Dichterbij Stef Bos

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:

CIRKELS (fragment)

Rond als een wijnvlek van eergister
op het vuile tafelblad
spelen gouden druppels zonlicht
op het koude tegelpad
en de rimpels in de vijver
en het vangnet van een spin
zijn allemaal maar cirkels
zonder einde of begin
en de tijd verslijt de dagen
met de wijzers van de klok
die de uren traag vermalen
heel geruisloos, zonder schok

Er bestaat geen medicijn
tegen oud en eenzaam zijn

Tel de gladde kiezelstenen
waarmee jij je zakken vult
maar de mooiste ging verloren
door je eigen domme schuld
toen je met haar langs het strand liep
leek elke schelp een juweel
maar nu zie je niets dan keien
groot en grijs en veel te veel
hoor gefluister in het ruisen
van de rusteloze zee:
als je haar dan niet kon missen
waarom ging je dan niet mee?

Rob Chrispijn (1944), vertaling van Windmills of your mind, geschreven door Alan Bergman en Marylin Bergman

‘Als het om poëzie gaat, ben ik gek van Fernando Pessoa en Wisława Szymborska. Maar die liefde is pas later gekomen. Mijn passie voor poëzie is, denk ik, begonnen met deze tekst van Rob Chrispijn, die ik uit de kamer van mijn zus hoorde fladderen. Zij was gek op Herman van Veen, die het lied zong. Het stond ook op een bandje dat zij mij meegaf toen ik met een groep jongeren drie weken op uitwisseling ging naar Zweden. Ik was zestien en werd hoteldebotel verliefd op een meisje uit Amerika. Voor het eerst. Maar ik was zo’n notoire schijtluis dat ik dat haar helemaal niet durfde te vertellen, een soort romanticus die al een traan plengt over het voorbijgaan van een liefde die nog niet eens begonnen is. Dus zo zat ik daar in Zweden, in een soort zelfgekozen weemoed, en ik zei helemaal niks. En dan dat liedje van Chrispijn, met zinnen die me recht in het gezicht sloegen: waarom heb je nou niks gedaan, stoethaspel? Waarom ging je dan niet mee? Nu heb je niks dan keien, groot en grijs en veel te veel, terwijl er allemaal schelpen als juwelen op het strand lagen.

Ik vind de tekst van een ongelooflijke schoonheid en klasse. Het origineel – Windmills of your heart – komt nog niet aan de enkels van de versie van Chrispijn. Daar zit een heel letterlijk verhaaltje in over hoe alles in cirkels beweegt, terwijl Chrispijn de poëzie in zijn liedtekst laat kruipen. Dat kunnen maar weinig tekstdichters. Poëzie moet iets onbenoembaars hebben, waar het wezenlijk over gaat. In een songtekst is dat extra moeilijk, omdat die in drie minuten voorbij is. Er gebeurt veel in de tekst, het ene beeld buitelt over het andere. Chrispijn schildert, als een impressionist. In mijn eigen teksten kan ik dat misschien bij tijd en wijle, zoals in Witsand, al blijf ik de dingen die in me omgaan dan nog redelijk direct benoemen. Bij het ouder worden heb ik gemerkt dat de tekst van Chrispijn grote invloed op me heeft gehad. Vaak heb ik gedacht: als je zoiets kunt maken, laten we dan nooit meer zeggen dat Nederlands geen taal is om een liedtekst in te schrijven. Maar ik heb het lied zelf nooit gezongen. Het is een moeilijk nummer om te pakken, hoor. En ik zing niet vaak andermans teksten. Ze moeten me echt op de huid zitten, anders krijg ik ze mijn strot niet uit. Als ik het ooit doe, zing ik misschien Er bestaat geen medicijn tegen jong en eenzaam zijn. We doen vaak of de jeugd de mooiste tijd is. Maar je kunt zo vreselijk eenzaam zijn als je zestien bent, zo overgeleverd aan het heelal en de grootheid van de dingen en er geen bal van begrijpen.

Toen ik zestien was, ging dit lied voor mij over spijt over wat ik níet gedaan had. Dat is wat mij betreft de ergste spijt. Nu draait de tekst om het aanvaarden dat er dingen groter zijn dan wij. Dat we deel zijn van een veel grotere beweging van cirkels die alsmaar doorgaan – zonder einde of begin. In deze coronatijd ontdekken we dat we dat nog helemaal moeten leren. We zijn zo gewend aan een maakbare samenleving. Maar we zijn veel kwetsbaarder dan we denken. Ik ben wel akkoord met het idee dat ik deel ben van een groter geheel, dat vind ik fijner dan de hele tijd naar mijn eigen navel te zitten staren. Voor mij is het grotere geheel de cirkelgang van de natuur. We zijn blaadjes aan een boom, dat is wat mijn vader al zei. Het gaat om de boom; wij vallen en worden humus. Dat vind ik wel een geruststellende gedachte.” •

Stef Bos (Veenendaal, 1961) is zanger en liedschrijver. In de serie Taalkunstenaars verscheen onlangs bij uitgeverij Nieuw Amsterdam een bundeling van zijn mooiste teksten.