Eelco Runia: 'Zelfgenoegzame elite baart populisme'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Populisten rukken op in Europa. De haat en wrok van de populisten is volgens historicus en psycholoog Eelco Runia niet anders dan de keerzijde van de zelfgenoegzaamheid van de elite die zijn zaakjes goed voor elkaar heeft. “Het is ontzettend misgegaan met het ideaal van gelijke kansen.”

Tekst: Kees Posthumus – Beeld: Elmer Spaargaren

In Italië regeren de Vijfsterrenbeweging en Lega Nord, twee populistische partijen. In Frankrijk roeren zich demonstranten in gele hesjes. De populistische stem voor een brexit leidt tot het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.
In de landen van de Europese Unie is een reservoir van circa dertig procent van de kiezers bereid te stemmen op een populistische partij. Voor de gevestigde partijen en overtuigde Europeanen is dat een schrikbeeld. Als deze kiezers dat op 23 mei bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ook werkelijk gaan doen, leggen ze een bom onder de Europese samenwerking.
Dat gegeven dwingt politici en hun kiezers tot een onbevooroordeelde analyse van het verschijnsel populisme, vindt Eelco Runia (1955), cultuurhistoricus, psycholoog, filosoof en schrijver. Het verschijnsel populisme fascineert hem. Volgens hem is het te gemakkelijk om afwijzend en puur negatief naar deze beweging te kijken en er zorgelijk het hoofd over te schudden.
Motieven en redeneringen van populisten laten haarscherp zien wat er mis is in de westerse samenleving. Het helpt niet om daar de ogen voor te sluiten. Zo legt de afkeer van de elite en de gevestigde orde, bij onder anderen de dragers van gele hesjes, een fenomeen bloot, dat Runia aanduidt als ‘meritocratische zelfgenoegzaamheid’.

Zelfgenoegzaamheid

Runia: “Met meritocratische zelfgenoegzaamheid bedoel ik het fenomeen dat de elite van tegenwoordig zich legitimeert door zich te beroepen op hun merites, hun verdiensten. Dit is hun redenering: ‘Wij zijn gewoon slim, wij hebben er hard voor gewerkt. Daarom komen ons welvaart, hoge posities, bonussen en topsalarissen toe.’
Dat is een mythe. Onderzoek leert dat het percentage van succes dat je kunt toeschrijven aan het intellect en de ijver van de betrokkene, beperkt is. Zeker de helft van je prestaties is toe te schrijven aan je afkomst, het milieu van je ouders.
De Amerikaans-Servische econoom Branko Milanovic zocht het uit. Zestig procent van het inkomen dat je verdient, wordt bepaald door het land waarin je toevallig geboren bent. Twintig procent door het milieu waarin je opgroeit en hooguit de resterende twintig procent door je eigen talenten en inspanningen.
Dat staat haaks op de mythe die de meritocratische elite ons voorschotelt: ‘wij hebben ons succes aan onszelf te danken.’ Deze mythevorming rond de elite is zo succesvol, dat ook mensen die heel weinig verdienen nauwelijks meer protesteren tegen bonussen en andere vormen van excessieve beloning.”
Runia ziet het populisme als een soort seismograaf, die laat zien hoe diep de samenleving beland is in dit verhaal van meritocratische zelfgenoegzaamheid. “Het ressentiment, het gevoel van haat en wrok, van het populisme is de andere kant van deze zelfgenoegzaamheid. Populisten geven af op de elite, zij wantrouwen deskundigheid, beweren dat het systeem rigged, gemanipuleerd, is. Dat is wat Thierry Baudet doet als hij spreekt over de kartelvorming in de politiek.
Hun verhalen vormen een onbewust commentaar op de meritocratische mythe. Zij laten gevoelig zien wat er gebeurt aan de bovenkant van de samenleving. Lang dachten wij ongelijkheid op de koop toe te kunnen nemen, als er daarnaast sociale mobiliteit is. Als iedereen hogerop kan komen. We zien nu dat daar helemaal geen sprake van is. Terwijl de ongelijkheid tussen arm en rijk toeneemt, neemt het geloof in de legitimatie ervan af. Het populisme is een manifestatie van de spanning die hierdoor in de samenleving ontstaat.”

Niet rationeel

“Populisten zijn mensen die het gevoel hebben het nakijken te hebben, niet mee te kunnen komen. Dat is nog essentiëler dan een laag inkomen. Het is het gevoel dat mensen je aan alle kanten voorbij stevenen en jij achterblijft. Het is de BMW met een Turk aan het stuur, die jou op de snelweg inhaalt. Het zijn mensen die sneller dan jouw soort mensen een huis krijgen, omdat ze in een of ander programma voorrang krijgen. Dat geeft ressentiment.
Neoliberalisme en globalisering zorgden voor een gigantische welvaartsstijging gezorgd, ook voor de mensen die populist worden. Dat is inherent aan populisme, het is geen rationele keuze.
Zie het referendum over de brexit: juist in de gebieden die veel baat hadden bij de Europese Unie, stemden grote meerderheden voor de brexit. Zie de verkiezing van Trump: mensen die het minst van hem profiteren, door bijvoorbeeld belastingverlaging, stemden massaal op Trump. Zo groot was de afkeer van de elite die Hillary Clinton belichaamde.
Zo’n redenering is strijdig met onze veronderstelling dat een politieke keuze rationeel is, wat niet zo is. Als het geschetste perspectief aanlokkelijk is, zijn mensen bereid de sprong te wagen. Ook al lijkt het alsof ze daarmee van het klif afspringen.”

