Dichterbij Ahmed Aboutaleb

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:

Tekst: Bert van der Kruk Beeld: Marc Nolte

De schoenpoetser

De man die zich geknield buigt naar voeten
in gloeiende hitte
onderdanig zittend
zich verplaatst tussen veel benen
zich inspant glans te geven
aan zwartvale schoenen
en jeugdige schoonheid aan voeten
zijn benen steken in schoenen
met gaten
Jij, voorbeeld van zelfverzaking,
leer egoïsten wat geven is
laat de minachting voor je lijf je niet deren
jij leeft met een gave, trotse geest
vromer dan vromen
die het leven besteden aan huichelend knielen
Jij stijgt boven hen uit al zouden ze
in het sterrenbeeld Gemini wonen
Hij staat op terwijl de mensen gaan slapen
en de duisternis in de verte zich mengt met het licht
Hij ziet dat zijn moeder beide kinderen toespreekt
en ze voedt zonder eten
Hij komt bij haar om de tranen van verdriet in haar ogen
en in zijn ogen te drogen.

Jamal Addine Aloumari, vertaling C. Nijland, met dank aan Amina Abed. Uit: Lees!

‘Niet zo lang geleden was ik in Rabat. Ik liep door een straat waar tientallen schoenpoetsers zaten. Zij worden door de lokale autoriteiten beschouwd als uitschot, en door de meeste klanten als werktuig. Gereedschap om je schoenen mee te poetsen en verder het aanzien niet waard. Een van hen zag ik een boek lezen, een drama van Shakespeare, in het Frans. Ik durfde hem niet aan te spreken en liep aanvankelijk door. Maar mijn nieuwsgierigheid won het van mijn beschroomdheid en ik liep terug. Terwijl ik mijn schoenen liet poetsen, vertelde hij me dat hij filosofie had gestudeerd, maar geen werk had kunnen vinden. Hij kon zich financieel net redden, maar geld voor een fatsoenlijk huis, laat staan een gezin, zat er niet in.

Aan deze man denk ik als ik het gedicht van Jamal Addine Aloumari lees. Aloumari trekt zich het lot van schoenpoetsers wèl aan, geeft hen een gezicht. Hij wijst ons op de misplaatste arrogantie waarmee klanten zo achteloos gebruik maken van hun diensten. Het vreemde van het alledaagse tonen, het onbespreekbare bespreekbaar maken: dat is voor mij een belangrijke functie van poëzie. Niet voor niets zijn dichters vaak luizen in de pels van autoritaire machthebbers. Zij schrijven over de onderhuidse woede, het onrecht en het verdriet in een samenleving, vaak met gevaar voor eigen leven.

Iedereen in de Arabische wereld groeit op met poëzie, al vond ik dat als kleine jongen niet altijd leuk. Op mijn vierde werd ik door mijn vader naar de moskeeschool gestuurd, om klassiek Arabisch te leren lezen en schrijven. Als onze gedachten even afdwaalden, wat mij en mijn klasgenootjes regelmatig overkwam, waren een paar ferme tikken met een stok je deel. De littekens op mijn arm herinneren mij aan deze tijd. Ik neem het mijn ouders niet kwalijk. Het was de droom van mijn vader dat zijn oudste zoon imam zou worden, net als hij. Ook hij was ooit met harde hand onderwezen. Het goede was dat ik de Koran leerde lezen als één groot gedicht. Met hun begin- en eindrijm zijn de verzen bedoeld voor recitatie.

Het eerste woord van de eerste openbaring is: Lees! Een verstrekkende opdracht in een van oudsher orale samenleving, want voor lezen is immers onderwijs vereist. Hoe zou het Midden-Oosten er nu uit hebben gezien als leiders in de loop van de geschiedenis deze opdracht ter harte hadden genomen? Lees! is ook de titel van de bloemlezing die ik op verzoek van het Rotterdamse festival Poetry International heb samengesteld. Vanwege het vijftigjarig jubileum van Poetry heb ik vijftig gedichten uit de wereldpoëzie gekozen. Lees! is een uitnodiging om nieuwsgierig te zijn, en je hart te openen voor een ander.

In de westerse wereld zijn gedichten weliswaar geen daden van verzet, maar ze kunnen wel bijdragen aan saamhorigheid. Saamhorigheid en gemeenschapszin zijn kenmerken die vaak met een dorpsgemeenschap worden geassocieerd, maar ook een grote stad heeft die nodig om te kunnen groeien en bloeien. We hebben alleen een toekomst als we omzien naar elkaar, zo simpel is het. Of zoals Jules Deelder het treffend verwoordde: De omgeving van de mens is de medemens. Ook die regel staat in mijn bloemlezing.”

Ahmed Aboutaleb (Beni Sidel, Marokko, 1961) is sinds 2009 burgemeester van Rotterdam. Hij is een groot liefhebber van poëzie. Ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van het Rotterdams festival Poetry International stelde hij de bloemlezing Lees! Vijftig gedichten uit de wereldpoëzie samen (uitgeverij Douane).