Dodewaard herdenkt dode uit 1944 en 2014

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
MZ 715 en MH17. Twee vliegtuigcrashes, de eerste vijfenzeventig jaar en de tweede vijf jaar geleden, door een cynische streek van de geschiedenis met elkaar verbonden. Over Philomene Tiernan die haar uit de lucht geschoten oom Patrick herdacht en vervolgens door hetzelfde lot werd getroffen. En over de noodzaak van herdenken.

Tekst: Victor

Die mannen die begraven liggen onder die twee witte grafstenen, wie zijn dat eigenlijk? Dat wilden de schoolkinderen van Dodewaard wel eens weten. Al jaren bezoeken zij de graven van de 21-jarige Alfred Burns en 29-jarige Patrick Tiernan. En niet alleen de kinderen waren nieuwsgierig, het Comité 4 Mei nog meer. Daarom zetten de leden van het comité een intensieve speurtocht op touw naar deze twee Australische boordschutters van een Engelse Halifax-bommenwerper, die op 17 juni 1944 boven Dodewaard door een Duits jachtvliegtuig werd neergehaald. Familieleden werden opgespoord in Australië, contacten met de gemeente South Burnett in Queensland werden aangeknoopt. Een schat aan gegevens met betrekking tot het lot van de beide vliegers werd verzameld. Stukje bij beetje kregen de beide vliegers een gezicht.

Het mondde uit in een officiële herdenking op zaterdag 3 mei 2014 op de begraafplaats in Dodewaard, zeventig jaar na de crash van de Halifax. Leden van de families Burns en Tiernan, alsmede de burgemeester, afgevaardigden van de gemeente South Burnett en een groep highschool-leerlingen waren uit Australië overgekomen. Een Spitfire voerde een flypast uit, roerende woorden klonken, kransen werden gelegd. Als priester had ik het voorrecht de graven te mogen zegenen, want Alfred en Patrick kwamen uit katholieke families. De volgende dag, op Dodenherdenking, woonden de familieleden de mis bij in Elst, waarin ik opnieuw voorging. Na afloop kwam een 77-jarige nicht van Patrick naar me toe, Philomene Tiernan. Ontroerd vertelde ze me dat ze deze viering als de uitvaart van haar Uncle Pat beschouwde. Niets dat er toen op wees dat haar leven nog inniger met dat van haar oom verknoopt zou raken.

Hecht team
Patrick Tiernan, geboren in het gehucht Murgon in South Burnett waar zijn familie een hotel runde, werkte toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak op een advocatenkantoor in Brisbane. Was het de zucht naar avontuur en naar bevrijding van de alledaagse sleur die hem ertoe aanzette zich vrijwillig te melden bij de Royal Australian Air Force? Hoe dan ook was hij niet de enige. Bijna een miljoen Australiërs, waaronder veel jongens en meiden van het platteland voor wie de oorlog zich ver van hun bed afspeelde, meldden zich voor de strijd in Europa, het Midden-Oosten, Zuidoost-Azië en Nieuw-Guinea. Patrick kwam terecht bij het 77ste squadron van de Britse Royal Air Force, dat bombardementsvluchten uitvoerde boven Frankrijk en Duitsland. De zevenkoppige crew van de Halifax MZ 715 waarvan hij deel uitmaakte, was een hecht team. Dikke maatjes werd Patrick (‘Pat’) met Alfred (‘Alfie’) Burns, voor wie hij als een oudere broer was.

Vanaf de RAF-basis Full Sutton in Yorkshire vloog de MZ 715 in de nacht van 16 op 17 juni 1944 als onderdeel van een enorme luchtvloot richting het Duitse Sterkrade in de buurt van Bocholt, om daar een benzinefabriek te bombarderen die brandstof leverde aan de Duitse troepen in Normandië. De weersomstandigheden waren slecht, waardoor de missie grotendeels mislukte. Bovendien werden van de 321 vliegtuigen er 31 door Duitse nachtjagers neergehaald, die zich uitgerekend die nacht in de nabijheid van Bocholt hadden verzameld. De Engelse bommenwerpers waren geen partij voor de wendbare Duitse jagers; het was haast prijsschieten voor de piloten van de Luftwaffe. De MZ 715 overleefde het inferno, maar werd op de terugweg naar Engeland boven Dodewaard alsnog onder vuur genomen door een Duitse nachtjager van Fliegerhorst Venlo. Het toestel explodeerde in de lucht en kwam in stukken neer. Alleen de telegrafist en boordschutter Arthur Owen overleefde op miraculeuze wijze. In het ziekenhuis in Arnhem werd hij bezocht door de Duitse piloot die de MZ 715 had neergehaald en verbijsterd was dat hij nog leefde. De Duitser zorgde er zelfs voor dat Owen zacht voedsel te eten kreeg, vanwege zijn beschadigde gebit.
Eind juni 1944 werd een deel van het vliegtuig geruimd, waarbij de laatste twee doden werden geborgen. Het waren Pat en Alfie. Zij werden in Dodewaard begraven; hun vier strijdmakkers waren kort daarvoor op de militaire begraafplaats in Uden te rusten gelegd.

Angstig voorgevoel
Na de herdenking in Dodewaard ging een van de Australische gasten niet mee terug naar huis: Philomene Tiernan.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.