Als politieke keuzen niet louter rationeel zijn, wat betekent dat dan voor linkse politici?
“Een nieuw, dragend verhaal moet daar rekening mee houden. Het is aan linkse politici met charisma om een perspectief voor de toekomst te schetsen, waar ook een element in zit van ‘laten we de sprong wagen, ook al is het niet helemaal rationeel, ook al kunnen we het niet helemaal doorrekenen.’
Dat deden we eerder, bijvoorbeeld met de introductie van de euro. Zo’n moment leek er even te zijn met de verkiezing van Obama. De Amerikanen waren bereid deze sprong te wagen, omdat Obama een goed verhaal vertelde. Het bleek achteraf een desillusie te zijn, omdat de Republikeinen de verandering effectief in de kiem wisten te smoren.
Het enthousiasme wat toen in de Verenigde Staten leefde, is er hier al heel lang niet meer.”

In hoeverre kan de christelijke traditie een bijdrage leveren aan zo’n nieuw, dragend verhaal?
“Laatst probeerde ik in een lezing twee groepen te onderscheiden, populisten en geglobaliseerden. Hoe kun je die aanduiden, zonder normatief of stigmatiserend te worden? Ik zocht naar kenmerken, waar mensen zichzelf in konden herkennen.
Wij zouden het ‘ossen en vossen’ kunnen noemen. Ossen voor populisten, in de zin van zwaar, geaard, verlangen naar zekerheid, moeilijk van hun plaats te krijgen. En vossen voor geglobaliseerden, die zich aanpassen en optimistisch zijn, die onderzoekend, snel en wendbaar zijn. Die aanduiding zouden effectiever kunnen zijn dan denken in links en rechts. Ben je een os of een vos?
Bij de vossen zit meer hoop en vertrouwen. En juist die hoop en dat vertrouwen worden in de christelijke traditie gevoed en gekoesterd, bevorderd, aangeblazen en gevierd. Het aanblazen van hoop en vertrouwen, daar inspiratie in vinden en er naar handelen, dat hebben de kerken te bieden. Zeker in de meer progressieve hoek van de kerk. Hoewel je ook in de christelijke traditie ossen en vossen hebt.”

Baudet en Wilders zeggen ook te spreken vanuit de joods-christelijke traditie.
“Dat kan alleen als je deze traditie beschouwt als een van de invloedrijke stromingen waardoor onze samenleving is opgebouwd. Dat is ontegenzeggelijk zo. Er zijn tegelijk nog zoveel andere impulsen van buiten geweest. Je kunt nooit zeggen dat onze samenleving eenduidig joods-christelijk was, is en exclusief en voor eeuwig moet blijven.”

