De kast, de kerk en koninkrijk

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“God wil, dat u als een vrij mens leeft”, zo hield radiopastor ds. Alje Klamer in 1961 zijn homoseksuele luisteraars voor. “Dank God voor de liefde, die u als homoseksueel kunt beleven en mag beleven.” Religieuze opinieleiders stonden in Nederland mee aan de wieg van de acceptatie van homoseksualiteit. En de eerste mannenkus werd uitgezonden door de KRO.

Tekst: David Bos Beeld IHLIA/Hans van der Weijden 

Het jaar 2019 is een jubeljaar voor LHBT-activisten. Eind deze maand is het namelijk een halve eeuw geleden dat New Yorkse transgenders, lesbo’s en homo’s zich met hand, tas en tand verzetten tegen de zoveelste politie-inval in ‘hun’ bar: de Stonewall Inn. Over dit blijk van weerbaarheid ontstond een mythe met bijpassend ritueel: jaarlijkse Pride parades, in en ver buiten de VS. ‘Stonewall’ symboliseert de coming-out van een zelfbewuste sociale beweging.

Hier te lande kwam die al eerder uit de kast. Op 21 januari 1969 demonstreerden homostudenten op het Binnenhof tegen een wetsartikel (248 bis, Wetboek van Strafrecht) dat een hogere leeftijdsgrens stelde op homo- dan op heteroseks. Dit was niet alleen de eerste homodemonstratie in Nederland maar zelfs in Europa. Er was moed voor nodig om zo publiekelijk kleur te bekennen, en niet slechts ‘een plekje onder de zon’ te vragen maar gelijke rechten. De leuzen van de demonstranten waren overigens bescheiden: Wij zijn toch ook mensen van vlees en bloed – Wij zijn toch ook mensen met gevoel – Vernietig dáárom art. 248 bis – A.U.B.
Het gewraakte wetsartikel werd in 1971 inderdaad geschrapt. De overheid streefde niet langer naar het beschermen van de samenleving tegen homoseksualiteit, maar naar het omgekeerde. ‘Homofielen’ golden voortaan als een beschermingswaardige minderheid.

Niet doodzwijgen
Deze ontwikkeling, die van Nederland een van de homovriendelijkste landen ter wereld heeft gemaakt, wordt vaak toegeschreven aan secularisatie. Logisch, want de jaren zestig en zeventig waren een tijdperk van ontzuiling en versnelde ontkerkelijking. Maar sommige kerken en religieuze opinieleiders hebben juist veel bijgedragen aan de homoacceptatie.
Een van hen was de hervormde ds. Alje Klamer, die in 1959 in dienst was getreden bij het IKOR alias de IKON: het omroepje dat uitzendingen verzorgde namens een reeks protestantse kerkgenootschappen. Klamer heette niet radiopredikant, maar radiopastor. Je kon hem bellen of opzoeken als je ergens mee zat. Dit anonieme pastoraat – lang voor internet – bleek voor sommigen een uitkomst. Zo kreeg Klamer in zijn allereerste werkweek bezoek van een man die onthulde dat hij homo was. Tallozen zouden volgen.
Na twee jaar luisteren deed Klamer uit de doeken wat hij had geleerd. ‘Doodzwijgen of liefhebben?’ heette zijn radiopraatje van juni 1961. Zoals altijd werd het uitgezonden op zondag om iets voor zessen – als veel mensen nog net niet aan tafel zaten, en nog lang niet in bed lagen. “Ik wil vanmiddag met u praten over het doodzwijgen van honderdduizenden homoseksuelen in ons land,” zei Klamer, en beschreef de schrijnende gevolgen van een levensgroot taboe.
In plaats van dit onderwerp op kousenvoeten te benaderen zette Klamer meteen ferme stappen. Zo vergeleek hij het doodzwijgen van homoseksuelen met dat van de jodenvervolging (“U weet dat allemaal niet? U wilt het liever ook niet weten?”) en hun lijden met dat van Christus. Sterker nog, bij zijn wederkomst zou Jezus zeggen: “Ik ben homoseksueel geweest en gij hebt Mij doodgezwegen…” Tot luisteraars die zelf homo waren, sprak Klamer: “God wil, dat u als een vrij mens leeft. Laat u geen slavenjuk opleggen. Veroordeel niet. Wees wel verontwaardigd. Ook al hebben uw eigen ouders, uw kerk, uw vrienden u afgewezen, ook al zwijgen ze u dood, God aanvaardt u zoals u bent.” Of hét ook mocht, zei Klamer niet – maar wel: “Dank God voor de liefde, die u als homoseksueel kunt beleven en mag beleven.”
Er wordt weleens schamper gedaan over pastoraat voor ‘homofielen’. Het zou neerbuigend zijn, apolitiek, en bleek afsteken bij hedendaags activisme. Maar Klamers uitspraken klinken als een klok en zijn wars van paternalisme: “Ik vraag van u geen medelijden met de homoseksuele medemens.” Zijn strijd tegen doodzwijgen doet zelfs denken aan de leus van aidsactivisten in de jaren tachtig en negentig: Silence = death.

Eerste mannenkus
Klamers toespraak ontkende een lawine aan reacties, waaronder hatemail aan de ‘flikkerdominee’ maar vooral hartenkreten van mensen die worstelden met eigen of andermans ‘zó-zijn’. Om hen te helpen, stichtte Klamer – samen met de gereformeerde ds. Rein Brussaard en de katholieke pater Joop Gottschalk – een landelijk netwerk van gesprekskringen. Bovendien vormden ze een pastorale denktank, die zich sterk maakte voor hulpverlening, opinieonderzoek, afschaffing van 248 bis en erkenning van het COC.
Klamer stond dus niet alleen, en evenmin was hij de eerste. In 1958 was een katholiek Pastoraal Bureau geopend, waar homo’s te rade konden gaan bij priesters en psychiaters. In het voorjaar van 1961 publiceerden ze een ‘pastoreel cahier’, waarin ze pleitten voor (zelf-)aanvaarding van homoseksuelen. Protestanten – merendeels verbonden aan de VU – publiceerden eind 1961 een soortgelijke pocket, De homosexuele naaste. Een van de bijdragen was van zo’n naaste in eigen persoon: Nomen Deest ( ‘de naam ontbreekt’), pseudoniem van Nico Dekker. Een andere bijdrage handelde over de – voor protestanten kardinale – vraag wat de Bijbel zegt over homoseksualiteit. Weinig, zo had de gereformeerde dr. S.J. Ridderbos al in 1959 geconcludeerd: veroordeeld werden alleen seksuele wanpraktijken ten dienste van valse goden.
Beide boekjes werden verslonden, ook door buitenkerkelijken, want toegankelijke lectuur over homoseksualiteit was schaars. De ‘medemenselijke’ benadering die ze bepleitten, verspreidde zich snel door de zuilen. Zo zond de KRO in april 1970 een tv-documentaire uit, Een homofiel, waarin de hoofdpersoon al in de eerste minuut zijn vriend een zoen gaf: de eerste mannenkus op de Nederlandse buis. Verderop sprak hij in een mis, over homoseksualiteit als ‘gave Gods’.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.