilligers en onthaalden is heel familiaal, verloopt met een kus en een knuffel. “Het is een taal die zoveel zegt, zonder woorden”, legt Van Eetvelde uit. “Het lijkt misschien onbelangrijk, maar betekent voor mensen ook: ik hoor er bij. Je drukt zo verbondenheid uit.” Discretie is een belangrijk element in het onthaal van Poverello. Dit in tegenstelling tot de meeste andere diensten, waar mensen vaak veel vragen moeten beantwoorden voordat ze hulp kunnen krijgen. “Van velen weten we niet meer dan wat ze graag eten of welke voetbalclub ze steunen. Dat lijken op het eerste gezicht onbelangrijke zaken, maar het zijn dankbare gegevens om tot een gewoon gesprek te komen.” Naast de leniging van materiële  en praktische noden is er bij veel gasten een behoefte om tot rust te komen en anderen te ontmoeten
In aanvulling op de dagelijkse werkzaamheden in het restaurant en het nachtonthaal, worden verschillende activiteiten georganiseerd om verbondenheid en gemeenschapsleven dieper te beleven. Wekelijks neemt Van Eetvelde gasten uit het restaurant in Brussel mee naar een boerderij op het platteland van de Vlaamse Ardennen, om een paar dagen te ontspannen en samen te leven. Ook wordt er jaarlijks een gezamenlijke pelgrimage georganiseerd, bijvoorbeeld naar Lourdes of Nevers, waar meer dan honderd vrijwilligers en onthaalden aan deelnemen. Totaal zijn er door België verspreid veertien Poverellohuizen met meer dan zeshonderd betrokken vrijwilligers.
“Als we met een groep samen op reis gaan, dan voel je: er is iets gegroeid. Als Poverello zijn we enerzijds een organisatie, anderzijds een familie. Als Jan Vermeire vanaf het begin had gezegd: ‘we gaan nu groeien, het professioneel aanpakken’, hadden we veel groter kunnen zijn”, zegt Van Eetvelde. “Ook de manier waarop ik mijn werkzaamheden wil vormgeven, is vanuit de voorzienigheid. Het is God die voor ons zorgt. Op momenten dat het goed gaat, maar ook op momenten van tegenslag. Jan zei altijd: ‘Onze Lieve Heer ook loven en danken als het slecht gaat.’ Anders gaan wij denken: succes is een teken dat we gezegend worden. Onder veel vrijwilligers heerst dit toch ook wel. Het idee: ‘we doen het goed, want kijk eens hoeveel mensen bij ons komen eten’.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.