De rijkdom van eenzaamheid

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
‘Eén tegen eenzaamheid’ heet het actieprogramma van de overheid dat erop gericht is eenzaamheid duurzaam uit te bannen. Maar is eenzaamheid wel altijd negatief? Nee, zo vindt Victor Bulthuis. “Existentiële eenzaamheid verdient het te worden betreden in plaats van te worden bestreden. Hoe pijnlijk die eenzaamheid vaak ook is, ze kan bijdragen tot een rijker leven.”

Op 15 april 1802 maken de dichter William Wordsworth en zijn zus Dorothy een wandeling langs een meer in het Engelse Lake District. Verrukt zijn ze als ze zien hoe een eindeloos lint van narcissen zich langs de waterkant slingert. De aanblik inspireert Wordsworth tot zijn beroemdste gedicht: I wandered lonely as a cloud, ook wel The daffodils (‘De narcissen’) genaamd.

De narcissen
Zo eenzaam als een hoge wolk

zwierf ik van heuvel tot vallei;
plots zag ik een geelgouden volk
van narcissen, een lange rij,
onder de bomen langs het meer;
een bries bewoog ze heen en weer.

Als ’t fonkelende sterrenlicht,
dat alom langs de Melkweg brandt,
was hun oneindig lint dat zich
slingerde langs de waterkant:
tienduizend dansten er, zag ik,
hun kopjes wiegelend van schik.

De golfjes dansten lustig mee,
hoewel wat minder sprankelend dan
de uitgelaten bloemenzee.
Daar wordt een dichter vrolijk van!
Ik keek en keek, maar ik bedacht
niet wat voor schat mij ’t schouwspel bracht:

want heb ik mij – benen omhoog –
ledig of peinzend neergevlijd,
dan flitst het op voor ’t geestesoog,
die zegen van de eenzaamheid;
mijn hart wordt dan met vreugd omkranst,
waarop het met narcissen danst.
William Wordsworth (1770-1850); vertaling: Victor Bulthuis.

Eenzaamheid is de grondstemming van dit gedicht, maar de dichter gebruikt er twee verschillende woorden voor. I wandered lonely as a cloud, luidt de eerste regel. Lonely duidt hier op rusteloosheid en thuisloosheid. Maar het laatste couplet spreekt over eenzaamheid als solitude. Hier is de dichter niet meer buiten, maar thuis: hij ligt op de canapé. Hij is alleen, maar ook weer niet. Want in de beslotenheid van zijn huis heeft hij opnieuw geraakt het beeld van de narcissen voor ogen. Hoewel hij al wandelend zijn uitwendig oog volop de kost gaf, ontvouwt de bloemenpracht zich pas in haar volheid voor zijn inwendig oog. Dit geestesoog, dat niet naar buiten kijkt maar naar binnen, noemt Wordsworth the bliss of solitude, ‘de zegen van de eenzaamheid’. Blijkbaar is er een eenzaamheid waarin de mens de wereld indringender beleeft dan wanneer hij erin rondwandelt. Paradoxaal genoeg voelt hij zich juist in de afzondering intenser verbonden met de narcissen dan toen hij er oog in oog mee stond. Zo sterk zelfs dat zijn hart met de bloemen meedanst.

Het gedicht maakt duidelijk dat in de eenzaamheid een mens zichzelf genoeg kan zijn. Dat heeft iets hachelijks: de narcis doet immers denken aan Narcissus, die verzonk in de aanblik van zijn eigen spiegelbeeld en daarbij wegkwijnde. Maar zichzelf genoeg zijn is niet hetzelfde als zelfgenoegzaamheid. De dichter kan alleen zichzelf genoeg zijn doordat hij de wereld om hem heen in zijn hart heeft gesloten. Zijn verbondenheid daarmee wordt door de eenzaamheid niet doorbroken maar juist geïntensiveerd, doordat ze alle ruimte geeft aan het geestesoog. Waar het uitwendig oog niet verder kan kijken dan de oppervlakte van de wereld, ziet het geestesoog de diepte ervan. Dat maakt de eenzaamheid tot een zegenrijke ervaring.

De Amerikaanse schrijfster May Sarton zegt: “Loneliness is de armoede van het zelf, solitude is de rijkdom van het zelf.” We zouden ook kunnen zeggen: solitude is thuis zijn bij jezelf, ‘samenleven met jezelf’ (Hannah Arendt) – of op zijn benedictijns: habitare secum, bij zichzelf wonen Loneliness daarentegen is thuisloosheid, het niet meer kunnen uithouden met jezelf.

Intense vrijheid
Maar als eenzaamheid zo’n zegen kan zijn, waarom ontlopen we haar dan voortdurend? In haar boek How to Be Alone (Nederlandse editie: Alleen zijn) vraagt de Britse schrijfster Sara Maitland zich af hoe het kan dat we in onze relatief welvarende en ontwikkelde wereld die streeft naar autonomie, persoonlijke vrijheid en zelfverwerkelijking, zo doodsbenauwd zijn om alleen te zijn met onszelf. Volgens een wetenschappelijk experiment uit 2014, waarbij proefpersonen zes tot vijftien minuten alleen werden gelaten in een kamer, onderwierp het merendeel zich liever aan lichte elektrische shocks dan aan hun eigen gedachten. Of ze dat thuis ook zouden hebben gedaan, waag ik te betwijfelen. Toch constateerde de filosoof en wiskundige Blaise Pascal al drieënhalve eeuw geleden in zijn Pensées: “Ik heb vaak gezegd dat alle ellende van de mensen veroorzaakt wordt door één ding, namelijk dat ze niet rustig in een kamer kunnen verblijven.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.