Terug naar de meritocratische zelfgenoegzaamheid en het afnemen van sociale mobiliteit: krantenjongen wordt miljonair, gelijke kansen voor iedereen. Mooi toch?
“De PvdA maakte naam met spreiding van macht, kennis en inkomen. Het bleek een illusie, maar zij waren niet de enige politieke stroming die ons lang voorhielden dat het kon. Het was geen exclusief links idee.
Bij het ontstaan van het liberalisme was dat een progressieve stroming, die een idee als dit voorstond. Maar het liberalisme is gaandeweg conservatief geworden en gebaat bij het in stand houden van bestaande verhoudingen.
Links, met zijn nadruk op gelijke kansen, compromitteerde zich in de jaren tachtig door te trappen in de val van het neoliberalisme. Model daarvoor staan linkse leiders als Kok, Blair en Clinton.
Zij omarmden de neoliberale gedachte en geloofden dat de vrije markt het beste systeem is om gelijke kansen te creëren. Daarmee sneden zij zich flink in de vingers. Het was linkse energie, die ervoor zorgde dat het rechtse, neoliberale verhaal uitgevoerd werd. De effecten zijn rampzalig geweest.
Het is raar. Wij zijn geneigd om mensen van links sneller het etiket ‘revolutionair’ op te plakken, dan rechtse denkers en politici. Wij koppelen ‘revolutionair’ aan de mate waarin zij de samenleving veranderden. Het krankzinnige feit is dat de mensen als Thatcher en Reagan, die het neoliberalisme introduceerden, de samenleving veel fundamenteler veranderd hebben dan linkse mensen.
Het is vooral afkomst, die bepaalt hoe ver je het schopt en deuren opent, die voor anderen gesloten blijven. De vrije markt zorgde niet voor gelijke kansen, Integendeel, onderzoek toont aan dat de ongelijkheid groeit, wereldwijd en binnen westerse samenlevingen.
Gelijke kansen zijn er in theorie, maar in de praktijk slechts in beperkte mate. In Nederland is er een groeiende segregatie van scholen. Op sommige scholen stroomt zeventig procent door naar het vwo. Op andere scholen gaat tachtig procent naar het vmbo. Kinderen uit de elite komen terecht in wat een ‘ambitieuze leeromgeving’ heet. Anderen vormen samen een ‘uitdagende leerlingenpopulatie’. Dat zet zich voort in hooggekwalificeerde gymnasia.
Het is ontzettend misgegaan met het ideaal van gelijke kansen. Voor een deel omdat de elite snel heeft ingezien hoe zij konden profiteren van de zogenaamde gelijkheidssamenleving. Hun privileges waren dan misschien geen garantie meer voor succes, maar zij leerden sneller en effectiever hoe hun kinderen op de juiste school terecht kwamen.”
De oriëntatie op tijd is een belangrijke factor in hoe mensen in de politiek staan, aldus Runia. De oriëntatie op het verleden zit in de sfeer van de populistische partijen: vroeger was alles beter. De oriëntatie op het heden hoort bij de conservatieve partijen: houden hoe het is. Terwijl de progressieve partijen zich oriënteren op de toekomst: het kan beter worden.
“Er heerst een geromantiseerd idee van het verleden. Wij weten niet hoe het was. Neem de brexit: mensen verlangen terug naar een imperialistisch Verenigd Koninkrijk, wat er al decennia niet meer is. Het is volstrekt niet logisch om af te gaan op hoe je dacht dat het vroeger was.
Lang was dat ook niet gebruikelijk in de politiek. Tot ver in de twintigste eeuw hadden mensen een idee over de toekomst. Liberalen, socialisten, communisten hadden een perspectief, waar ze met de samenleving heen wilden. Ook al was het niet zeker of dat ideaalbeeld haalbaar was, ze geloofden er in en het richtte hun handelen.
Nu zijn er in de politiek enkel nog doemperspectieven. Wij zijn het niet meer gewend om te denken in termen van mogelijkheden, perspectief en toekomst. Een nieuw dragend verhaal is mogelijk en er is behoefte aan. Als links nog iets wil voorstellen, moeten ze een beter perspectief bieden dan enkel zekerheid. En in gedachten houden dat het in de politiek niet alleen maar gaat om rationele keuzes.”

Hoe kan het progressieve partijen lukken om een overtuigend verhaal te vertellen, dat een alternatief kan zijn voor populisme?
“De PvdA zet met Lodewijk Asscher nu in op zekerheid. Dat is deels terecht. De onderkant van de samenleving wordt geconfronteerd met een opeenstapeling van onzekerheden rond zorg, inkomen, huisvesting, klimaatmaatregelen. Maar alleen zekerheid is te weinig voor een wervend, dragend verhaal.
Ik ben voorstander van een radicale meritocratie, met vangnet. Laten we als samenleving besluiten om mensen voortaan uitsluitend op hun merites te beoordelen, op hun kwaliteiten en prestaties. En niet op hun afkomst, op hoe goed ze kunnen netwerken, hoe snel ze in de hoogste posities kunnen komen, om zich daar in zelfgenoegzaamheid te wentelen.
Voorbeeld: de audities bij het Concertgebouworkest, die plaatsvinden achter een gordijn. Het enige dat de commissie hoort zijn de klanken, de muziek. Ander voorbeeld: The Voice of Holland, waar de juryleden met de rug naar de artiesten zitten totdat de kwaliteit van de zang aanleiding geeft hun stoel om te draaien.
Alleen letten op wat van belang is, wat je verdienste is. De praktijk leert dat dat momenteel niet gebeurt. Mensen komen niet aan goede banen omdat ze goed zijn, maar omdat ze mensen kennen. Zelfs in sectoren waar het puur om de prestaties hoort te gaan, heb je toch iemand nodig die jouw brief bovenop de stapel legt.
Daarnaast moet je iets regelen voor mensen die uit de boot vallen. Een vangnet, ik wil geen genadeloze maatschappij. Een up-to-date links verhaal zou aansluiting kunnen zoeken bij zo’n idee, waarbij het vangnet een basisinkomen voor iedereen kan zijn.”

Paspoort

Eelco Runia (Vlaardingen, 1955) is cultuurhistoricus, psycholoog, filosoof en schrijver.

● Studeerde geschiedenis en psychologie aan de Universiteit Leiden.
● Werkte van 1984 tot 1999 als psycholoog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. en was daarnaast actief als freelancejournalist (Intermediair en NRC). Had van 1999 tot 2003 een praktijk als coach/supervisor voor huisartsen en medisch specialisten.
● Was vanaf 2003 verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ontevreden over de ontwikkelingen aan de universiteit nam hij in 2018 ontslag. Sindsdien werkt hij als zelfstandig onderzoeker, spreker en schrijver.

Eelco Runia heeft twee kinderen en woont ’s winters op het Groningse platteland en ’s zomers aan de Noord-Hollandse kust.
www.eelcorunia.nl